Laatste mutatie:


Opgericht 1928

Fanfare St. Martinus


--- Geschiedenis ---


Fanfare St. Martinus
Algemene Informatie
Geschiedenis
Nieuws
Agenda
Foto's






De oprichting



Bovenstaande brief behoorde bij het bestek en de tekeningen voor de aanvrage van een vergunning voor het verbouwen van het café en het aanbouwen van een zaal voor rekening van Sjang van den Akker. Het café lag Aan de Kerk 4, (heden ten dage Kommelderweg waar nu de garage van Thijssen Tours gevestigd is) Werd hier gehandeld met voorkennis of is dit puur toeval?

Wat was er namelijk gebeurd in ons dorp?
Na hevige strubbelingen over de verhuur van de Fanfarezaal (de huidige Harmoniezaal) is er een scheuring ontstaan in Fanfare St. Caecilia. De voorzitter, Leo Welkenhuysen, scheidde zich met enkele leden af en richtte op 17 mei 1928 (Hemelvaartsdag) een nieuwe muziekvereniging op: Fanfare St. Martinus. Leo Welkenhuysen werd voorzitter en Pieke Janssen werd secretaris. Dirigent werd Guill. Maessen uit Beek. De Fanfare nam haar intrek in het lokaal van Sjang van den Akker. Zo werden Sjang van den Akker, gehuwd met Néske Notten, de eerste zaalhouders van Fanfare St. Martinus.

Sjang van den Akker en Neske


Geulle had zijn twee muziek verenigingen: Fanfare St. Caecilia, de "Auw", en Fanfare St. Martinus, de "Nuu"

Zoals u ziet werd de bouwaanvrage nog geen week na de oprichting van de nieuwe Fanfare bij de Gemeente ingediend. De bouwaanvrage is behandeld en goedgekeurd in een vergadering van Burgemeester en Wethouders op 7 juni 1928 en ondertekend door Jhr. AMHE van Afferden en Secretaris Paulissen.

Begin augustus 1928 werden de eerste instrumenten aangeschaft bij de Fa. Mahillon te Brussel en de eerste repetitie vond plaats op de tweede zondag in augustus. Na de openingsrede door de voorzitter werd de Mars "Lang zal hij Leven" uitgevoerd. Hierna werd de repetitie voortgezet met de muziekwerken "Salut a Louveigné" en "Mignonette". Haast was er geboden, want er lag reeds een uitnodiging van Fanfare St. Agnes uit Bunde om in Kasen een concert te verzorgen.

Oprichters van de Fanfare. Deze foto is gemaakt in 1948, tgv de viering van het 20 jarig bestaansfeest. Zittend van l naar r:August Peters, Jules Wijnand, Leon Welkenhuysen, Guill. Maessen, Pierke Kurvers, Sjeng Decrauw. Staand van l naar r: Sjeng Thijssen, Sjang Janssen, Sjeng Penders (Lange van Tineke), Harie Thijssen, Louis Gijsen, Sjef Thijssen, Pieke Janssen, Geel Maassen, Sjang Janssen, Gus Freens.


Directeur Maessen speelde het op e.o.a. manier klaar om in snel tempo een programma in elkaar te steken. Voor dit eerste concert marcheerde het corps op die bewuste zondagmiddag musicerend naar Kasen. Dit eerste optreden werd een daverend succes en 's avonds keerde men, eveneens musicerend, via Moorveld naar Geulle terug. Hiermede had St. Martinus zijn vuurdoop goed doorstaan en werd dit feit met gepaste trots en het nodige bier herdacht.

Ook het Bestuur van de kersverse Fanfare zat niet stil. Reeds op 28 augustus 1928 vroeg men bij de Gemeente een subsidie aan "gelijk het ander bestaande fanfarekorps". De brief luidde als volgt:





Donkere tijden

Er braken nu voor de beide fanfares en Geulle zelf donkere tijden aan. In dat jaar werd het dorp door de aanleg van het Julianakanaal in tweeën gesneden, maar wat erger was, door de onenigheid in de muziekwereld werden de vroeger zo eensgezinde inwoners in twee kampen verdeeld. Het kamp van de Auw en de Nuu, die elkaar de heftigste verwijten naar het al dan niet muzikale hoofd wierpen. Gemene verdachtmakingen en schimpscheuten werden dagelijkse bezigheden. De in die tijd verschijnende carnavalsblaadjes stonden vol grove beledigingen.

In het voorjaar van 1929 werd het eerst vaandel aangeschaft. De gelden hiervoor werden bijeengebracht door een collecte te houden in het dorp "bij onze vrienden". Het vaandel werd vervaardigd door de Eerwaarde Zusters uit Maastricht en "stelt onze patroonheilige te paard voor terwijl hij met zijn zwaard een helft van zijn mantel afsnijdt en aan een arme geeft". In augustus 1929 arriveerde het nieuwe vaandel. In dezelfde maand vond de vaandelwijding plaats welke plechtigheid met een "luisterrijk concert" besloten werd.

In 1930 werd een uitermate beledigende brief onderschept die gericht was aan de familie van de voorzitter. De brief was in bezit van een heer Olislagers uit Maastricht die in rattenvoer handelde. Deze brief had geplaatst moeten worden in het carnavalsblaadje "De Klappende Ekster" welk blaadje gedrukt werd op de persen van de Limburger Koerier te Maastricht. De inhoud luidde als volgt:



Dit epistel had de volgende betekenis:
1. Voorzitter Welkenhuysen was fruithandelaar. Met maus koe werd bedoeld de oudste dochter waarvan de verloofde in 1929 overleden was.
2. Afbraak van concerten. De voorzitter had de Belgische nationaliteit.
3. De voorzitter kon geen goede toespraken houden. Hij viel vaak over zijn eigen woorden en begon dan te stotteren.



De eerste successen

In 1933 nam Fanfare St. Martinus o.l.v Guill. Maessen voor de eerste maal in haar bestaan deel aan een bondsconcours. Men behaalde op 16 juli 1933 in Thorn in de derde afdeling een eerste prijs met 275 punten.

Door dit succes aangemoedigd werd besloten in 1934 ook aan een concours deel te nemen. En weer was de Fanfare succesvol. Op 21 mei 1934 behaalde men in Veldhoven in de tweede afdeling 254 punten: eerste prijs. N.a.v. dit succes stond onderstaande publicatie in de Limburger Koerier van vrijdag 25 mei 1934:



De Nuu deed haar uiterste best en dat was een stimulans voor Fanfare St. Caecilia het er evenmin bij laten te zitten, zodat beide kemphanen elkaar ongewild onhoog stuwden. De rivaliteit had zich in zoverre ingetoomd, dat het niet meer tot openlijke botsingen kwam. Maar onder de "bovenlaag" smeulde nog steeds het vuur en als een van beide muziekcorpsen op concours was geweest, kon het wel eens gebeuren dat de vlammen weer naar buiten sloegen. Als de een pech had en slechts met een tweede prijs naar huis kwam, greep de ander die gelegenheid dankbaar aan om spotgedichten te maken, met het onvermijdelijke gevolg dat het gegooi met glazen weer begon.

Aan de successenreeks kwam geen einde. Ook in 1935 nam men aan een concours deel. Nu te Leende op 7 juli. In de eerste afdeling was het verplichte werk "Mythila" van componist F. Reynaud en het gekozen werk "Prairial" van Andrieu. Ook hier kwam men zegevierend uit het strijdperk: 324 punten. Eerst prijs met lof der jury. Hoogst aantal punten van het hele concours, directeursprijs en eerste ereprijs. Ook nu stond de Fanfare weer o.l.v. Guill. Maessen.

Einde 1936 vond voorzitter Leo Welkenhuysen het welletjes. Hij "verkocht" diverse instrumenten en andere goederen aan de Fanfare en trok zich terug als voorzitter. De koopakte werd opgesteld op met 50 cent gezegeld papier. De inhoud luidde als volgt:



J.H.L. Thijssen (Sjeng Thijssen) werd de nieuwe voorzitter.
Leo Welkenhuysen werd Erevoorzitter.



De crisisjaren

Voor de Fanfare braken rustige tijden aan. De crisisjaren stonden voor de deur, waarna mobilisatie en even later de oorlog. Toen in 1940 de vredige stilte door de Duitse inval wreed verstoord werd, waren alle Geulse muziektwisten op slag vergeten en vond men elkaar in een gemeenschappelijke haat tegen de indringer. Op 6 juni 1940 schreef Gielke Dohmen nog een bestuursvergadering uit. Men was toen dus bijna vier weken in oorlog. Jammer genoeg staan op de uitnodiging voor de bestuursvergadering geen agendapunten.

In 1941 nam directeur G. Maessen wegens drukke werkzaamheden ontslag. Drukte in zijn bakkerij dwong hem hiertoe. Dhr. A. Hautvast werd benoemd tot de nieuwe directeur van de Fanfare.

Toen in 1942 de Kultuurkamer meende de Limburgse muziekverenigingen te moeten opslokken werd besloten de repetities te staken. De instrumenten doken onder tot oktober 1944. Na de bevrijding herrezen de twee Fanfares en even laaide toen ook weer de oude strijd op. In oktober 1944 telde Fanfare St. Martinus 17 leden.



Een nieuw begin

Op 26 oktober 1946 luisterde de Fanfare de gouden bruiloft op van het echtpaar Ghijzen, aan de Maas. Vaandeldrager Ome Jan (Jan Simonis) was voorloper op het gebied van de uniformering: hij droeg een oude politiepet.

Op 15 augustus 1947 werd o.l.v. directeur A. Hautvast deelgenomen aan een bondsconcours te Maastricht in de afdeling uitmuntendheid. Het resultaat was teleurstellend: 274 punten, een tweede prijs.

Nederland was in oorlog met Indië. Ook fanfarelid André van Kan werd onder de wapenen geroepen. In augustus 1947 werden door het Thuisfront plaatopnamen gemaakt van het reilen en zeilen in ons dorp. Deze stuurde men dan naar deze militairen. Op een van deze platen brengt de Fanfare een tweetal marsen ten gehore en houdt voorzitter Sjeng Thijssen een toespraak. Ook Pastoor Stassen is te beluisteren alsmede Burgemeester van Aefferden. Tevens staat er een verslag op van de voetbalwedstrijd Geulse Boys - Havantia.

De toespraak van voorzitter Sjeng Thijssen:



Harie Wijnand werd in november 1947 benoemd tot secretaris. Hij kon direct beginnen met de voorbereidingen van de feesten t.g.v. het 20 jarig bestaansfeest.



Het 20-jarig bestaan

1948. Het jaar waarin op 31 juli en 1 augustus "de luisterrijke lustrumfeesten bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan der Fanfare St. Martinus Geulle" gevierd werden.
Toentertijd werden zulke feesten gehouden in de "feestweide". Tussen de fruitbomen werd een kiosk opgebouwd waarop muziekverenigingen uit de omgeving een concert kwamen verzorgen. Op zaterdag 31 juli traden op voor het Ere Concert Accordeonvereniging "Soprani" Witte Vrouwenveld Maastricht, Fanfare St. Clemens Arensgenhout en wederom "Soprani".

Zondag 1 augustus concerteerden:
Fanfare St. Martinus GeulleDirigent A. Hautvast
Fanfare de Maasgalm ElslooDirigent M. Janssen
Fanfare Concordia UlestratenDirigent H. Jacobs
Fanfare St. Franciscus WijckDirigent F. Heuvels
Harmonie St. Agnes BundeDirigent A. Hautvast
Fanfare St. Caecilia SchimmertDirigent L. Stassen
Fanfare St. Martinus SteinDirigent M. Janssen
RK Oratoriumvereniging ScharnDirigent K. van Wersch


Harmonie St. Caecilia uit Beek o.l.v. de in Geulle welbekende directeur Guill. Maessen verzorgde om 20.15 uur het Gala Concert. De uit te voeren werken waren:
Semper Fidelis, Marsch
Les Dragons de Villars
Lustspiel Ouverture
Fantasie su Copelia
Klompendans
De bas in zijn Sas, Marsch

Bij gelegenheid van zulke feesten werd er ook een erecomité samengesteld. In dit comité zaten altijd de plaatselijke notabelen zoals de burgemeester, de pastoor en kapelaan, het hoofd van de school, wethouders, rentmeesters, gemeentesecretaris, leden van het kerkbestuur enz. Ook werd er een "Feestorde" opgesteld. Een soort programma wat er die dag te doen was:
Feestorde voor Zondag 1 Augustus 1948.
9.30 uurBijeenkomst Bestuur, Leden en Oprichters in de verenigingszaal
9.45 uurBijeenkomst Leden Ere comité
10.00 uurPlechtige Hoogmis
11.15 uurReceptie in de verenigingszaal
3.45 uurKorte optocht naar de Feestweide
4.15 uurOpening door Jhr. v. Aefferden, Burgemeester en Voorzitter van het Ere comité
4.30 uurAanvang concertuitvoering


Zoals u ziet werkte de plaatselijke Fanfare St. Caecilia niet mee aan de concerten. Dit lag waarschijnlijk nog te teer. Toch heeft ook deze Fanfare een uitnodiging gekregen. Secretaris Harie Wijnand schreef:



En het antwoord van Fanfare St. Caecilia was:



De Fanfare gaf in die tijd ook al een programmaboekje uit. Onderstaand enkele advertenties uit het programmaboekje:



Nog uit de feestgids:
"De beoefening der muziek mag zonder vrees voor tegenspraak gelden als een der oudste en meest algemene uitingen van het gewone cultuurleven", aldus Pastoor A. Stassen.

"Het onafgebroken bestaan der muziekvereniging is bereikt door eensgezindheid en goede verstandhouding, zodat te verwachten is dat door de samenwerking en eendracht nog vele jubelfeesten gehouden worden, tot voordeel, geluk en vreugde van alle ingezeten van ons aller lief Geulle", aldus Oud voorzitter - oprichter. L. Welkenhuysen.

Uit de Sjakel van juli 1948:
WIST U……..dat de fanfare "St. Martinus" op Zondag 1 augustus haar 20 jarig bestaan viert met een luisterrijk festival, waaraan o.a. deelnemen de bekroonde fanfare uit Arensgenhout en de harmonie uit Beek?



Weidefeesten

In die tijd werden gedurende de weidefeesten diverse activiteiten op touw gezet. Een van deze activiteiten was het optreden van het circus Hubodazac, een circus dat ook wel genoemd werd: Circus Hals Over Kop. Een van de organisatoren kwam op het idee de eerste letters van humor, boksen, dans, zang en acrobatiek achter elkaar te zetten. Vandaar de naam "Hubodazac" .
In de feestweide van Sjeng Louwet op het Brook werd een hoek afgezet met jute zakken en de piste was klaar. Nadat de artiesten onder de klanken van de mars "einzug der Gladiatoren" het strijdperk betreden hadden, kon de voorstelling beginnen. De eerste matadoren waren de Witte René Smeets en de Witte van Lemmens van aan de Maas (Jenne). Zij gaven een bokswedstrijd ten beste, die wel eens uit de hand liep en dan aan het buffet bijgelegd moest worden…….
Twee Geulse schonen (Lenie Dreessen en Miet Notten) ontpopten zich als rasechte tapdanseressen en zongen ook nog als nachtegalen.
Ben Vredegoor (knecht bij de familie Janssen op het Oostbroek) was sjeik Ali Ben Joessoef. Deze liet een zaag jubelen op de tonen van de Kalief van Bagdad.
Twee waarzeggers (de lange van Tineke en de Sjeive van Troquet) voorspelden de mensen de toekomst. In hun tentje moet het jolig toegegaan zijn, want de meeste mensen kwamen dubbel van het lachen naar buiten.
Dat het optreden van het circus in de smaak viel, bleek uit het feit dat er meestal 2 voorstellingen gegeven moesten worden. De entreeprijs was 25 cent en na afloop kon de penningmeester lachen.



Een nieuwe directeur

Eind 1948 neemt directeur Hautvast ontslag. Hij werd opgevolgd door Sjeng Notten. Sjeng Notten kwam uit eigen gelederen. Hij bespeelde al jaren de solobugle in de vereniging.
In de Sjakel van November 1948 werd dit als volgt aangekondigd:



Zondag 25 september 1949 nam een groep muzikanten van de Fanfare deel aan een processie naar het genade-oord van de Maagd der Armen te Banneux. Ca. 300 Italiaanse mijnwerkers, die werkten in de Belgische mijnen waren met echtgenote en kinderen aanwezig.
Een prachtig beeld van de Maagd der Armen werd bij deze gelegenheid gezegend en overgedragen aan een deputatie van de Italianen, speciaal voor deze gelegenheid overgekomen vanuit Milaan.
Dit beeld kreeg een ereplaats in een nieuw te bouwen kerk in een der arbeidswijken van Milaan.
De leider van de Internationale Gebedsunie van Banneux verklaarde dat de Fanfare bij de eerstvolgende opluistering van een Processie te Banneux een herinneringsmedaille zou ontvangen. Dit zal dan voor de 10e maal zijn dat muzikanten van de Fanfare een processie in Banneux opluisteren.

Zondag 30 oktober 1949 werd er in het patronaat weer een winterconcert gegeven. Toneelvereniging "Vondel" werkte hieraan mee en voerde "Boeng Toni" op, een tropenspel in drie bedrijven.

Op 4 december 1950 bracht de Fanfare een serenade bij dhr. Jef Peters ivm zijn 25 jarig dienstjubileum op de mijn. De heer Peters had zich enige tij d geleden om principiële redenen terug getrokken. Het huldebetoon kreeg echter een dubbele betekenis omdat bij deze gelegenheid de geschillen van weerszijden werden bijgelegd en de heer Peters zich bereid verklaarde weer in het Bestuur te willen plaatsnemen.

In december 1950 namen diverse muzikanten deel aan een solistenconcours te Sibbe. Het verslag in de Sjakel:


In 1951 nam de Fanfare o.l.v. Sjeng Notten deel aan een bondsconcours te Austerlitz. In de afdeling uitmuntendheid kregen zij 301 punten; een 1e prijs.
Ook deed men hier mee aan de marswedstrijden. Ook hiervoor kregen zij een 1e prijs.
Deze 1e prijs was waarschijnlijk te danken aan vaandeldrager Ome Jan. Ome Jan had het begrip boem/boem - boem/boem - halt - en - sta - stil nog niet zo goed onder de knie. Wat gebeurde er dus? Ome Jan marcheerde nog 20 meter door toen de rest al lang stil stond. De jury moet gedacht hebben dat dit bij de wervelende show hoorde, dus 1e prijs.

In 1951 werd Jonkvrouwe G. van Aefferden-Brouwers Beschermvrouwe van Fanfare St. Martinus.

Van de Internationale Gebedsunie naar Banneux ontving men een zilveren medaille voor "aan den vaandelstok".

Carnavalsoptocht 1952. Deze foto is gemaakt op de hoek Hulserstraat - Essendijk.
Het gebouw links was de toenmalige Coöperatie. De boomgaard rechts is het huidige Marktplein.
Vaandeldrager is Graad Pluis, met bord om zijn nek is Sjeng Thijssen. Achter Sjeng Thijssen zien we Peter van Herpen.
Rechts op de voorgrond Gus Roumans. Trommelslager is Nic Bergholtz. Daarachter Jules Wijnand met naast zich dirigent Sjeng Notten.




De strijdbijl begraven

Voorzitter Sjeng Thijssen had grote plannen. Hij wilde in Hulsen een café annex zaal bouwen. Toen deze plannen vorm begonnen te krijgen vond het iemand nodig een anonieme brief naar de voorzitter te sturen:

(Musch (mus) was een scheldnaam voor de familie Welkenhuysen)

Alle geruchten en kwaadsprekerij ten spijt; in januari 1953 werd met de bouw van café / concertzaal begonnen. Veel fanfareleden hebben aannemersbedrijf Gebr. Cauberg uit Valkenburg geholpen bij de bouw.

In die jaren was Fanfare St. Martinus maar een kleine vereniging. Ofschoon zij hun best deden om zo goed mogelijk muziek te maken, stond de gezelligheid zeker niet op de laatste plaats. De repetities, die gehouden werden in het knusse zaaltje achter de kerk, waren daar, vooral in de wintermaanden, een voorbeeld van. Met zo'n 25 man zat men dan rond een grote vulkachel, rood gloeiend gestookt met fruitbomenhout door Sjeng Thijssen, zaalhouder tevens voorzitter.

Toen hadden ze nog tijd om de hele dag, bv. Koninginnedag, met de hele vereniging door Geulle te trekken. Allereerst moest dan het dikketrom-karretje opgezocht worden. Meestal stond dit ergens op een schuur tussen het hooi. De banden van dit karretje moest men niet te hard pompen, want dan sprong ze bij de minsten oneffenheid in de weg van links naar rechts.
Om en uur of tien 's morgens werd er vanaf de zaal achter de Kerk vertrokken en dan ging men met marsmuziek door heel Geulle. En omdat droge kelen gesmeerd moesten worden werd geen enkel café overgeslagen. De hongerigen kwamen aan hun trekken bij tante Nes op 't Brook. Een ketel zuurkool met roggebrood stond dan op het menu. Nadat ze in Brommelen het café bij Tru Hoofs hadden aangedaan en op het Klein Brook waren aangekomen haalde de Lange van Tineke nog enkele sneeën zwart boerenbrood uit zijn binnenzak.

Voorjaar 1953 kreeg Harmonie St. Caecilia, inmiddels tot harmonie getransformeerd, een uitnodiging voor een gesprek met Fanfare St. Martinus. Een invitatie die aanvaard werd. Bemiddelaar was burgemeester Jhr. van Afferden, en de bespreking tussen de beide kampen vond plaats in Hotel "Prins van Hessen". (Nu Effe Plenke).
Bij deze gelegenheid werd de strijdbijl voorgoed begraven. Harmonie St. Caecilia verzorgde een concert bij de Fanfare en bracht hun op de dag van het zilveren bestaansfeest een serenade.

De bouw van de zaal vorderde gestaag. De eerste steen werd gelegd in april 1953 door Margot Thijssen, dochter van Sjeng Thijssen en Moeder Anna.
(Deze steen is ingemetseld aan de ingang van de zaal)



Zilveren jubileum

In juni / juli 1953 werd het zilveren bestaansfeest gevierd.
De "Gazet van Limburg" besteedde 27 juni 1953 ¾ pagina aan deze feestelijkheden. Onderstaand volgt een klein gedeelte uit dit krantenartikel. De rest ging over de geschiedenis van de vereniging en die heeft u net gelezen.



De jubilarissen waren Gus Freens, Sjang Janssen en Harie en Sjef Thijssen.

De feestelijk versierde zaal Aan de Maas,
waar de receptie gehouden werd.
        
Mw. Thijssen van den Akker kreeg een wandbord
aangeboden, omdat zij al 25 jaren gastvrouw
van de Fanfare was


Het feest programma is echter niet afgewerkt zoals het in de krant vermeld stond. Zaterdag 27 juni was het weer zo slecht dat het galaconcert door het Muziekkorps van de Staatsmijn Maurits geen doorgang kon vinden.
Zondag 28 juni was het weer goed, echter de duivel had plaatsgenomen in de feestweide: het avondconcert door de Harmonie St. Cecilia uit Beek kon niet doorgaan omdat de elektriciteit was uitgevallen. De drumband "Prinses Marijke" heeft toen, ondanks de duisternis, de stemming erin gehouden.



Een zwarte dag

Na de festiviteiten werd voorzitter Sjeng Thijssen ziek. Hijzelf verzocht Harie Wijnand om de functie van waarnemend voorzitter op zich te nemen.

Ook in 1953 luisterde de Fanfare beide processies op. Dit waren de grote en kleine processie in de Parochie St. Martinus. "Op de Berg" mochten we in die tijd nog niet komen!!!
De Fanfare verleende medewerking aan muziekfeesten te Uikhoven, Cotem, Itteren, Wyck, Stein, bij de Harmonie Geulle en Ulestraten.
Jules Wijnand, Pieke Ummels en Giel Philippens gingen dit jaar in militaire dienst.

En zo naderde een zwarte dag in de geschiedenis van Fanfare St. Martinus.



Zondag 22 november 1953 sterft Sjeng Thijssen. Een grote klap voor de Fanfare. Hij liet een vrouw en 2 kinderen achter, Leo 14 jaren en Margot 7 jaren. Café en zaal waren net afgebouwd. Kermiszondag 15 november was er voor de eerste maal dansen geweest. Zelf heeft hij zijn levenswerk nooit gezien.
Donderdag 26 november was de begrafenis. Een indrukwekkende stoet begeleide Sjeng Thijssen naar zijn laatste rustplaats.
Ook de Fanfare had een overlijdensadvertentie in de krant geplaatst:



De "Gazet van Limburg" besteedde ook aandacht aan dit overlijden:



Begrafenisstoet op weg naar de kerk. Herkenbaar zijn:
Sjeng Notten, Jeu Freens, Louis Palmen,
Giel Dohmen, Harrie Decker, André van Kan,
Willem Decker, Harrie Wijnand, Hein Kösters,
Martin Martens, Leike Keijsers en Albert Wijnand.
        
Van l naar r: Leike Keijsers, Pierre Thijssen, Burg. Van Afferden,
Sjeng Notten, Harie Thijssen, Peter van Herpen met achter
zich Harie Martens, de Goes, dhr. Oliviers van de Gebedsunie
naar Banneux.


Na het overlijden van voorzitter Sjeng Thijssen werden de repetities 6 weken lang gehouden in het patronaat (Het gebouw waar momenteel het Drukkerscollectief in gevestigd is). Hierna werd intrek genomen in "Concertzaal 't Centrum", het splinternieuwe verenigingslokaal.

Het leven ging verder. Er diende zich een nieuw probleem aan. De verstandhouding met directeur Sjeng Notten verslechterde.



Fanfare St.Martinus na 1954

Tot hiertoe heb ik voor de geschiedschrijving dankbaar gebruik gemaakt van een artikel in de feestgids van 1948. Van oudere leden heb ik ook veel gegevens mondeling en schriftelijk gekregen. Met name kan hier André van Kan z.g. genoemd worden. Hij is het die de aanzet heeft gegeven tot het inrichten van een archief van de Fanfare.

Vanaf 1953 zijn er jaarverslagen. Hieruit kan ik voor de toekomst leuke en minder leuke voorvallen opdiepen om deze geschiedenis van de Fanfare mee op te fleuren. Het jaarverslag van 1957 is vermist. De verslagen van 1956 en 1958 zijn niet compleet.



Een nieuwe voorzitter, dirigent en vaandel

Januari 1954 wordt Albert Welkenhuysen tot voorzitter benoemd. De installatie vond plaats op de jaarvergadering van 21 februari 1954. Tijdens deze vergadering werd Sjef Lardinois door de leden tot bestuurslid gekozen.

Uit de krant van zaterdag 27 februari 1954:


Tijdens de carnavalsoptocht 1954 droeg Ome Jan voor de laatste maal een vaandel. Er is een drapeaufonds gevormd om dit vaandel te vervangen.
Ten bate van het corps en drapeaufonds werden drie balavonden gehouden en een kienavond.
Aan het winterconcert werd medewerking verleend door cabaretgezelschap Soprani uit Maastricht. Het drapeau-fonds organiseerde een huis aan huis collecte. Opbrengst ƒ 328,00. De Gemeente droeg ƒ 200, 00 bij. Toen ook nog een gift binnen kwam van de Brand Brouwerij kon de drapeau besteld worden.
De onderlinge verstandhouding in de vereniging werd steeds slechter. In augustus 1954 barstte de bom. Directeur Sjeng Notten nam ontslag. Dat zich hier ook buitenstaanders mee bemoeiden, onder het aanroepen van de Maagd de Armen van Banneux en van de duivels, bewijst het volgende anoniem schrijven:


Deze smeekbede hielp niet. Sjeng Notten bleef bij zijn besluit. De Fanfare moest op zoek naar een nieuwe dirigent. En zo kwam men weer terecht bij bakker Guill. Maessen uit Beek. Geen onbekende in de vereniging. Hij was al dirigent van 1928 tot 1941.
Directeur Maessen werd benoemd ingaande 1 september 1954.

Gedeelte uit het jaarverslag van 1954:



Begin 1955 werd het bestuur uitgebreid met 3 leden t.w. Fer Notten, Leon Thijssen en Willem Decker. De vereniging bestaat nu uit 11 bestuursleden, 36 leden en 6 leerlingen. Aansluitend op de jaarvergadering van 3 april 1955 was het vaandel-wijdingsfeest. Deze plechtigheid werd verricht door Pastoor Stassen.
Uit de toespraak van Beschermvrouwe Mw. van Afferden-Brouwers: "Het mag een eer zijn zich te scharen achter zulk een prachtig vaandel".



In 1955 werden diverse activiteiten georganiseerd om de gelden bij elkaar te krijgen voor het nieuwe vaandel en de dringende aanschaf van enkele muziek instrumenten.
Er werd een concert georganiseerd m.m.v. Fanfare St. Franciscus uit Wyck-Maastricht en de Harmonie St. Gertrudis Beesel.
Een oud ijzer actie leverde ƒ 200,00 op. Een loterij bracht nog eens ƒ 300,00 op.
Zo kon men ook nog 3 nieuwe instrumenten aanschaffen. Twee bugels en een piston. Totale waarde ƒ 700,00.

Over het jaar 1956 is niet veel te vermelden. In de eerste alinea van het jaarverslag 1956 staat: "een jaar zonder belangrijke gebeurtenissen".
De jaarvergadering vond plaats op 25 maart 1956. Sjef Lardinois en Math Peeters bedankten als bestuurslid. Jan Simonis (Ome Jan) geeft zijn functie als drapeaudrager op en wordt bestuurslid. Graad Pluis wordt zijn opvolger.




Promotie naar afd. Uitmuntendheid

In 1957 werd in Horst deelgenomen aan een bondsconcours. Onder leiding van Guill. Maessen werd weer begonnen in de eerste afdeling. Verplicht werk was De Vier Bagatellen. Keuzenummers waren L'Heureux Presages en Cassasione. Eerst genoemd nummer hebben we moeten uitvoeren.
De Fanfare was terdege voorbereid. Iedereen zette zijn beste beentje voor en thuis werd flink geoefend. Als men door Geulle fietste hoorde men in iedere straat wel tonen van De Vier Bagatellen.
De laatste 3 weken waren er 18 repetities.

Op 21 juli was de grote dag. De vele repetities en het vele oefenen bracht resultaat: 343 punten. 1e prijs met promotie en lof der jury. Een feest barstte los.

Om halftwee 's nachts kwam de Fanfare in Geulle aan. Moeder Anna en Gus Roumans schonken de Fanfare diezelfde nacht nog een stel schellenbomen, waarbij Gus Roumans de gevleugelde woorden sprak: "De kop mot sjoen sien".
Dit bondsconcours moet wel een grote indruk bij de vereniging achtergelaten hebben. Leike Keijsers schreef er een verslag over:



In 1957 werd de drumband van de Fanfare opgericht. 1e Tamboermaître / instructeur werd Harie Vonken.



Overlijden Leon Welkenhuijsen

Bidprentje van Leon Welkenhuijsen:


Tijdens de jaarvergadering van 18 januari 1958 werd L. Freens (Gekke Lei) als bestuurslid geïnstalleerd. Het jaarverslag van de penningmeester gaf een batig saldo van ƒ 700,00 te zien. Deze avond bood het instrumentenfonds een stel pauken aan, 5 trommen voor de drumband en een tamboermaître stok.

In die tijd bestond het instrumentenfonds uit de volgende personen: Wim van Kan, Pie Janssen, Sjo Roumans, Pierre Wijnen, Louis Rouschop, Sjeng Freens en Hub Lucassen. Ook besloot men tijdens deze jaarvergadering dit jaar deel te nemen aan een bondsconcours te Elsloo. Op 13 juli behaalde men in de afdeling uitmuntendheid o.l.v. directeur Maessen 306 punten. Een 1e prijs met promotie naar de Ere afdeling.



Overlijden Gus Freens






Promotie naar superieure afdeling

2e Pinksterdag 1959. Bondsconcours te Meyel. In de Ereafdeling was het verplichte werk Noord Hollandse Paneeltjes van Gerard Boedijn. Het keuzenummer was Devon Fantasie van Eric Ball. Wij behaalden resp. 162 en 165 punten. Totaal 327 punten. 1e prijs met lof der jury en promotie naar de Superieure afdeling. Bovendien waren dit het hoogst aantal punten behaald op het hele concours.

Achteraf bleek dat wij in dat jaar het hoogst geëindigd waren in de Ereafdeling Fanfare. We konden dus een uitnodiging voor de nationale kampioenschappen tegemoet zien. Wederom had directeur Maessen grote lauweren geoogst met St. Martinus. In 3 jaren bracht hij ons van de 1e Afdeling naar de drempel van de Superieure Afdeling.

De"Gazet van Limburg" besteedde ook aandacht aan dit succes:




De buurtvereniging Brommelen had een kapel gebouwd. Het Mariabeeld dat hierin kwam te staan is ingezegend in Banneux. Tijdens een speciale bedevaart naar Banneux is dit beeld gehaald.

Dit is waarschijnlijk de eerste keer geweest, dat leden van de Fanfare en Harmonie samen muziek gemaakt hebben.

De muzikanten links zijn achtereenvolgens: Ger Lemmens (H), Hein Kösters (F), Sjang Lemmens (H), Harie Thijssen (F).
De muzikant uiterst rechts is Wim Janssen (F).


Van de RK Limburgse Bond van Muziekgezelschappen kwam inderdaad een uitnodiging om deel te nemen aan de Nationale Kampioenschappen. Deze werden 13 december gehouden in het gebouw "KATHOLIEK LEVEN", Wal 8 te Eindhoven.

Ondanks dat Jo Janssen en Harie Decker in militaire dienst zaten en Gielke Dohmen al geruime tijd ziek was, werd de uitnodiging aangenomen.
Er werd weer flink gerepeteerd om Napoleon (het verplichte werk) klein te krijgen. Vol goede moed werd afgereisd naar Eindhoven. Doch wat gebeurde? Voor het verplichte werk kregen we 144 punten en voor het keuzenummer (Devon Fantasie) 138 punten. Liefst 27 punten minder dan op het concours te Meyel afgelopen mei. Totaal hadden we dus 282 punten.

Op kampioenswedstrijden zijn geen prijzen. Men wordt kampioen of men heeft niets. Om kampioen te worden moet men ook nog minimaal 300 punten halen.
Onze tegenstander, de Fanfare uit Ammerzoden NBr., had om te beginnen te laat ingeschreven voor deze wedstrijden en haalde op de kop af ook nog 300 punten. Daar ging de zo fel begeerde wimpel naar Brabant.

Voor de leden die dit hebben meegemaakt, kleeft vandaag nog een nare bijsmaak aan deze wedstrijden. Nooit heb ik na afloop zoveel teleurgestelde gezichten gezien. Er waren zelfs leden die de mouwen oprolden en verhaal wilden gaan halen bij de dirigent van Ammerzoden. Deze dirigent was Sjef Pijpers, een oud leerling van directeur Maessen. Gekscherend werd later gezegd dat Napoleon niet in Waterloo maar in Eindhoven de slag verloren heeft.



Naschrift van de schrijver

Tot zover dit eerste gedeelte van de Geschiedenis van de Fanfare.
Hoogstwaarschijnlijk is deze geschiedschrijving niet compleet of misschien zelfs niet juist. Voor aanvullingen en of correcties houd ik mij gaarne aanbevolen.



 
Copyright © 1999-2011. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.