Tandemsprong als verjaardagscadeau
Parachutisten Centrum Midden Nederland verkoopt verjaarscadeaus
HILVERSUM - Menno van der Coelen (19) loopt naar het kleine toestel, dat met draaiende motor in het gras klaarstaat. ,,Ik voel me best ontspannen’’, roept de jongeman uit het Limburgse Geulle boven het lawaai van de motor uit. Hij lacht onzeker. Dan klimt hij samen met z’n broer Dennis en hun twee instructeurs aan boord, gaat de deur dicht en is er geen weg meer terug. Happy birthday!
De tandemsprong waaraan Menno op deze vrijdagmorgen op het vliegveld Hilversum manmoedig begint is een verjaarscadeau van zijn broer Dennis. Die is lid van het Parachutisten Centrum Midden Nederland (PCMN) en wilde eens niet met een boekenbon voor de dag komen. Een tandemsprong kost 195 euro. Voor zeventig euro meer krijgt de springer een dvd van zijn avontuur mee. Het verrassingseffect is gelukt, aan het eind van de Nationale Sportweek moet Menno eraan geloven. Een stief kwartiertje na het vertrek is te zien hoe op grote hoogte zich vier stippen van het vliegtuigje afscheiden. Ze worden snel groter, zo zien ook de clubleden die beneden bij de pilonnen van de dropzone in het gras staan te wachten. Als een Siamese tweeling komen Menno en instructeur Ron omlaag zeilen aan hun oranjepaarse parachute. Ze komen op vijftig meter na in het doelgebied terecht. Menno zit een tiental seconden met een verbijsterde blik in het lange gras te zwijgen.
Deur open
Dan zegt-ie uit de grond van zijn hart: ,,Gaaf, echt waar. Wow!’’ Hij was niet bang, beweert- ie, alleen heel even toen de instructeur op vier kilometer hoogte de deur openschoof voor de springers. Daarna was het 35 seconden (valtijd) en vier minuten (zweeftijd) kicken.
Dergelijke taferelen waren gisteren de hele dag te zien op het vliegveld Hilversum. In het onderkomen van de parachutistenclub heeft Edwin van Buël alles onder controle. In zijn ’hok’ houdt de routinier op een pc precies bij wie er allemaal hoe laat met welke spullen en welk toestel de lucht ingaan.
De Loosdrechter begon zijn parachutistenverleden dertig jaar geleden aan de overkant van het veld in de oude boerderij van Ikarus, de vereniging die later zou gaan fuseren met de Parachutistenclub Hilversum. Sindsdien heeft De Buël, zegt hij, ongeveer 2600 keer aan een valscherm gehangen. Slechts twee keer heeft hij daarbij gebruik moeten maken van zijn reserveparachute. Was dat niet schrikken? ,,Welnee, die procedure zit er zo diep in.’’ Wat maakt springen zo geinig? ,,Ik zat vroeger bij de Deutsche Bank. Kwam ik na een drukke dag thuis, ging ik altijd als een speer hierheen voor een sprong. Viel alles meteen van me af.’’ Hij roemt de therapeutische werking van het parachutespringen. Het lijkt voor de buitenstaander eerder op een verslaving.
De Büel is een geboren Hilversummer. Sinds twee jaar runt hij in Loosdrecht een evenementenbureau, z’n vrije tijd gaat op aan de PCMN. De club telt inmiddels tegen de driehonderd leden. De springers ervaren, zegt een clublid, dat ze steeds vaker in de lucht plaats moeten maken voor oprukkend vliegverkeer van Schiphol. Onder de duizend meter kunnen ze nog hun gang gaan, daarboven is steeds minder ruimte.
Op de parkeerplaats, bij de ingang van het vliegveld, staan een oma en opa met hun kleinkind naar boven te kijken. ,,Kijk een parachute’’, zegt opa tegen het ventje. ,,Er hangt een meneer onder, hij springt uit het vliegtuig naar beneden.’’ Het kind antwoordt met een logische vraag: ,,Waarom springt die meneer uit het vliegtuig?’’ Waarop de opa zegt: ,,Dat vindt-ie leuk.’’

Menno van der Coelen (19) ziet de grond naderen, achter hem heeft instructeur Ron alles onder controle.
tekst: Hans Hoogenboom
| Met toestemming overgenomen van |
|
|