Heemkundevereniging Gl - Sjakel januari 2002
 
 


De Sjakel
Januari 2002

Geulle in vroeger tijden.
40. Burgemeesters van voor 1800.

Voor de komst van de Fransen onder Napoleon in 1794 hadden burgemeesters een heel andere functie dan hun huidige naamgenoten. Het waren indertijd de vertegenwoordigers van de inwoners en zij werden ook wel borgemeesters of dorpsmannen genoemd. Tijdens een vergadering van de schepenbank kozen onze voorouders een of twee burgemeesters. Daarna werden deze door de voogd - dit was meestal de heer van Geulle - bedigd. Omdat de burgemeesters door de inwoners van ons dorp werden gekozen, waren dit altijd katholieken, ook in de tijd dat de Staatsen of protestanten hier aan de macht waren. De burgemeesters zorgden voor:

  • 1. De uitrusting van de soldaten in tijden van oorlog.
  • 2. De vertegenwoordiging van de dorps-inwoners bij processen voor de schepenbank.
  • 3. De goede uitvoering van de "corweijden". Dit waren hand- en spandiensten door de inwoners, zoals bijv. het onderhoud van de straten en wegen.
  • 4. De administratie van de tiendgarven, dit was een belasting op graan.
  • 5. Het afkondigen en verwijderen van plakkaten.
  • 6. Politietoezicht. Dit was bijvoorbeeld nodig in de tijd van de Taters of Tartaren. Dit waren een soort voorlopers van de bokkenrijders.
  • 7. Het onderhoud van de school en van de kerktoren.
  • 8. Het inzamelen van graan en brood, onder andere voor de koster.
  • 9. Het afsluiten van geldlenigingen voor de gemeente en het terugbetalen hiervan.


De burgemeesters of dorpsmannen kregen geen salaris. Zij kregen wel voorschotten of anders na afloop hun kosten vergoed. Tot slot geef ik een overzicht van de burgemeesters van Geulle tot 1794 zoals pastoor Kengen deze in "Uit Geul's verleden" noemt:
1633: Wilhelmus van den Hoefs.
1643: Wilhelmus van Hove.
1677: Joppen?
1679: Hendrik Habben.
1683: Herman Hooghein.
1686: Claes Kebers en ? Ghijsen.
1708: Jan Janssen.
1710: Giel Peters.
1722: Jan Penders.
1724: Conradus Paulussen en Mattheus Lonus.
1734: Corst Lemmens en Willem Ghijsen.
1741: Herman Hochheijn en Mathis Ghijsen.
1745: Piter Deckers.
1749: Herman Paulussen.
1752: Jan Ghijsen.
1753: Coen Ramakers.
1755: Jan Penders en Herman Hooghein.
1774: Mattheewis Loenis.
1776: Gerard Tilman en Servaas Dekkers.
1783: M. Lemmens.
1793: Mattheewis Loenis.

In 1795 komt na de komst van de Fransen (tijdelijk) een einde aan de zelfstandigheid van de heerlijkheid Geulle. Ons dorp wordt bij het kanton Meerssen gevoegd en wordt zo onderdeel van het departement Neder Maas.
Archie Varis.


Literatuur:
1. Uit Geul's verleden (1926).
2. Kent U Geulle? (1949)

Brieve van Pieke jr.

Dag luu van Geul, hier weer een briefje van jullie Pieke. Het weer wordt alweer wat beter, maar de winter is nog niet om, zeg de Noonk en we hebben nu van alles een beetje gehad en een paar van die lichte hebben zelfs al geschaats op de vijver, en het ijs was gaaruits niet dik genoeg, maar het was al weer snel afgegaan en het heeft ook geijzelt dat je over de straat kon keije en bij ons in de berg konden ze niet voor of achteruit, sommigen wel opzij, maar dat ligt ter ook aan of je goed uitgerust ben, zeg de Noonk en zo zie je maar dat je ook in de winter op tijds naar bed en vroeg weer op moet. Voor Harie van onze Merie mag de winter wel weer snel om zijn, want die is op zijn zeebedeejus gegaan en Merie zeg dat hij ook wat beter uit zijn uilskuikens had moeten kijken, maar Harie zeg dat hij met de brommer achter die met de strooiwagen aanreed en die vaarden zo geleutig hel, dat Harie bij zich eigen dacht, dat als die zo hel konden vaare het wel niet zo glad kon zijn en ja wel hoor, daar lag hij op zijne ruggestrank. Trouwens, die strooiers zijn net als die van de gemeenteraad alleen goed op de grote lijnen, zeg de Noonk en de kleine stukjes vergeten ze voor hun gemak maar en misschien denken ze wel dat daar geen mensen wonen, maar denke moete ze over laten aan de paarden, zeg de Noonk, die hebben daar extra een grote kop voor gekregen en als de strooiers zelf gaan denken, ja dan gaat Harie op zijne rug. En als ze de volgende keer weer stukke overslaan, zeg de Noonk, maak hij een zaak devan: bij vorst en sneeuw niet gestrooid, dan niet betaald als het heeft gedooid! Met de Noonk is het eevels toch niet helemaal goed, hij heeft veel last gehad van dat nieuwe geld en hij is daarvoor al bij de neuroloog geweest en die heeft hem gezegd dat hij zich maar wat dekser een drupke moet drinken en dat hij zich niet zo moet oprijte over van alles en nog wat en dan komt het wel weer goed en de Noonk heeft zich ook een nieuwe leesbril moeten kopen want zoals jullie weten is hij erg op de centen en nou kan hij tenminste zien of hij n cent uitgeeft of twee. En nou gaat de Boerenleenbank ook nog toe en de Noonk was naar een ledenvergadering geweest voor te overleggen over de toekomst van de bank, want de bank stelde dat op prijs hadde ze geschreven, als de leden meedenken, maar dat was mooi voor de kouw bonen, want het stong toch al lang als een paal in het water dat de bank toe zou gaan en waarom moet je dan nog vergaderen, zeg de Noonk, smoesjes kun je ook wel in de gezet lezen. Bedank, bank, zeg de Noonk, en waar moeten al die boeren, die die bank groot hebben gemaakt, nou met hun centen blijven, toch niet in Meersse, zeker ! Dan maar liever naar die jongens van Lewet en naar de bank van het volk maar niet naar de bank van de Pos, want die heeft het hier in Geul ook allang verschete. En nou hebben de pastoor en de kaplaan ook nog een probleem, zeg Harie, want als je de gezet moet geloven - en wie doet dat niet, h - krijgen die veel vreemp geld op de school en die moeten ze ook weer kwijt zien te worden en die kunnen hun vreemp geld slecht bij een andere pastoor op de school leggen, toch ?

En het is ook heel druk in Geul, smorregens en saves vooral in de spitse uren, als de luu naar hun werk gaan of heevers komen, want dat Bung en Meersse met gezette toegeplakt zijn, weten wij hier in Geul allang, maar nou hebben die van de Watterstaat ook nog allerlei afritten en wegen en overwegen en getskes en zo afgesloten en nou komen die allemaal door Geul gesjees en het is jammer dat de pleissie zich zo met dat nieuw geld moet bezig houden, dat ze geen tijd hebben om ergens stil te gaan staan en zich ters een hoop op te schrijven en cente dermee verdienen en dat geld zouden ze dan mooi aan die van de gemeente kunnen geven en die zouden dan ook de kleine hoekjes beter kunnen strooien en ook bij de scholen, want daar waren ters een paar honderd op hun bakkes gegaan toen het glets was en die jonge vethouder zei, dat de gemeente daar toch genoeg gestrooid had en dat het daar dus niet aan lag en dan ziet der een het toch niet meer helemaal goed meer, zeg de Noonk of het loop hem semmelijk dooreen, zeker net zo als bij die wat meent dat de knaalbrug een huiske is, waar hij zijn boodschap in een doos neer moet leggen en dan is het wel weer goed dat het nou wat kouder is en dat begrijp ik niet, maar jullie wel of niet ? En Merie die is al een paar dagen onder een patsj te vangen, want die blijft maar bezig die puzzel van die van politiek Meersse in de Geulbode op te lossen en zoiets kan toch niet van zo een hoog nivo zijn dat dat zo lang moet duren, zeg de Noonk en dat soort reclaam voor de verkiezingen belooft wat voor het beleid wat daarna komt. Als dat ook een puzzel wordt, denk dan aan mijn aarrappelezak, zeg de Noonk. En nou hou ik op want ter is geen plaats meer in de Sjakel voor meer, zegge die van de redactie, want het loopt storm met kopie, maar jullie mogen best ook eens wat schrijven, dan doe ik wel wat minder en misschien krijg ik dan wel eens een brief van een van jullie. Nou, adi, met de groete van Pieke junior uit de Piemelenhoek.

P.s.: Ik moest jullie van de Noonk nog zeggen, dat die oude vethouder Lamers nou wel weg gaat, maar dat wij daarmee de overweg bij de Leunde nog niet terug hebben!

A.M.A. Maassen: Kwartierstaat van Sjef Thijssen uit Geulle (vervolg)
Eerder gepubliceerd in Limburgs Tijdschrift voor Genealogie, jaargang 28 - 2000, nummer 3.

V Betovergrootouders

16. N.N.
17. N.N.

18. Casparus Thijssen, * Geulle 27 september 1774, Geulle- Aan het Broek 12 november 1863 (akte 19). Huwde te Geulle, thuis bij de pastoor wegens sluiting van de kerk door de Fransen, op 20 september 1799 met
19. (Jo)anna Maria Notten, * Geulle 6 februari 1777, Geulle- Brommelen 18 januari 1839 (akte *). Hun zonen Joannes (* 22 juni 1805), Petrus (*9 oktober 1810) beiden wevers, en Caspar (*29 september 1813), dagloner, in de volksmond respectievelijk Jappejan, Jappepeer en Jappejap geheten, komen in het boek ter sprake. Zij woonden in een klein huisje in Brommelen, naast hun zus Nes (no. 9) en waren verstokte vrijgezellen met hun eigenaardigheden (blz. 48). Jappejap is ten tijde van de afscheiding van Belgi vrijwilliger geweest tegen de "Hollanders". Daar heeft hij naar eigen zeggen de rang van korporaal-sappeur gehad. Sedertdien had hij de bijnaam van "de Sappeur"(blz. 27). Op 5 april 1872 trad hij, 59 jaar oud, alsnog in het huwelijk. Bruid was de 29-jarige Katrien Cruts, die zich steeds voorstelde als "Cruts geboren Groothuizen"(blz. 107) . Aan haar en haar familie wijdde ik een artikel in het Limburgs Tijdschrift voor Genealogie, jaargang 1997, no. 1 blz. 12-16. Nadat op 25 september 1877 (akte 2) haar man was overleden, hertrouwde "Kruts Katrien"op 7 november 1878 met Christiaan Lemmens, * Geulle 18 november 1845 (akte 23), de bijna 33-jarige zoon van Caspar Lemmens en Anna Margaretha Thijssen. Toen zij in 1903 hun zilveren huwelijksfeest vierden, greep de jonkheid dit aan om een groot feest op kosten van het bruidspaar op touw te zetten. Na afloop daarvan was Chris gedwongen een beroep te doen op de armenkas (blz. 183).

Aantekening 1: Zoals in de inleiding gesteld, meen ik een antwoord gevonden te hebben op de vraag: wie verschool zich achter de dorpse naam "Jepkes Greet"? Dit zou kunnen zijn geweest Anna Margaretha Thijssen, * Geulle 15 juli 1820 (akte 22), dochter van Gosuinus Thijssen en Maria Ida Hendricks, Geulle 21 april 1902 (akte 13). Op 18 april 1842 (akte 6) trouwde zij met voornoemde Caspar Lemmens, * Geulle 17 augustus 1809, zoon van Christiaan Lemmens en Anna Mechtildis Thijssen, Geulle 23 december 1879 (akte 26). De namen kloppen in ieder geval: Caspar is Jepke en Margaretha is Greet. Opgemerkt wordt dat de geboorte-, de huwelijks- en de sterfakte van Margreet konsekwent de achternaam Thiessen in plaats van Thijssen vermelden.
Aantekening 2: Caspar Lemmens is een broer van Arnoldus Lemmens, "Nolke de kuper"die op 22 november 1834 (akte 48) huwde met Anna Gertrudis Janssen en de vader werd van Annemechelke, die 5 mei 1859 (akte 1) trouwde met mijn overgrootvader Joannes Maassen (blz. 77, 78, 86, 87, 184-186 van het boek). Opgemerkt wordt dat de auteur qua datering van hun beider overlijden in de fout gaat. Anna Mechtildis Lemmens overleed te Geulle 30 oktober 1911 (akte 23), Joannes Maassen 1 maart 1914 (akte 6).
Aantekening 3: De moeder van Caspar Lemmens, Anna Mechtildis Thijssen, * Geulle 29 maart 1770, aldaar 13 april 1814 (akte 40), dochter van Petrus Thijssen en Maria Catharina Janssen, was een zus van Caspar Thijssen, gehuwd met Agnes Stevens, de grootvader van burgemeester Servaas Thijssen, en van de bij een brand jammerlijk omgekomen Joannes Thijssen, gehuwd met Anna Elisabeth Vossen (zie resp. aantekening 1 en 2 bij no. 37 van de kwartierstaat).

20. Christiaan Kurvers, * Geulle 29 juli 1763, Geulle 5 februari 1827 (akte 5), huwde te Geulle 2) met (Maria) Agnes Ghijsen op 29 april 1816, geboortig van Boorsheim (Be) en 1) op 31 januari 1790 voor pastoor en dominee (ondertrouw 15 januari) met
21. Barbara Notten uit Brommelen, * Geulle 21 juni 1763, zus van no. 19, Geulle 20 januari 1815 (akte 4).
22. Joannes Bouwens (Bouwels), land-bouwer, * Oensel onder Schimmert 27 augustus 1771, Geulle - Aan de Maas 16 augustus 1828 (akte 32), huwde voor de dominee te Beek 16 november 1794 (ondertrouw 1 november) met de in Beek wonende
23. Anna of Maria Elisabeth Ha(e)mers, * Spaubeek 29 september 1772, Geulle 2 augustus 1853 (akte 12).
24. Petrus Deckers, * Geulle 10 januari 1715, Geulle 26 december 1829 (akte 49). Ging in ondertrouw, omdat hij toen te Maastricht in garnizoen lag als soldaat van het tweede regiment Oranje Nassau in de compagnie van kapitein Strothe, zowel in Maastricht (DTB 114-138) als in Geulle op 11 januari 1766. Het gereformeerd huwelijksregister in Maastricht heeft in de marge de kanttekening: "dezer 3e roep wordt tot nader order gesurcheerd. Moet weder voortgang hebben den 8 mei 1766". Getracht is te achterhalen wat de reden hiervan is geweest. De acta van de kerkeraad van de Nederduits gereformeerde gemeente te Maastricht geven geen uitsluitsel. Daarin wordt slechts medegedeeld dat in de gewone vergadering van 14 maart 1766 een brief van Geulle is ingekomen, getekend door dominee Smeets, waaruit blijkt dat inspraak is geschied op de huwelijkse geboden van Pieter Dekkers met Anna Lentjens. Deze is voor kennisgeving aangenomen. In de vergadering van de kerkeraad van 16 mei is een papier ingebracht over dezelfde zaak met de mededeling dat de inspraak opgeheven was, reden waarom die geboden haar voortgang zullen hebben (Gemeente-archief Maastricht, archief van de Nederlands Hervormde gemeente, inventaris no. 15). Het protestantse Geulse huwelijksregister vermeldt zelfs de inspraak niet. Het huwelijk vond plaats voor de dominee te Maastricht en de pastoor te Geulle op 18 mei 1766.
25. Anna Lentjens, * Geulle 26 juni 1743, Geulle 27 november 1826 (akte 48).
26. Hermanus Maassen, * Geulle 2 januari 1761, Geulle-Hussenberg 28 januari 1809 (akte 11). Huwde te Geulle voor de dominee en de pastoor op 31 mei 1795 (ondertrouw 16 mei) met
27. Gertrudis Vossen, * Geulle 28 april 1770, Geulle-Snijdersberg 3 april 1843 (akte 9). Zij was toen al weer 17 jaar weduwe van haar tweede echtgenoot Leonardus Deckers, die op 3 maart 1826 (akte 11) op 47-jarige leeftijd was overleden. Zie aantekening bij no. 13. Voorts zij aangetekend dat de echtelieden Maassen-Vossen de ouders zijn van Petronella Maassen, * Geulle 9 oktober 1808, Geulle-Snijdersberg 31 augustus 1877 (akte 20). Zij was 24 januari 1842 (akte 3) getrouwd met Leonardus Vossen, * Geulle 18 januari 1806, aldaar 25 september 1846 (akte 24), zoon van Servatius Vossen en Maria Ida Vrancken. In het boek wordt zij Nelke van de Paphof boven op de Snijdersberg genoemd. Zij deelde graag van haar welvaart met de armen, breide kousen voor pastoor Swelsen (blz. 19) en kaartte woensdagavond met hem en haar buurman (blz. 31). Hun enig kind Marieke - Maria Ida Vossen, * Geulle 18 november 1842 (akte 24), aldaar 1 april 1882 (akte 9) - had de goedheid voor de armen van haar moeder gerfd. Zij was echter niet sterk en bekende aan de pastoor desgevraagd dat zij daarom niet wilde trouwen. Want, zei zij, het is niet eerlijk om na enige jaren een man met een stel kleine kinderen achter te laten (blz. 118 en 119) .
28. Leonardus Vossen, schoenmaker, * Bunde-Kasen 19 december 1747, Geulle 9 Germinal XI (30 maart 1803). Huwde voor de dominee te Meerssen en de pastoor te Geulle op 25 februari 1781, na ondertrouw te Geulle op 10 februari, met
29. Anna Thijssen, * Geulle 12 april 1754, Geulle 4 januari 1823 (akte 3).
30. Peter Janssen, doopsgezind, wever, * Geulle circa 1757, Geulle 20 Frimaire XII (12 december 1803), 46 jaar (akte 17). Huwde te Sittard in de Hoogduitse gereformeerde gemeente 22 mei 1785, na ondertrouw te Geulle op 30 april en te Sittard op 1 mei, met
31. Helena Cleven, gereformeerd, * Saeffelen (Pruissen), welke plaats ressorteerde onder voornoemde gereformeerde gemeente te Sittard, en zodoende in Sittard door de dominee gedoopt 18 maart 1763, Geulle - Aan het Broek, 24 september 1826, 63 jaar (akte 35).
Wordt vervolgd.


In de heer zijn overleden

  • Op 27 december 2001, op 77-jarige leeftijd, Paula Ummels, echtgenote van Louis Rouschop van de Past. Smeetsstraat;
  • Op 9 januari 2002, op 83-jarige leeftijd, Marie Penders, weduwe van Wilhelm Eijkenboom.


Grwoite verangeringe.
Kmme de dreides trk????

Es ich dit sjrief hbbe veer de driede watersnwoid achter de rk. De iste waor in 1926 en de twi angere kaome vlak achterei in december 1993 en jannewarie 1995. Eedere kir jooge ze luu de stuupe op t lief. De Maas leet vl rotsooi achter en de sjaa waor eedere kir grwoit.

Me is noe al jaore baezig m euverstruiminge te veurkmme, mh eedere kir woore de planne vasgestld mh neet oetgeveurd. De Maas moosj de luu zellf wakkersjddele, tat hun compjoeters gaaroet gei verstand hauwe van de kuure van de Maas. De Maas lachde de Hollengers oet, die oetgeraekend hauwe tat de Maas pas nao honderd jaor weer zwoi whoig zouw waere.

In 1993 en 1995 leet ze zeen tat ze zich niks leet veurschrieve. Ze zat de straote weer blank leet alle koele weer volloupe en kroop weer de trepkes van de hoezer op. Ze lachde mt de zandzk en deeg sjus of ze d`r neet laoge.

Mh noe de kiezel dae in de grond zit in de ouge van de kiezelbaronne miljwoine waerd is zal de oetveuring van de planne neet lang mi op zich laote wachte.

Dan zal langs de Maas vl verangere.

Dao zal gebagkerd, gegraave en geraos waere nog erger es bie de aanlgk van t Julianakenaal.

Vendaag zin de mesjienes vl grwoiter es doe. Ze maake noe ouch vl mi spktakel. Woi ze gaon beginne wt nog neemes mh dat ze ouch hie gaon beginne is zeker. Gelkkig isset Glderveld gespaard gebleeve. Ze beginne kort bie de grenspaol woi grwoite koele laoge zwoi wie de "Sjaopskoel" en de "Deepe koel" en woi de baek de Maas in struimt. Ouch de Saint, de Korte krub en de Lang krub zalle neet gespaard blieve. Ouch weurt gezag tat de Baelik en de Aelser Baende plaats moot maake veur eine grwoite waterpool. En woi noe de Auw Maas ligk zal dan n nuu Maas struime este de mesjienes nao Aelse verdweene zeen.

En mt de mesjienes zalle ouch de auw naame langzaam vergaete waere, es alle landerieje in eine grwoite pool verangerd zeen. Mesjien zal ei gans nuu Maasland gebaore waere woi wil keu en wil paerd saame zalle speele in nuut aards paredies, of zal t toch eine druim blieve.
Mar/B


Geulle 50 jaar geleden..
Januari 1952

- Loop der bevolking in 1951.
Aantal geboorten: 27 jongens, 25 meisjes, totaal 52
aantal overlijdens: 17 mannen, 8 vrouwen, totaal 25
als levenloos werden 3 aangiften gedaan. Voltrokken huwelijken 15
Ingekomen personen 72
Vertrokken personen 96
In 1951 werd het aantal ingezetenen met 3 vermeederd en bedraagt per 1 jan.1952: 2010 personen.

- In Geulle worden plannen gemaakt om te komen tot een heuse carnavalsoptocht.
De carnavalsvereniging, ontstaan uit de R.K. Sportvereniging, heeft daartoe een schrijven doen uitgaan naar alle verenigingen om mee te werken aan dit initiatief. Er wordt duidelijk gezegd in dat schrijven dat de kosten voor het maken van wagens of uitdossen van groepen zo laag mogelijk moeten worden gehouden want het motto luidt: met weinig geld is ook iets moois te bereiken en het behoeft slechts eenvoudig, origineel en gek te zijn. De route is als volgt :
Moorveld - Snijdersberg - Hussenberg - Broekhoven - Hulsen - Aan de Maas - Westbroek - Brommelen - Oostbroek - Hulsen alwaar voor de Coperatie de ontbinding zal plaats vinden.
Het sluitingsuur gedurende de carnavalsdagen is bepaald op 24.00 uur. Verder wordt er de aandacht op gevestigd, dat het volgens de politieverordening verboden is zich in het openbaar te vertonen gekleed in de kleren van de kunne, waartoe men niet behoort. Het maskeren is toegestaan gedurende de 3 carnavalsdagen van 12.00 uur tot 24.00 uur mits men zich niet in het openbaar vertoont met een stok of wapen.

- De fanfare St.Martinus heeft een oudpapier inzameling op touw gezet. Zij doet een oproep aan de inwoners van Geulle om mee te werken. Oud papier, karton, boeken, etc. worden op 2 februari a.s. opgehaald door de ophaaldienst van de fanfare. De fanfare hoopt dat u allen hieraan meewerkt.
Hein Peters.


De drinkwatervoorziening.
De waterputten (2).

In de vorige aflevering heeft collega J. Maassen de drinkwatervoorziening in Geulle in vorige eeuwen toegelicht. Het onderwerp wordt nog wat verder uitgediept. Achtereenvolgens worden besproken de putten en de poelen. In deze aflevering de putten als watervoorziening voor mens n dier.

De waterpunten in Limburg zijn al van erg oude datum. In de volkskundige uitgave van H. Lemmerling 'Oet vreuger jaore' (uitgave 1980) wordt melding gemaakt van de waterput bij het Gasthuis in Bemelen die al rond 1350 bestond. Een waterput bij het Sibberhuis in Sibbe is nog van ouder datum en dateert van 1089.

Waterputten uit andere dorpen zoals Cadier en Keer, Margraten, Banholt en Berg en Terblijt stammen -evenals de Geulse- uit het begin van de 19de eeuw.

De putten in het Mergelland.
Schrijver Lemmerling beschrijft aan de hand van een ooggetuigenverslag van een inwoner uit Ijzeren (bij Sibbe) hoe daar in 1895 een waterput werd gegraven. Begonnen werd met een groep van drie werkers. Op een plek ter grootte van een tiental schreden in het vierkant werd begonnen met het uitgraven van de bovenste grondlagen, eerst de lss en daarna de (forse) laag grind. De bovenste lagen werden trechtervormig ontgraven. Door middel van terrassen in die trechter kon de grondmassa van beneden naar boven worden gewerkt. Vanaf het moment dat de mergel bereikt wordt, verandert de techniek: van graven met de schop wordt overgeschakeld op stootbeitel, houweel en schop. En de werkruimte wordt teruggebracht tot de proporties van de put.

De putten uit onze contreien.
In onze contreien is deze techniek niet bruikbaar omdat de mergel hier veel dieper zit. Onze putten zijn uitgeschacht in de lss- en kiezellagen. Daarbij ging men als volgt te werk. De putbouwers maakten van zware eikenhouten planken een stevig vierkant raamwerk dat bij voorbeeld een binnenste maat had van 1,5 bij 1,5 meter. Men groef dan een gat in het vierkant tot een diepte van twee meter en lei het raamwerk plat op de bodem. Op dit raamwerk begon men de putwand te metselen met veldkeien en indien voorhanden mergelblokken. Bij de bouw van putten na 1850 wordt veel baksteen toegepast. Dat metselen deed men tot een meter boven het maaiveld. Daarna liet men het uiterst secuur verrichte metselwerk aandrogen.

Was dit voldoende hard, dan ging een man terug naar de bodem van de put en begon de aarde onder het raamwerk met zorg n uiterste regelmaat te ontgraven. Met behulp van balken en steunpaaltjes liet men de eerste aanzet van het metselwerk daarna zr geleidelijk zakken totdat . . . de bovenzijde van de wand weer gelijk lag met het maaiveld. Was dit zover dan stopte men met ontgraven en metselde men weer een stuk muur op het putvierkant. Na het drogen van het nieuwe metselwerk herhaalt zich de hele geschiedenis, z lang totdat men op de gewenste diepte met toestroom van voldoende water was gekomen.

Rond 1900 doet de putring zijn intrede en wordt het graven van een put wat eenvoudiger (wat heet 'eenvoudig' voor zo'n titanenwerk!). De putringen worden van bovenaf op elkaar geplaatst en al naar gelang de grond in de diepte wordt weg gegraven, zakken de putringen de diepte in.

De werkers in en rond de put.
De hulpkrachten boven konden bij zonnig weer en met behulp van twee spiegels en een verrekijker de werkzaamheden op de putbodem goed volgen, zelfs bij grote diepte. Met name het werk in de put was niet ongevaarlijk en naarmate men dieper kwam werd het werk gevaarlijker. Immers de ontgraven aarde deponeerde men in een kleine ophaalbak die met behulp van een lang koord en een katrol regelmatig naar boven werd gehaald. Zo mocht de laadbak maar ten dele worden gevuld om geen onnodig risico op te leveren voor de man in de put. Helmen ter beveiliging van het hoofd waren toen nog onbekend. Het enige beschermingsmiddel was een oude, vilten hoed die van binnen stevig opgevuld was met stofresten.

Een andere risico voor de man in de put deed zich voor bij zwoel, drukkend weer.

Dan kon het gebeuren dat er op diepte te weinig zuurstof was. In dat geval begon het vlammetje van de lucht die de dieptewerker als verlichting bij zich had, onheilspellend te dansen. Hoogste tijd om de putwerker met de ophaalbak rap naar boven te zwengelen.

De hygine rond het putwater.
Veel putten hebben lange tijd prima grondwater geleverd. Maar er deden zich ook risico's voor bij het gebruik van putwater. Het gevaar van vervuiling school op de eerste plaats in de lager gelegen gebieden, in de dalen, waar de putten vrij ondiep waren. Zo werden in het begin van de twintigste eeuw (dus vanaf 1900) op diverse plaatsen in het mergelland besmettelijke ziekten geconstateerd vanwege het gebruik van slecht drinkwater. Een gezondheidscommissie, zetelend in 'ons' Meersen, wees in 1903 met nadruk op het gevaar van besmetting door de vele open mestvaalten. Ook lagen putten een enkele maal op te korte afstand tot de plaatselijke algemene begraafplaats. In St. Pieter bij Maastricht moest in het najaar van 1909 met aanplakbiljetten gewaarschuwd worden voor het gevaar van cholera. Begin 1920 werden in Houthem diverse drinkwaterpompen gesloten omdat die te kort bij open mestpoelen lagen.

Overigens, in de negentiende en begin van de twintigste eeuw had men maar weinig notie (zeg maar geen) van de risico's van vervuild drinkwater. Water uit de regenton of uit het kanaal werd somtijds gebruikt als drinkwater. Dit water werd vooraf uiteraard gekookt, maar bleef toch voortdurend gevaar opleveren. Het gebruik van open water was voor de gemeente Maastricht in de jaren rond 1900 in elk geval aanleiding om petroleum in het water van het Albertkanaal te gieten om zo het gebruik van dat water af te schrikken; ook werd er toezicht door de veldwachter ingesteld.

De kosten.
Het delven van een tientallen meter diepe put was voor die tijd een dure onderneming. Een waterput aangelegd in de negentiende eeuw in Ubachsberg, kostte voor die tijd de kapitale som van f 820,-. Voor de gemeente Nieuwenhagen was dat allemaal te veel. Het gemeentebestuur richtte in 1819 een verzoekschrift aan de koning met het doel subsidie te krijgen bij de bouw van een waterput. De waterstand ter plaatse was te diep om de voorziening uit eigen middelen te bekostigen.

Nog meer putten in Moorveld.
Behalve de drie in het vorig artikel vermelde putten - waaronder die tegenover het vroegere caf Voncken waarop in 1947 de kapel gebouwd is - lagen in Moorveld nog meer putten.
- boven aan de Schonen Steynweg links van de boerderij Zeegers; deze put was in gebruik bij de buurtschap 'aan de Baan' (= rijksweg). De put ligt er nog maar is afgedekt met een dikke betonnen plaat.
- Aan de Heerenstraat rechts van het pand Heerenstraat 35 (tegenover Cha Nostra); de put is rond 1924 aangelegd door de buurtbewoners en heeft een diepte van rond de twintig meter. Volgens Sjir Cobben heeft men na de oorloog nog een poging gedaan de put weer 'aan de praat' te krijgen; Sjaak Vrancken uit Hussenberg werd in een kiebel (ton) naar beneden gelaten mt een kaars. Toen men Sjaak weer naar boven wilde halen, zat er iets 'vast' en moest de tractor er aan te pas komen om de reparateur van de pomp weer boven te krijgen.
Aan de Heerenstraat was er nog een put en wel bij de melkfabriek 'De Toekomst', gelegen tussen de woningen van de familie Vossen en Schermerhorn (vroeger woning Pesch). De melkfabriek - toendertijd de 'ftsj' genoemd - heeft gefunctioneerd van 1899 tot 1919.

Aan de vroegere melkfabriek zullen in de loop van dit jaar enkele artikelen gewijd worden.

Behoudens de openbare, voor de buurtschap bestemde putten waren er begin twintigste eeuw ook veel putten bij particulieren en met name op de boerenbedrijven zoals bij Cobben. Maar ook een nieuwkomer zoals Le Cocq D'Armanville die rond 1920 huize DeA, Schonen Steynweg 3, liet bouwen, liet nog een waterput van 33 meter diepte uitschachten. De put bestaat nog maar is niet meer intact.

Voor zover mij bekend zijn alle Moorveldse putten gemaakt met putringen.

Boterbereiding.
Ook na de komst van de waterleiding (1928) bleven zeker de waterputten op boerenbedrijven nog jarenlang dienst doen omdat de landbouwers bij de boterbereiding de voorkeur gaven aan koud bron- of putwater; vooral in de warme zomermaanden. Boter met zeer koel water bereid bleef lang hard wat voor de langzame transporten in die tijd erg belangrijk was.

Zwaar werk?
Tenslotte nog even een mijmering bij al dat zware en vaak vieze sjouwwerk dat putbouwers generaties lang verricht hebben. Het werk was zwaar en gevaarlijk en vaak ook vies. Het spreekwoord 'diep in de put zitten' geeft iets weer van de wijze waarop de arbeid ervaren werd. Zelf heb ik eind jaren veertig bij het vliegveld de bouw van enkele zinkputten mogen aanschouwen. Waar nu de aankomst- en vertrekhal ligt, lag vroeger een klein restaurantje of wat daar voor doorging. Voor de waterafvoer zijn toen enkele diepe zinkputten gegraven. Op een koude, regenachtige dag was ik getuige van het moment dat de graver naar boven werd gehaald. De arme man was zeike nat. Van kop tot teen was hij bedekt met kleffe, kleddernatte leem. Naar huidige arbo-maatstaven zouden wij nu bij zo'n mensbeeld in huilen uitbarsten.

Volgende aflevering: de poelen.
Literatuur: 'Oet Vreuger joare', van H.W.A. Lemmerling. Uitgave 1980.
J. Maassen.
P. Notten.


Aanvulling
Van Jo Thijssen, Burgemeester Thijssenlaan 12 "boven de Spar" ontvingen wij een brief naar aanleiding van het artikel "Drinkwatervoorziening in ons dorp vr 1926" in de Sjakel van december 2001. Van die brief drukken wij de essentie hier af: "Bij de opsomming van de verschillende bronnen, poelen en rinnen is de rin nabij de "Klaasput"achter 't huis van Truuke van Jennekens niet vermeld - vergeten ? Er is in de 40-ger jaren een olieverf schildering van gemaakt, door een zekere "Ton Keune", een van de jongens (een groep van 8 man)) die toendertijd hun zomerkamp hadden in de schuur van Trees van Jonkhout. Dit schilderijtje is in mijn bezit. Aan de toenmalige toestand ter plekke kan men bij de huidige lezers van de Sjakel mogelijk meer bekendheid geven, door het plaatsen van een foto hiervan". Waaraan wij natuurlijk gaarne voldoen, waarvan akte.. eh, foto. Heeft u ook nog dergelijke zaken, aarzel niet en neem contact met ons op (Red).

Heemkundevereniging Gl timmert aan de digitale snelweg

Niets is zo veranderlijk als de mens. Toch verandert er wel meer in de loop der jaren. Zoals de manier waarop dingen bewaard worden. Alles vergaat ooit, dus ook het papier waarop de geschiedenis van Geulle is vastgelegd.

Mede daarom is de heemkundevereniging enkele jaren geleden begonnen met een reddingsactie voor al deze archieven, o.a. door deze digitaal vast te leggen met behulp van computers.

Zo is Geulle reeds enkele jaren te bewonderen op internet en sinds enkele maanden kunt u in de Sjakel onder Wortels in en uit het verleden lezen uit de archieven van de gemeente Geulle van honderden jaren geleden.

Voor dit laatste is de vereniging begonnen met het fotograferen en digitaal opslaan van duizenden pagina's uit de, soms in slechte staat verkerende, gemeente archieven.

Maar er is meer. Wat dacht u bijvoorbeeld van meer dan 500 jaar kerk-archieven of van de duizenden krantenartikels en nog meer foto's? Ook de in de afgelopen jaren verschenen meer dan 650 edities van de Sjakel zullen aan digitalisering moeten geloven.

Speciaal hiervoor ontwikkelt een sectie van de Heemkundevereniging Gl momenteel een computerprogramma waar al deze archieven in kunnen worden opgeslagen. Groot voordeel van dit systeem is dat op eenvoudige wijze alle archieven kunnen worden doorzocht op inhoud, trefwoorden, namen, plaatsnamen of jaar van publikatie.

Naar verwachting bespaart het systeem zeer veel tijd bij onderzoeken naar de geschiedenis van Geulle, publikaties en dergelijke. Vooral maakt het tijd vrij voor onderzoeken in de toekomst om dan de oude archieven, van vr 1800, die nog niet echt onderzocht zijn, stevig onder handen te nemen.

Met n druk op de knop kan het systeem binnen enkele seconden de gewenste archieven op het scherm toveren en eventueel op papier afdrukken. Het systeem is zelfs geschikt om archieven van andere Geulse verenigingen in op te slaan.

U begrijpt dat dit voor de vereniging een gigantische klus is die waarschijnlijk enige jaren in beslag zal nemen. Ondertussen hebben diverse leden zich reeds gemeld om hiermee te helpen. Zo is er reeds een heuse werkgroep ontstaan die zich heeft toegelegd op het digitaliseren van de oude gemeente-archieven van Geulle. Maar de vereniging kan nog veel meer actieve leden gebruiken, want vele handen.....

Heeft u interesse en wilt u hieraan meewerken? Of wilt u eerst wat meer informatie? Neem dan contact op met Lou van Kan (tel. 043 - 364 6690, email: lvkan@home.nl) of met Arthur Sassen (tel. 046 - 437 7156, email: heemkunde @geulle.com) of loop eens binnen op n van de werkavonden van de Heemkunde-vereniging (zie agenda elders in deze Sjakel).

Overigens, de bestaande "papieren" archieven blijven toegankelijk voor diegenen die niets liever ruiken dan de geur van oude boeken en papieren.
(Red.)


Agenda Heemkundevereniging Gl.

De excursie naar de Slakmolen in Elsloo is verplaatst van 26 januari 2002 naar zaterdag 23 februari 2002, 10.00 tot 11.30 uur. Diegenen die zich al hadden opgegeven, hebben inmiddels bericht ontvangen. Opgeven voor de nieuwe datum bij de secretaris, Truia Huntjens-Bollen, tel. 3649582.

Donderdag 24 januari 2002, 19.30 - 22.00 uur: sectie dialect in het verenigingslokaal De Gruffeldwois.

Woensdag 20 februari 2002, 13.30 - 17.00 uur: werkmiddag in het verenigingslokaal.

Donderdag 21 februari, 19.30 - 22.00 uur: werkavond in het verenigingslokaal, met eerste presentatie van het foto-, Sjakel- en archiefcomputerprogramma.

Vrijdag 1 maart 2002, 19.30 uur: jaarvergadering in Het Wapen van Geulle, nadere informatie volgt.

Zondag 14 april 2002, 13,30 uur: wandeling naar Elsloo met bezoek aan Streekmuseum, nadere informatie volgt.

Onder dankzegging ontvangen:

Van het kerkbestuur: een aantal fragmenten van de gewelfribben van de oude kerk, vrijgekomen bij de bouw van de nieuwe kerk.

Geulle geniet van spetterend weekend

Zaal 't Heukske stond zaterdag 12 januari helemaal op zijn kop. Schuld hieraan waren carnavalsvereniging de Bokkeriers met hun prins Piet I en prinses Tiny. De bonte avond van 2002 klonk weer als een klok, vanaf de start om 20.11 uur tot in de vroege uurtjes.

De avond werd geopend door de opkomst van de prins en prinses gevolgd door de raad van elf die als helden door de bomvolle zaal werden begroet. De toon voor de rest van de avond was meteen gezet. Opperbok Eddy heette iedereen hartelijk welkom en stelde de presentator van de avond voor: net als vorig jaar heet deze Peter Claus. Na de begroeting kondigt Peter de openingsact aan. Dit zijn de vrouwluu van de raod, die een schitterende dansact van Cats ten uitvoering brengen. Vanaf het begin ligt de zaal aan hun voeten.

Hierna nemen de Kluiverkes, onder leiding van Paul Lemmens, het over. Ze brengen drie liedjes, waaronder de nieuwe carnavalslager 2002.

Vervolgens bezorgde Jef Ariens uit Borgharen de Geullenaren buikpijn (van het lachen). Dan was het de beurt aan onze kleine "vriendin" uit Margraten, Chiara Vranken, die op haar welbekende wijze de beentjes hoog de lucht in gooide en veel bewondering oogstte.

Na het een aantal jaren wat rustiger aan gedaan te hebben, betrad toen een oude bekende de buutton: "Jupke", oftewel Jos Tilmans "van de Gbbel". Hij liet Geulle de revue liet passeren en nam onder andere Rinny en An van de Spar op de korrel. Na dik twintig minuten en vele lachsalvo`s nam hij voldaan afscheid en beloofde plechtig tot volgend jaar!!!

Na een dansnummer van een dansgroep uit Elsloo beklom buurtvereniging "in de Peel" het podium. Zij maakten er een echt Limburgs halfuurtje van met Beppie, Ziesjoem, Taai Taai, Sjengske Frans en Erwin van het Merretkoer. Het werd een optreden waar nog lang over gepraat zal worden. Als dank voor 20 jaar deelname ontving de buurtvereniging een delftsblauw bord. Theo was in de wolken!

De winnaars van de optocht van 2001 werden vervolgens verzocht om de wisselbekers in te leveren. In ruil ontvingen ze een blijvend aandenken. De avond ging vervolgens verder met een licht en dansshow van de 'vrouwluu van de fanfare'. Dit optreden deed bij veel toeschouwers de mond open vallen. Een wervelend show die in Geulle nog nooit was vertoond en die zeker in de gedachte van veel aanwezige blijft hangen. De raad van elf deed er zelfs de muts voor af!

Het programma bleef doorgaan en de vrienden van ons prinsenpaar deden van zich spreken door een deel van "Lord of the dance" te vertolken. Sandra van de Boswachter opende de act en vele vrienden van de prins volgden haar voorbeeld. Het was zo adembenemend dat de prinses zelfs even haar zakdoek uit haar tas moest halen.

n "vaste" deelnemer was nog niet geweest en dat was de Harmonie. Zij toverden als de "zingende poetsvrouwen" enkele nummers uit hun hoed, wat hun een welverdiend applaus van de zaal opleverde.

Uitsmijter van de vanavond was Fietsefreem. Zij kregen Geulle aan hun voeten met een mengelmoes van oude en nieuwe nummers. De zaal deed uit volle borst mee wat voor Fietsefreem het sein was om er nog een schepje bovenop te doen en extra lang door te gaan. Tot slot van de avond werden alle artiesten naar boven geroepen door opperbok Eddy en hadden de Kluiverkes de eervolle taak deze grandioze avond op een waardige manier af te sluiten. Nadat de opperbok alle artiesten en niet te vergeten presentator Peter Claus, bedankt had, nam oud-Geullenaar Jo Lahoye de regie in handen en liet iedereen tot ver na 02.00 uur de dansvloer betreden.

Leef carnavalsvrun oet Gl: het was gewoon dikke klasse en het Bokkeriersbloed stroomde door de aderen zoals het al lang niet meer gestroomd heeft. Geulle is zoals Geulle altijd is geweest van heel hoog niveau.
VV De Bkkeriers.


De Marktvrouwen.

Toen Geulle rond 1892 een station kreeg, kwam er een snelle treinverbinding met Maastricht. Mede daardoor gingen iedere week op vrijdag diverse vrouwen met de marktkorf naar Maastricht om hun koopwaar aan te bieden. Dit waren meestal agrarische producten zoals boter, eieren, diverse soorten fruit, slachtkippen en vette konijnen.

Eieren en boter waren de belangrijkste producten. Boter maakte men zelf en werd tot de marktdag in de kelder bewaard. Bij warm weer werd deze, op weg naar de markt, met een koolblad afgedekt ter koeling. De prijs van de eieren lag tussen anderhalve en twee en halve cent. In de wintermaanden waren ze iets duurder, omdat door het koude weer de kippen van de leg waren.

De augustus-eieren werden in een aarden pot met kalkwater gedaan en zo bewaard tot in de wintermaanden.

Het bleef niet alleen bij boter en eieren, ook fruit werd meegenomen al naar gelang het seizoen. Kersen, pruimen, kruisbessen, aalbessen in de zomer en in het najaar waren de walnoten en de kastanjes aan de beurt.

Ook bloemen werden meegenomen naar de markt: in het voorjaar de bosviooltjes en later in het jaar de lelietjes-van-dalen. Hier werden kleine boeketjes van gemaakt, groot genoeg om in het knoopsgat van een jas te steken. Deze vonden gretig aftrek in een bloemenboetiek en waren bestemd voor de Maastrichtenaren die in het huwelijk traden. Deze boeketjes brachten voor de marktvrouw twee tot drie cent op ai naar gelang de kwaliteit. In die tijd was een halve cent geld en n strohalm mest.

Er gingen ook mannen naar de markt. Deze verhandelden slachtkippen, vette konijnen en gestroopte hazen. En van deze mannen, die reeds lang op voet van oorlog met zijn buurman leefde, ving de twee kippen (van die buurman). Deze waren in zijn moestuin terecht gekomen en hadden daar alle omgewroet. Hij verkocht ze vervolgens weer op de markt. Een andere man stond met een kist vette konijnen op de markt. Een Maastrichtse vrouw stond leunend met n hand aan die kist naar de konijnen te kijken en zei: "Die bieskes zien wel erg mager", waarop de man prompt zei: "Maar madame, u voelt ook aan de kist en niet aan het konijn". Dit leidde tot grote hilariteit onder de aanwezigen.

In die tijd was het op vrijdagmorgen druk op het stationnetje (of halte), want ook de inwoners van Catsop en Geverik stapten in Geulle op de trein om 10 cent uit te sparen. Vanuit Geulle kostte een retourtje Maastricht 25 cent en vanaf Beek - Elsloo was dat 35 cent. Geulle - Maastricht was toen het goedkoopste traject van het spoorwegnet.

De marktvrouwen brachten vanuit Maastricht koloniale waren of kleding mee. Toen in 1938 de halte verviel, ging men met de bus van Thijssen naar de markt. Dit is maar van korte duur geweest, doordat in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak.
J. Maassen


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.