Heemkundevereniging Gl - Sjakel februari 2003
 
 


De Sjakel
Februari 2003


Geulle in vroeger tijden.

53. Ode aan Geulle van 1949. (3) / Zoals het vroeger was.

A. Ode aan Geulle van 1949. (3)
Gaarne besluit ik de lofzang over ons dorp met de woorden van Felix Rutten, die tussen 1919 en 1929 met de schrijfster Marie Koenen in de villa Schieversberg woonde:
“ En zit je neer op de rand van de berg, dan wenkt er geen top meer aan de overzijde. Je kijkt in een breed, groen dalvlak dat de Maas met haar grilligste meanders borduurt en waarachter aarzelend en wazig het Belgische Kempenland omhoog zwelt. De roem van het dorp bestaat voor een groot deel in het vergezicht, dat er voor de bergranden openligt, een panorama dat zijn aangrijpende schoonheid handhaaft naast de befaamde Limburgse vergezichten.
De lyriek van de brede daldiepte die het omgeeft en de bosrijke heuvels die het omkransen vol bronnen en stroompjes, de juichende pracht der fluwelen Maasvallei door de Geulse bergen bestreken tot waar het torenrijk Maastricht ze besluit met zijn juweel: dit maakt Geulle in de zang der Limburgse schoonheid tot een opperst orgelpunt, waarin de ziel van de bezoeker zwijgend in een geluksdroom verzinkt. Wanneer je neerzit op de rand van de Snijdersberg ligt heel Zuid Limburg in een halve ring achter je.
Het panorama van de Snijdersberg zou onveranderd mooi zijn, ook als het onveranderlijk hetzelfde bleef. Maar het wisselt met de seizoenen en het is moeilijk te zeggen wanneer het zijn hoogste victorie viert”.

B. Zoals het vroeger was.
Honderd jaar geleden toen Geulle nog bijna ongekend was en afgesloten lag van de grote buitenwereld, leefde de Geullenaar veel meer dan nu een eigen leven met een eigen traditie en folklore. Toen reden er nog geen glanzende auto’s over asfaltwegen, toen gilden nog geen stoomfluiten van machtige locomotieven langs heuvelhellingen. Men zou zeker in de kelder kruipen als de daverende motoren van een vliegmachine boven de huizen raasden. Ook zou men het voor een wonder gehouden hebben of nog eerder voor tovenarij, als iemand op wat buizen met twee wielen in minder dan een uur in Maastricht zou zijn. Zij kenden nog geen andere vervoersmogelijkheden dan de “pedes Apostelorum” voor de gewone man en het “sjeeske” voor de rijke. En toch trok de Geullenaar, belast met eieren, groenten of spek geregeld naar de markt van Maastricht. Hij bofte als er een boerenkar naar de stad reed. Anders duwde hij zijn kruiwagentje over de hobbelige grintwegen en zachte binnenpaadjes, twee uren ver.
Te voet trokken zij ook op bedevaart naar Sittard, naar Wittem of door de rulle zand van de Belgische Kempen naar Scherpenheuvel. Er zijn Geullenaren die deze verre bedevaartplaats meer dan vijfentwintig maal te voet bezochten.
Naast de diepe godsdienstzin vormden de gastvrijheid, gezelligheid en gemeenschapszin bijzondere eigenschappen van onze voorouders. Vroeger vormde elk gehucht een innige gemeenschap. Men leefde er als een grote familie. Vanzelfsprekend was de onderlinge behulpzaamheid. Deze werd “naoberplicht” genoemd. Men hielp elkaar onderling als buren niet alleen in nood en tegenspoed, maar ook in het gewone dagelijkse leven. Toen was het een belediging om voor verleende hulp iets anders te geven dan wederhulp.

Archie Varis
Bron:
Kent U Geulle? (1949)

Brieven van Pieke Junior uit de Piemelenhoek.

Zo is ter niks te doen in het durp, en zo staan de gezette weer vol de van en de Noonk zegt dat hij niks de van snap, dat die van de gemeenteraad zoveel kampen in Geul willen neerzetten als meer dan de helft van de lui het er niet mee eens is, maar wat hij wel snap is dat die wat nou de binnen zitten op hunne petere kunnen fluiten als er straks weer stemmen is, en dat is jammer want dan zijn ters een paar die na één potje om de huive alweer deruit liggen met hunne zebbedeus, maar zijn der misschiens ook die lijke op hunne vader en die blijven nog wel een paar rondjes, als het aan hun licht tenminste, maar dan zullen ze zich toch eens moeten bedenken dat ja knikkeren in de raad een stuk makkelijker is dan nee zeggen en dan zullen ze wel zeggen dat het voor gans Meersse is dat ze moeten zorgen, maar het zijn evels wel die van Geul, die wat hun debinnen gestemd hebben en denk maar niet tot ze stemmen krijgen van die van Meersse, omdat die zo blij zijn dat zoveel kampen in Geul liggen, nee hoor. En wie wat in zijn prei heeft, zegt de Noonk, die durft nee te zeggen, ook al zit hij niet in de positie en daar kunnen ze het mee doen, vollegens hem, en dat is wat anders dan op een zondagmorgen een hoop leven te maken aan de kaarttafel of aan het buffet, want anders kunnen die wel eens gaan lachen wie een aarrappele of fruitboer met tandpijn, zegt hij. En van wat die van de gemeente zeggen, dat de lui van Geul niet moeten vergeten dat ze beter hadden moeten opletten toen die van de gemeente het stemmingsplan opstelden, want dat toen niemand in de soep geroerd heeft, daar snap de Noonk ook helemaal niets van, want daar moeten die van de raad nou eens sjus niks van zeggen, want die zijn ’s anderendaags al vergeten wat ze je vandaag nog moeten beloven, zegt hij, en als je toevallig een wat beter gedagt hebt dan dat, dan kom je al gaaruits niet eens op een lijst en daarom is hij ook nooit in de raad gekomen, zegt hij. En nou wil een vethouder ook nog mobiele hangkampen maken voor de jeug en de Noonk zegt dat hij al zeker weet, waar die niet komen en ik denk, dat dat is omdat die vethouder wil dat de grote lui kunnen zien wat die jeug allemaal uitspook en die van de raad zijn toch nooit bij hun, die moeten vergaderen of kaarten of zo, dus die zien toch niks en nou komt er ook nog een jeug raad en de Noonk zegt dat ik me daar ook maar voor moet opdoen, dan kan ik meteen ook al limonaad met vlaai krijgen van die van de gemeente, om het lekker zoet te houden en zo, en dan kan ik ook devoor zorgen dat die mobiele hangkampen niet bij ons in den hoek komen en als me dat lukt, dan kan ik drek door naar de grote raad, want dan kan ik al meer dan die wat nu derin zitten, zegt hij. En Harie van onze Merie heeft mij nog opgesteukt, dat als ik het vaardig krijg, dat die hangplekken toch bij die van de raad voor de deur komen, dat ik van hem vijf euroo krijg en ook nog wat voor de karneval.
En wat de Noonk ook niet snap, zegt hij, is dat in de gezet stond dat die van de kerk de verwarming een graatje lager moeten zetten, want dat is goed voor het milieu – en voor de pestoor zijn beurs, zegt Harie - maar die van het kerkbestuur van Geul, die moeten de ganse dag de verwarming aanzetten anders vreet de vocht de kerk op en dan bladderen de apostelen nog van hun geloof af en misschien hebben ze iets deraan dat ze een drukharmonika gevonden hebben in de kerk en dat het geen trekharmonika is, want die trek de vocht alleen maar aan. En die van de kerk willen ook nog de oude preekstoel opkalefateren, maar de Noonk zegt dat hij benieuwd is of ter nog genoeg hout van terug te vinden is en als ze niet genoeg hebben, dan zijn ze sjus te laat want de bomen in de Lei zijn allemaal gehakt en wij hopen dat ter ook weer nieuwe komen en dat is dan krek hetzelfde wie de gemeenteraad: als die van toen de preekstoel niet hadden afgebroken dan hoefden die van nu zich niet de kop af te breken om hem weer in elkaar te fisternullen en als die van de raad nu genoeg nadenken hoeven ze zich straks geen zorgen te maken hoe offent ze weer debinnen komen en gelukkig zijn op de Essendijk weer een paar nieuwe bomen geplant, waar ters een koppel al een paar keer een kruis derover hebben moeten maken en nou maar hopen, dat genoeg mes deronder zit, dan zullen ze deze keer wel aangaan en nou ga ik stoppen, want het is bijna karneval en pitsen jullie hem maar ene goeie, maar ik niet, want ik hou het wie een aspirant-jeug-raad lid gehoort bij limonaad, hoewel, misschiens wel een sneeuwwitje, alaaf en tot de volgende keer, met de groeten van jullie Pieke uit de Piemelenhoek.


Kwartierstaat van A.C. Kengen, in leven pastor van de parochie van het H. Hart van Jezus te Caberg-Maastricht door A.M.A. Maassen.

Nadat wij eerder de kwartierstaat van Sjef Thijssen van de hand van de heer Maassen publiceerden, is het nu de beurt aan de kwartierstaat van Pastoor Kengen, van de hand van dezelfde schrijver, die ons welwillend toestemming verleende dit artikel in De Sjakel op te nemen. De kwartierstaat werd eerder gepubliceerd in het Limburgs Tijdschrift voor genealogie, jaargang 22, bladzijden 46 tot en met 49 (1994).
Wij laten hier de tekst, vanwege de toch beperkte ruimte in ons lijfblad, in delen volgen (red.)

Augustinus Caspar Kengen, geboortig van Geulle, werd 2-4-1892 te Roermond tot priester gewijd en was vervolgens kapelaan te Grathem, Melick en Noorbeek, en rector in Banholt. Sedert 25-3-1915 was hij de pastoor van Caberg dat een onderdeel was van de gemeente Oud-Vroenhoven, gelegen aan de rand van Maastricht. Deze gemeente werd in 1920 door Maastricht geannexeerd. Pastoor Kengen was de vierde pastoor van het dorp Caberg, dat tot de afscheiding met België behoorde tot de parochie Lanaken. Omdat de afstand tot de nieuwe parochiekerk in de Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven, die in het dorp Wolder lag, bezwaarlijk werd gevonden, zette de bevolking zich in voor een eigen kerk. Dit initiatief werd met succes bekroond: de bisschop stemde in met de oprichting van het rectoraat Caberg, ressorterende onder de parochie Oud-Vroenhoven. Op 20-1-1877 kon de nieuw-gebouwde kerk worden ingezegend. Na het overlijden van de pastoor van Oud-Vroenhoven (Wolder) op 30-7-1878 werd enkele maanden later op 2 oktober het rectoraat Caberg tot parochie verheven. Pastoor Kengen verzocht na 20 jaar in Caberg werkzaam te zijn geweest, om ontslag uit zijn functie. Per 15-11-1935 werd hij als zodanig opgevolgd door L. Joosten, kapelaan van de O.L.V. Basiliek te Maastricht. Als emeritus betrok hij met zijn huishoudster en nicht Jeanette Maria Hubertina Emilie van Mulcken, geboren 19-4-1886 in het Noordbrabantse Rosmalen, een woning aan de Notgerusweg in de Maastrichtse wijk St. Pieter. Nog geen jaar later overleed hij aldaar en werd op maandag 21-9-1936 onder grote belangstelling op de begraafplaats van de parochie Caberg ter aarde besteld. In de berichten in het regionaal dagblad en in diverse tijdschriften die aandacht aan dit overlijden schonken, komt de overledene naar voren als een beminnelijk en bescheiden man en een geliefde parochieherder. Naast zijn pastoraal werk werd hij ook gewaardeerd als archeoloog en historicus. Zo stelde hij als eerste de aanwezigheid vast van de Donaucultuur of Bandkeramiek op het plateau van Caberg. Zijn vondsten bracht hij onderbij het museum te Maastricht, waarvan hij vaste medewerker was. Als historicus genoot hij bekendheidals auteur van het in 1926 verschenen boek “Uit Geul’s Verleden”, een verzameling van bijzonderheden en merkwaardigheden uit de geschiedenis van zijn geboortedorp. Zoals uit bijgaande tot 62 kwartieren beperkte kwartierstaat blijkt, heeft pastoor Kengen alleen van moederszijde “roots”in Geulle. Van vaderszijde stamt hij uit een geslacht dat generaties lang leefde en werkte in het nabijgelegen Maasdorp Itteren, voorheen net als Geulle een zelfstandige heerlijkheid met een eigen schepenbank, vallende onder het Staatse land van Valkenburg.

I. Probant
1.Augustinus Caspar Kengen, geboren te geulle 18-11-1866 (akte 28), rooms-katholiek priester, overleden te Maastricht aan het adres Notgerusweg 2 op 17-9-1936 (akte 509).

II.Ouders
2.Martinus Hubertus Kengen, landbouwer te Geulle-Snijdersberg, geboren te Itteren 18-4-1824 (akte 4), overleden te Geulle 21-10-1897 (akte 22), huwt te Geulle 4-6-1849 (akte 4)
3.Mechtildis Vossen, geboren te Geulle 1-3-1825 (akte 6), overleden aldaar 20-10-1902 (akte 21).

III.Grootouders
4. Christianus Kengen, landbouwer, van 1853 tot aan zijn dood burgemeester van Itteren als opvolger van de overleden A.P.Scheepers, geboren te Itteren 7-10-1794, overleden aldaar 22-12-1859 (akte 8), huwt te Itteren (folio 4)
5. Maria Agnes Genoveva Mid(d)aert, geboren te Itteren 3-1-1790, overleden aldaar 17-8-1837 (akte 17).
6. Joannes Vossen, landbouwer te Geulle-Moorveld, geboren te Geulle 22-8-1789, overleden aldaar –Moorveld- 30-12-1853 (akte 19), huwt te Geulle (akte17)
7. Barbara Maassen, geboren te Geulle-Snijdersberg 1-12-1793, overleden te Geulle-Moorveld 3-5-1825 (akte 17).
(wordt vervolgd)


Geulle 50 jaar geleden
Februari 1953.....

Deze maand stond in het teken van de watersnoodramp die het zuid-westen van Nederland trof.. Als we de Sjakel van deze maand erop naslaan dan blijkt dat het dorp Geulle meegeleefd heeft met het zwaar getroffen gebied. Naast de geldinzameling werden er ook goederen, zoals kleding, etenswaren en wasmiddelen ingezameld.
De kreet BEURZEN OPEN – DIJKEN DICHT heeft ook in Geulle zijn effect gehad.
Vele verenigingen hebben in die maand collectes of uitvoeringen gehouden waarvan de opbrengst ten goede kwam van het rampenfonds. Om u een idee te geven hoeveel de collectes opbrachten hieronder een klein overzicht:
In de wijken werden de volgende bedragen opgehaald:

- Aan de Maas fl. 622,50
- Westbroek en Brommelen fl. 444,25
- Hulsen,Oostbroek en Broekhoven fl. 455,96
- Hussenberg en Snijdersberg fl. 364,19
- Moorveld fl. 127,30
Omgerekend komt dit neer op fl. 1,00 per inwoner of fl. 5,00 per gezin.

De springvloed gepaard gaande met een hevige storm, die ons land op 1 februari teisterde viel op de feestdag van Sint Ignatius. De kranten meldden dan ook dat, in navolging van de St. Elizabethsvloed, de ramp van 1953 de geschiedenis zou ingaan als de St. Ignatiusvloed.
Naast een algemene geldinzameling in de gemeente waren er ook nog de volgende opbrengsten te noteren:
- Aan de Maas fl. 2.014,20
- kerkcollecte Rectoraat fl. 285,51
- Carnavalsvereniging fl. 250,00.
- Nettoopbrengst van een toneel-uitvoering van de K.A.J. fl. 110,00
- Kerkcollecte parochiie fl. 586,52
- Heemkundevereniging fl. 50,00
- Boerenleenbank Geulle fl. 200,00.

De hele maand februari kon men nog storten op het banknummer van het Rampenfonds. De “Sjakel” hield in inzameling onder het motto: ZANDZAK – AKTIE.
Ter illustratie: In de oorlog 1940 – 1945 kwamen 88.000 hectare land onder water te staan. Nu werden 133.000 hectare, ongeveer 6% van onze cultuurgrond, door het water overstroomd.

Hein Peters.


De kerk, onder en boven.

In Geulle hebben we van alles twee. Twee muziekgezelschappen, twee bejaarden-verenigingen en twee kerken, eentje boven en de andere onder de Berg. Ik schrijf de Berg met een hoofdletter omdat de plaatsaanduiding hier een zelfstandige betekenis heeft. In dit artikel een korte beschouwing over de kerk in het algemeen en de kerkgebouwen afzonderlijk met een doorverbinding naar het derde kerkgebouw in onze gemeenschap, de kapel in het zorgcentrum Avé Maria.

De kerk in het algemeen.
De kerk heeft een grote bloeiperiode gehad tot een ´stuk´ in de jaren vijftig. Grote gebouwen liepen tijdens de mis vol met gelovigen, ongeacht het uur van de dag en ongeacht de hoeveelste mis het ook was. Uit eigen waarneming: de noodkerk in Moorveld was altijd tot flauwvallen toe gevuld en bij de nieuwe kerk was het flauwvallen minder maar de ruimte was in termen van een bottelier helemaal ´afgevuld´. Beneden aan de Maas van hetzelfde laken en pak. Tot de bisschoppensynode van Noordwijkerhout in 1963. Wat als een actieve doorstart van de kerk is bedoeld, leidt tot het tegenovergestelde effect. Het kerkbezoek raakt statistisch in een niet aflatende dalende lijn, decennia lang, tot op de dag van heden. En hoe Kaski en andere bij de geloofsbeleving betrokken personen en instanties ook tellen, het wordt nog altijd minder en omdat er geen jeugdigen bij komen en de ouderen alleen maar ouder worden, daagt er het ´break even point´. In gewoon Nederlands: het aantal kerkgangers daalt tot een niveau waarop de kerk onvoldoende inkomsten regenereert voor het bestaan!

Onze kerken.
Onze kerken hebben op dit moment (gelukkig) een goed pastoraat en dat weet zich zowel boven als beneden gesteund door energieke kerkbesturen. Daar is niks mee. Maar voelbaar is zowel boven als beneden de tanende kerkgang en de stilstand (afname?) van de kerkelijke inkomsten. Beide kerkbesturen zullen, ieder voor zich, aan de hand van dalende bezoekersaantallen en dalende inkomsten naar de toekomst toe vrij exact kunnen berekenen wanneer zich het ´dreigende moment´ ongeveer gaat voordoen.

Overweging naar de toekomst.
Een overweging naar de toekomst kan geen kwaad. Daarom ook dit artikel. Van de twee kerken is de St. Martinuskerk een erkend monument. Daarom staat de functie van deze kerk niet ter discussie. Op de kerk in Waalsen rusten nog geen historische verplichtingen waardoor een andere bestemming (op welke wijze en in welke richting dan ook) wel bespreekbaar zou kunnen zijn, mits . . . er een vervangende voorziening gevonden zou kunnen worden. Bij de beantwoording van die vraag zou de kapel van het zorgcentrum Avé Maria in Hussenberg voor een ´opening´ kunnen zorgen. De kapel is weliswaar te klein voor de boven-Bergse geloofsgemeenschap (en de zusters is beloofd de kapel als gebouw bij de komende vernieuwing van het bejaardentehuis te handhaven) maar gepraat kan natuurlijk altijd worden, lijkt mij. Er zijn veel omstandigheden die voor een gecombineerde herbezinning pleiten. Ik noem er enkele:
- voor de kerk en/of het terrein in Waalsen is altijd een herbestemming mogelijk (met boekhoudkundig enkele mooie plussen).
- de kapel in het bejaardentehuis is nu al vaak te klein (hetgeen toekomstig alleen maar erger wordt indien er bij de vernieuwing van het tehuis nog ongeveer dertig aanleunwoningen bijkomen).
- met een grotere (multifunctionele) gebedsruimte in het verbouwde zorgcentrum (planning: omstreeks 2004/2005 lijkt haalbaar) wordt een geweldige bijdrage geleverd aan de integratie van buurtfuncties binnen het zorgcentrum en de verlevendiging van de woonomgeving voor de daarin opgenomen bejaarden.
Deze notitie is opgestart vanuit de zorg: hoe houden we de kerk in Moorveld levendig! Als die kerk ooit moet verkassen (samenvoeging met beneden) dan zijn we zo ver als in 1946. Nu is er een kans op zinvolle afbouw respectievelijk combinatie van functies. En voor de huidige kerkgangers van boven maakt het niets uit. Die zijn over twintig jaar in meerderheid voorbestemd voor . . . de (wijk?)kerk in zorgcentrum Avé Maria.

Paul Notten, Moorveld.


Lei Sassen en Netty Marchal 50 jaar getrouwd.

Donderdag 6 februari 2003 was het groot feest ten huize van de oud-Geullenaar, Lei Sassen in Venlo. Herdacht werd dat het die dag precies 50 jaar geleden was dat Lei en Netty elkaar voor de ambtenaar van de burgerlijke stand plechtig hun ja-woord gaven. De feestvreugde zal ongetwijfeld niet zo uitbundig zijn geweest, immers het was nog maar enkele dagen geleden, te weten in de nacht van 31 januari op 1 februari, dat in Zeeland meer dan 1800 mensen waren omgekomen ten gevolge van de watersnoodramp. Het "kerkelijk" huwelijk zou precies een jaar later worden "voltrokken".

In "De Sjakel" van januari 1953 werd onder het kopje "burgerlijke stand" gewag gemaakt van de huwelijksafkondiging (het "uithangen") van o.a. Sassen L.H., oud 23 jaren, mijnwerker, wonende Snijdersberg 34, Geulle, met Marchal C.H., oud 20 jaren, zonder beroep, wonende te Stein.
Na hun "trouw" woonden beiden nog ongeveer een jaar in Geulle om daarna te verhuizen naar Maastricht. Als dienstplichtige volgde Lei de opleiding tot sergeant om daarna over te stappen naar het Corps Commando Troepen in Roosendaal. Hier kreeg hij na een zware opleiding zijn "Groene Baret". Na zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld ging hij werken bij de toenmalige Staatsmijn Maurits. Hij werkte er drie jaar ondergronds.
Het "militaire" bleef Lei echter "trekken". Hij nam ontslag bij de Mijn en werd in 1954 beroepsmilitair. In 1968 vertrok Lei als Sergeant-Majoor met zijn gezin naar Suriname. Dat was in het begin effe wennen, zeker voor Netty, doch uiteindelijk zou Suriname een geweldige ervaring voor het hele gezin worden. In 1971 keerde het gezin Sassen terug naar Nederland.
Als kapitein (sinds 1984) bij de Commandotroepen verliet Lei op 30 april 1986 -op 57-jarige leeftijd- het "leger". Zijn laatste standplaats was Brunssum, alwaar hij werkzaam was bij Head Quarters Afcent.
Lei is na zijn vertrek uit Geulle zo'n elf keer verhuisd, doch altijd in hart en nieren een Geullenaar gebleven. Zijn geboortedorp heeft hem nooit losgelaten, zelfs niet toen hij met zijn gezin in Suriname woonde. De interesse in Geschiedenis en Heemkunde zat er bij Lei al in op de lagere school; zij zou hem nooit meer loslaten.
In 1987 verscheen van zijn hand als deel 1 van zijn "Gäölse Zange" een deskundig en uit historisch oogpunt gezien bijzonder verantwoord boek over zijn geboortedorp tijdens de tweede wereldoorlog, getiteld "Geulle in een Nacht van Jaren". Lei had daarvoor veel en langdurig speurwerk moeten verrichten in de militaire archieven in binnen-en buitenland.
Een ander "historisch" vooral genealogisch getint document van zijn hand is zijn boek "Met naam en toenaam", welk boek in 1998 verscheen als deel 4 in de serie "Gäölse Zange". In dit boek heeft hij stamboomgegevens van 7 Geulse families weergegeven, waaromheen hij allerlei wetenswaardigheden heeft gebreid die op een of andere manier alle in verband staan met deze families. Het boek biedt een prachtige inkijk in het leven van deze families, gezien in hun tijd. Op heemkundig gebied verscheen van zijn hand in 1992 als deel 2 in de serie "Gäölse Zange" het boek "Eine wösj Groffiaote", (een Boeket Anjers), bevattende -in het Geulse dialect- spreekwoorden en gezegdes die vroeger en ook nu nog in Geulle werden/worden gebezigd.
Zijn zorg voor het behoud van het prachtige Geulse dialect deed Lei in 1995 besluiten tot uitgave van zijn boek "Ö buulke huuve" (een zakje knikkers), waarin een goede aanzet wordt gegeven om te komen tot een Geuls woordenboek, van onschatbare waarde vooral voor de toekomst, wanneer bijna niemand meer in het Geulse dialect zal kunnen schrijven. Lei doet daarnaast nog vrijwilligerswerk in het nabij gelegen Oorlogsmuseum in Overloon. Lei is een echte "verzamelfreak". Hij loopt zowat alle (rommel) markten en verzamelbeurzen in binnen- en buitenland o.a. Engeland en Schotland af, op zoek naar "spullen" die hem interesseren zoals bidprentjes, waarvan hij er intussen zo'n 90.000 bezit, ansichtkaarten over Geulle, boeken over krijgsgeschiedenis en vooral militaire emblemen. Hij kan "alles" gebruiken en sleept dat allemaal mee naar huis. Zijn woning barst bijna uit haar voegen. Zijn vrouw Netty wordt er wel eens "gek" van, zegt zijzelf. De verzamelwoede van Lei is echter ten dele ook op haar overgeslagen. Zij verzamelt communie-en devotieprentjes en ansichtkaarten van Anton Pieck. Daarnaast heeft zij als grote hobby puzzelen.
Op vrijdag 7 februari was een afvaardiging van het bestuur van de Heemkundevereniging in Galerie De Hoeve present bij de officiële viering van het gouden huwelijksfeest en trof aldaar aan, een nog altijd stralend huwelijkspaar, te midden van hun familie, vrienden en bekenden.
Vanaf deze plaats wenst de redactie van De Sjakel het gouden echtpaar en hun wederzijdse families geluk met het bereiken van deze mijlpaal en zegt tot Lei en Netty tot slot nog: "ad multos annos" !


Tilla en Buby zijn niet langer meer onder ons.

Ongeveer twee weken geleden bereikte ons het droevige bericht dat de in Geulle zeer bekende weduwe Tilla Tempelman-Paulussen -na een verblijf van enkele jaren in een kliniek te Geleen- op 22 januari 2003 was overleden. Samen met haar nieuwe levenspartner Buby Streich vormde zij decennialang een paar, dat vanwege hun beider gezellige levensopvattingen jarenlang bij alle mogelijke gelegenheden in Geulle graag geziene gasten waren. Als buitenlander was Buby dankzij Tilla in een mum van tijd "ingeburgerd".
Het hele jaar door was het feest ten huize van Tilla en Buby. Dat zo'n stel het ideale (Prinsen)paar in Carnavalstijd zou zijn was dan ook een logisch gevolg. Dit geluk straalden beiden ook jarenlang uit, totdat Tilla met haar gezondheid begon te sukkelen.
Het werd zo erg dat Tilla op een gegeven moment zelfs in een kliniek moest worden opgenomen. Voor Buby was dat echter geen probleem. Elke middag was hij bij haar in Geleen en dat altijd zonder morren of tegenzin. Samen uit en samen thuis, in goede en slechte tijden, dat was zijn motto.
Toen Tilla overleed stortte de wereld voor Buby compleet in. Hoe vaak had hij niet gezegd dat als Tilla er niet meer zou zijn, het voor hem ook niet meer zo nodig "hoefde".
Op 7 februari jl. -goed veertien dagen na het overlijden van Tilla- volgde Buby zijn Tilla in de dood. Nu zijn beiden geliefden "hierboven" dus weer verenigd. Mogen beiden rusten in vrede !

Na restauratie feestelijk in gebruik genomen
St. Martinusparochie bezit uniek Anneessens harmonium

De twee vertegenwoordigers van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg die enkele jaren geleden wezen op de mogelijk bijzondere waarde van het oude harmonium dat al vele jaren weggeschoven stond op het oksaal in de Sint Martinuskerk in Geulle, hebben gelijk gekregen. Het meer dan een eeuw oude harmonium, rond 1900 vervaardigd door de fa Charles Anneessens in Grammont (België) is niet alleen vanwege zijn afkomst en leeftijd uniek, maar ook wat betreft het systeem. Het betreft namelijk een drukwind harmonium. Deze zijn in tegenstelling tot de zuigwind harmoniums zeer zeldzaam. Het in Geulle gevonden exemplaar zou best eens uniek kunnen zijn in Nederland.
Zo niet dan is het in elk geval ‘bijzonder zeldzaam’. Zondag 26 januari werd het tijdens de hoogmis van 10 uur plechtig ingezegend door pastoor G. Dohmen en ingespeeld door organist Rob Waltmans.

Na de ontdekking ervan op het kerkoksaal door de mannen van Monumentenzorg werd door het kerkbestuur kontakt opgenomen met secretaris J. Spaans van de Harmonium Vereniging Nederland, tevens kanunnik en deken van het Metropolitaan Kapittel van de Oud-Katholieke kerk te Utrecht. Hij was het die direct vaststelde, dat het om een uniek instrument ging en aandrong op restauratie ervan. Die was dringend nodig, want het harmonium dat in vroeger jaren o.m. dienst heeft gedaan in de voormalige lagere school, verkeerde ‘in verregaande staat van verval’.

Op aanraden van organist Rob Waltmans (Basiliek Meerssen) werd kontakt opgenomen met orgelbouwer, musicus, componist en dirigent Jo Spit te Klimmen. Hij kwam naar Geulle, bekeek en betastte het harmonium en.. was verloren. Hij zou het een eer vinden dit instrument te mogen restaureren. “Geef me voldoende tijd en pin me nergens op vast, want ik weet niet wat ik tegenkom, maar het resultaat zal verbluffend zijn“, luidde zijn toezegging. Hij heeft er – mede tegengewerkt door ernstige ziekte – meer dan een jaar over gedaan en meer dan eens heeft hij op het punt gestaan “de hele kraam in een kist te doen en terug te brengen naar Geulle. De puinhoop was erger dan ik had kunnen veronderstellen”. Maar Jo Spit zette door en vlak voor Kerstmis bracht hij het als nieuwe harmonium terug naar de Sint Martinuskerk. Het was inmiddels meermalen niet alleen door Jo Spit zelf maar ook door Rob Waltmans op zijn kwaliteiten en mogelijkheden getest. Beiden waren lyrisch en voorspellen een grootse toekomst voor dit instrument, “dat zeker ook bespeeld zal worden in het kader van concert-cyclussen”.

Zondag 26 januari werd tijdens de hoogmis dit harmonium door pastoor G. Dohmen ten overstaan van een nagenoeg tot de laatste plaats bezette parochiekerk plechtig inzegend en daarmee opnieuw ter beschikking gesteld van de eredienst. De hoogmis werd opgeluisterd door het Gemengd Zangkoor van de Sint Clemensparochie uit Merkelbeek dat onder leiding staat van de heer J. Spit, de man die het harmonium met grote vakbekwaamheid en eindeloos geduld gerestaureerd heeft. Ten gehore gebracht werd de ' Pastoral Messe' van Ignaz Reimann (bewerking Richard Burzynski) voor 4-stemmig gemengd koor. Het koor werd aan het Anneessens harmonium begeleid door organist Rob Waltmans die hierover reeds schreef: “Het instrument heeft een bijzonder fraaie klank. Vooral de baskant geeft het instrument een groots karakter. De fraaie akoestiek van de kerk geeft het harmonium iets magistraals”.

W. de Rouw


In de heer zijn overleden

- op 22 januari 2003, Tilla Tempelman-Paulussen, weduwe van Teun Tempelman, levensgezel van Buby Streich, Processieweg 2a.

- op 7 febrauri 2003, Buby Streich, levensgezel van Tilla Tempelman-Paulussen, Processieweg 2a.

- op 14 februari 2003 op 41-jarige leeftijd, Marcel Cornelissen, echtgenoot van Jolanda Roox, Schoutstraat 40.


Politie varia

- Op zaterdag 11 januari wederom een auto in de brand op de Saintweg, bleek gebied van Stein te zijn.

- Op maandag 13 januari werd snelheidscontrole op de Hulserstraat gehouden, wel diverse auto's gecontroleerd, geen overtreders van de snelheid.

- Wederom een pannenset verkoper actief in het Geulse. De verkoper verkoopt tegen een behoorlijk bedrag een pannenset, doch dit zijn waardeloze pannen. In de winkel zeer goedkoop. Enkele jaren geleden heeft deze man ook dergelijke praktijken uitgehaald. Betreft een man van middelbare leeftijd gekleed in een net pak. Wees attent.

- In de nacht van donderdag 16 op vrijdag 17 januari werd ingebroken in een personenauto op de Koekoekstraat. Auto stond op de oprit naast woning en het slot van het rechterportier werd geforceerd en ontvreemd werden een Radio/CD-speler en een hoeveelheid CD’s.

- Tussen donderdag 16 en maandag 20 januari werd op de Nachtegaalstraat ingebroken in een bedrijfsauto. De toegang tot de auto werd verkregen door het forceren van het slot van het achterportier. Ontvreemd werden alle elektrische apparaten.

- In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 januari werd een auto op de Burg. Thijssenlaan beschadigd. Op de rechterzijde werd vermoedelijk met een sleutel een diepe kras gemaakt.

- Er komen bij de politie wederom klachten binnen van overlast door de jeugd op de hoek Cruisboomstraat-Cruisboomveld-Hussenberg-straat en Heirweg. Heeft onze aandacht.

- Verder komen er klachten over hardrijders op diverse doorgaande wegen in Geulle. Hier wordt rekening meegehouden bij de dagelijks werkzaamheden.

Brig. Giesen

Oetstepke nao de Sjrwoipfebrik en de Broewerie.

Op donderdag 20 maart organiseert de Heemkundevereniging een excursie naar de Stroopfabriek en de Alfa-brouwerij in Schinnen. Het bezoek aan de stroopfabriek begint om 10.00u en om 13.30u worden we in de brouwerij verwacht voor een rondleiding. We verzamelen om 9.30u op het marktplein en vertrekken dan met eigen vervoer richting Schinnen. U wordt verzocht een eigen lunchpakket mee te nemen.
Heeft U interesse dan kunt U zich opgeven tot en met 15 maart bij Truia Huntjens (043-364 9582) of Maurice Wouters (046-4281899). Voor leden kost het uitstapje 5 euro, voor niet leden tellen wij 12,50 euro per persoon.

Hopelijk mogen wij ook U begroeten, om kennis te maken de productie van deze Limburgse streekproducten.

Het bestuur.

Agenda

- Op 14 maart a.s. houdt de Heemkundevereniging haar jaarvergadering in ’t Wapen van Geulle. Aanvang om 19.30 uur.


Gezocht

De heemkundevereniging is voor haar archief nog op zoek naar jaargang 23 (1967/1979) van het huis-aan-huis blad ‘Kontakt’. Indien u één of meerdere uitgaven heeft uit deze periode en deze wilt afstaan aan de heemkundevereniging, dan kunt u contact opnemen met de redactie van de Sjakel of met het secretariaat van de vereniging.

Red.


13 knotlindes in het dennenbos.

Het dennenbos.
Ter hoogte van de Bloemberg (hoog boven het Leukdervoetpad) ligt het dennenbos, een verzameling van donkere silvesterdennen. De dennen zijn geplant, hoog tegen de helling tot aan de rand. De naaldbomen houden altijd licht tegen, ook in de winter als alle andere bomen bladloos zijn. Het dennenbos oogt daardoor altijd wat sombertjes.
Midden in het dennenbos, nét aan de rand van het aflopend plateau boven de Kloasput, ligt in dat oude en wat vervallen dennenbos een open plek, omzoomd door een hele verzameling oude knotlindes. Het is een stille plek, enkele tientallen meters buiten het wandelgebied, en alleen bekend bij ´lokalen´. De lindes staan er al eeuwen in stilte én stevigheid. Want, ondanks hun ouderdom stralen ze nog alle kracht uit en zijn ze tot op heden bestand gebleken tegen alle stormen.

De plek.
Binnen het ovaal van de lindebomen ligt de open plek. De plaats ademt een mysterieuze, bijna mystieke stilte uit. In het nachtelijke duister met flarden maanlicht over de helling moet dit de ontmoetingsplek zijn voor nimfen en bossaters. Louis Couperus, de schrijver van mystieke verhalen, zou hier met liefde zijn denkplek ingericht hebben.
Bij het zien van de toch ooit volgens plan geordende lindebomen is direct de vraag: wat is hier ooit geweest?
We weten het niet. De vraag is er en we hopen de historische kiem ooit op te sporen. Nu is onze aandacht gericht op knotten en veilig stellen van de oude lindes. De knotdagen van 2003 hebben een lange voorgeschiedenis.

Eerste actie.
Al in 1991 is er gecorrespondeerd met Staatsbosbeheer. Toen met het verzoek aan Staatsbosbeheer de bomen zelf te knotten. En, inderdaad, dat werd toegezegd. De toezegging van Staatsbosbeheer bleek minder hard want in de jaren daarna gebeurde niets. Hernieuwde briefwisseling in 1995 en 1996, afgerond met een akkoord dat het werk gedaan kon worden met behulp van de Meerssense IVN-werkgroep. Helaas, de instemming kwam vlak voor de lente en knotten is dan uit den boze. In december 2000 weer overleg, nu met de heer Jussen. Met hem (hernieuwd) akkoord bereikt om te knotten door ‘plaatselijke krachten’ in te zetten. Maar welke?
De takken op de knotlindes zijn inmiddels uitgegroeid tot nieuwe bomen, in lengtes tot om en nabij de 24 meter. Geen werk voor een handsnoeizaag! Te gevaarlijk voor de vrijwilligers van het IVN. Onze heemkundevereniging wilde wel sponsoren maar vond de uitvoering door een professionele organisatie uiteindelijk te duur.

De uitvoering.
Eind 2002 hebben alle betrokkenen de gewenste ‘scrum’ kunnen maken. Staatsbosbeheer akkoord (mits de boomzagers arbo gecertificeerd zijn) en heemkunde akkoord met de kostenbegroting. De werkers worden geworven bij IVN Meersen, de heemkundevereniging en de buurtvereniging Moorveld en een vrijwilliger uit Valkenburg.
Zaterdag 23 januari is het zo ver. Op het pad naar de Bloemberg veel verkeer van lieden richting het ovaal in het dennenbos. De equipe bestaat uit de twee gecertificeerde houtzagers (opleiding, kleding, gehoor-bescherming enz.), zeven sjouwers (wat sjofeler gekleed) en een video-man (netjes gekleed). Piet, de voorzager, zet de zaag in de eerste knot. En dan blijkt wat de moeilijkheid is: de takken zijn zó hoog dat zij bijna steeds in andere, nabije bomen blijven ‘haken’. En voor onze Piet is het dan ‘hèlle’ om die hoge takkeboom veilig beneden te krijgen. Er zijn technieken om de valrichting van een boom te berekenen.
Maar, of de boom dat dan ook doet, dat is een tweede. Door spanning op de tak of doordat de tak in een andere boom blijft haken, is de valrichting nimmer zeker.

Geweld.
De afgezaagde takken vallen met donderend geweld naar beneden. Zo´n takkeboom buigt uit het lood, begint langzaam te vallen, suist daarna met een ongekende kracht naar beneden en smakt over de volle lengte op de grond. Het is alsof een bom inslaat. Een van onze medewerkers van de sjouwploeg, die net aan de andere kant van de spoorlijn woont, heeft achteraf van buurtbewoners gehoord dat de dreunen van de ‘neerslaande’ takken in de woningen goed voelbaar was.
Bij het zien van al de hiervoor vermelde sjouwers dacht ik: wat moeten we daar mee? Maar, als de eerste takkenbomen stukgezaagd zijn, blijkt dat aantal een zegen, want de takken hebben kolossale afmetingen. De onderstammen hebben een doorsnee van twintig tot vijftig centimeter maar er zijn ook stammen van zestig centimeter doorsnee en nog meer. Je houdt het niet voor mogelijk. Stronken massief lindehout met de omtrek van een metselkuip. Takken die recht naar beneden vallen, schieten tot een halve meter de grond in.

Daar moet je als zager of sjouwer onderuit blijven! De veiligheid van de mensen is gelukkig goed geregeld. De zagers aan het ene end van het lindeovaal, de sjouwers aan de andere kant. En na verloop van tijd gewoon oversteken.

Ouderdom.
Vooraf was de vraag: hoe lang zouden de knotlindes niet meer geknot zijn? Dat is vooraf niet te achterhalen. Na het knotten zijn van enkele grote ‘knotten’ de jaarringen geteld. We zijn gekomen op een gemiddelde van 47 jaarringen. Terugtellend komen we dan in de winter 1955 uit (of daaromtrent, zullen we maar zeggen).
De foutmarge zal gering zijn. Tot begin/midden jarig vijftig hebben in café de Leunde nog verkopen van bospercelen voor geriefhout plaats gehad. Daarna was het voorbij. De knotlindes zelf met vaak grote, imposante ‘koppen’ zijn zeker 200 jaar oud. Dus niet zo oud als Abraham maar als Napoleon.
Met de face-lift van 2003 hebben de knotlindes weer alle mogelijkheden. Zij kunnen niet meer kapot waaien of uit elkaar scheuren. Het bijhouden van het knotwerk is nu een fluitje van een cent. De ploeg die het nu gedaan heeft kan nog een aantal decennia mee. In biljartermen: een serie langs de korte band (al zal het vanwege het ovaal waarin de bomen staan meer biljart artistique zijn).

Nog enkele wetenswaardigheden.
De bomen zijn in het verleden gebruikt voor geriefhout. Op enkele stammen staan nog de initialen van de vroegere eigenaar, zekere HD uit Beek, die als compensatie boomtax heeft betaald voor de bomen op gemeentegrond. De initialen waren noodzakelijk vanwege de belastingplichtigheid; onder de initialen de vermelding van het volgnummer van de boom.
Leuk was het kaartje aan een kapotte ballon dat gevonden werd, boven in de top van zo´n hoge tak. We hebben een briefje teruggestuurd aan Alexia Eeckeels uit Schaarbeek met de aantekening dat zij die ballon geen zevenenveertig jaar eerder had moeten versturen want . . . dan zouden we hem nooit gevonden hebben!
Tenslotte, het waren wel dertien knotlindes maar gelukkig stonden er buiten het ovaal nog meer. Je weet het maar nooit met zo´n getal dertien.

Tenslotte.
In een tegenwoordig veel gebruikt on-Nederlands woord, het ‘equipement’ bestond uit: Jo Heijnens en Piet Smeets (zage, zage, zage enz.) en Harrie Crombag, Bert Janssen, Lou van Kan, Harrie Muitjens, Paul Notten, Sjaak Pluis en Arthur Sassen (sjouwe, sjouwe, sjouwe enz) .

De marketensters voor deze gelegenheid waren Marie-Thérèse Crombag en Riekie Notten.

Zij zorgden voor de koffie en tweemaal een ketel stevige soep van de soort ‘staande lepel’ en qua formaat ‘militaire oefening’. Michel Olivers heeft het allemaal op de video vastgelegd.

Het knotproject is een co-productie geweest van Staatsbosbeheer, IVN Meerssen en de heemkundevereniging Gäöl.

Paul Notten, Moorveld.

 

 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.