Heemkundevereniging Gl - Sjakel april 2001
 
 


De Sjakel
April 2001

Geulle in vroeger tijden.
31. Processies.

Pastoor Kengen omschreef in "Uit Geul's verleden" een processie als een ter ere van God of een heilige gedane omgang of bidweg om eer te bewijzen, om een gunst te krijgen of uit dankbaarheid. Men kent processies met of zonder het Allerheiligste.

Als goede katholiek hield de Geullenaar van processies. In het verleden werden dan ook vele gehouden. Dit blijkt onder meer uit een aantekening voorin het in 1721 opnieuw aangelegde huwelijksregister van de Sint Martinusparochie:
  • De grote Sacramentsprocessie: Op de zesde zondag na Pasen trok men eeuwen geleden vanuit de kerk beneden naar Terhagen bij Elsloo en via Hussen- en Snijdersberg terug naar de kerk. Later is deze bidweg flink ingekort.
  • De kleine Sacramentsprocessie: Op Sacramentsdag ging deze vanuit de Sint Martinuskerk door het veld richting de Maas. Na de zegen liep men via een andere weg naar de kerk terug.
  • De Sint Martinusprocessie: Via dezelfde weg werd ieder jaar op 4 juli een bidweg gehouden ter herinnering aan de overbrenging van de relikwien van de patroonheilige naar de parochiekerk.
  • Op de eerste zondag van iedere maand was de processie van de broederschap van de H. Rozenkrans. Het Allerheiligste werd rond de kerk gedragen onder het zingen van de Laurettaanse litanie.
  • Jaarlijks was op de zondag na het feest van Maria Geboorte (8 september) een bidtocht over de stenen kasteelbrug naar de kerk. Dit ter ere van de kerkwijding van de "nieuwe" kerk van 1626. Deze werd gebouwd in opdracht van Wolter en Koenraad, baronnen van Hoensbroek en Geulle.
  • Op Palmzondag, Pasen en de zes zondagen na Pasen was voor de H. Mis een bidtocht ter ere van de verrijzenis van de Heer. Aan de oostkant van de kerkhof was een statie waar o.a. het "Salva Festa Dies" werd gezongen.
Naast deze bidtochten worden in "Uit Geul's verleden" nog de kruisprocessie (drie dagen achtereen) en de Sint Marcusprocessie genoemd. Daarnaast kende men nog de bidtochten naar de verschillende bedevaartplaatsen zoals o.a. Houthem - Sint Gerlach, Kevelaar, Wittem, Wijk-Maastricht en Scherpenheuvel.

Uit voorgaande blijkt dat het rijke roomse leven lang geleden in Geulle volop bloeide. In de volgende aflevering wil ik iets meer vertellen over de grote Sacramentsprocessie zoals deze vroeger door de Sint Martinusparochie trok.

Tot slot enkele aanvullingen op mijn verhaal van de vorige maand over de eeuwenoude Geulse processie naar Scherpenheuvel. Evenals in de eerste wereldoorlog is deze bedevaartstocht ook in de tweede wereldoorlog niet gehouden.

Volgens mijn zegsman was het in 1939 de laatste keer dat men twee dagen wegbleef. Men reisde met twee EBAD-bussen en dat kostte indertijd het machtige bedrag van fl. 2,50 per persoon. Toen gingen al Geullenaren met eigen vervoer (fiets). Bij aankomst in Scherpenheuvel werden alleen de deelnemers van de Geulse bedevaart door de plaatselijke geestelijkheid een paar honderd meter tegemoet gekomen en dan naar de kerk geleid. Na de tweede wereldoorlog is in Geulle boven aan de Cruisboom een kapel gebouwd welke is toegewijd aan O. L. Vrouw van Scherpenheuvel. Deze is later bij de reconstructie van het kruispunt een tiental meters verplaatst.
Archie Varis.


Literatuur:
1. Uit Geul's verleden. (1926)
2. Kent u Geulle? (1949)

Geulle 50 jaar geleden..
April 1951.

  • Onder grote belangstelling herdachten de gezusters A. en M. Verheggen op zondag 15 april het feit dat zij 25 jaar geleden in dienst traden bij de Hoogweledelgeboren familie Van Aefferden. De fanfare St. Martinus bracht in de namiddag een serenade. De heer L. Keysers sprak, als vervanger van de voorzitter, de feestelingen toe. Daarna was het de beurt aan de fanfare St. Caecilia. De voorzitter de heer L. Janssen sprak ook de feestelingen toe.
  • Het weer is de laatste drie weken hopeloos. Het regent, hagelt of sneeuwt. De boeren zien verlangend uit naar een beetje zon, zodat het land bewerkt kan worden en het zaaien kan beginnen.
  • De heemkundevereniging wil de oude spelen weer in de belangstelling van de jeugd brengen. Spelen als kroutzogen, klinghouen of slikkejagen waren spelen die meestal op zondagmiddag gespeeld werden.

    De spelregels voor het "kroutzogen" zijn als volgt:
    Het spel word gespeeld op een vlak terrein van ca. 25 meter in het vierkant. In het midden wordt een gat gemaakt van ca. 25 cm, de zogketen en op twee en een halve meter drie meter in een kring daaromheen weer gaten, de zogkoten.

    Er moet steeds een kot minder zijn dan er deelnemers zijn. De deelnemers hebben allemaal een stok van anderhalve meter lengte en als we nu ook nog een zoog hebben, dat is een steen ter dikte van een kippenei, dan kan het spel beginnen.

    Eerst wordt er gekaveld. Een deelnemer neemt de stokken bij elkaar, zet ze rechtop in de keten en laat ze dan vallen. Degene wiens stok met de onderste punt het verst van de keten valt moet de zoog inhalen, de anderen gaan ieder met hun stok in een kot.

    De inhaler werpt nu de zoog in de keten, of liever, probeert het. Lukt het, dan moeten alle spelers van kot wisselen en de inhaler kan ook proberen met zijn stok in een kot te komen. Er blijft in ieder geval een speler over zonder kot, en die wordt nu inhaler Lukt het de inhaler niet om de zoog in de keten te werpen, dan moet hij hem met de punt van de stok in de keten zien te duwen of te slaan. Aanraken met handen of voeten is verboden. De andere spelers mogen hem hinderen door de zoog met hun eigen stok buiten de kring te slaan maar ze moeten daarbij oppassen want als het de inhaler lukt om met zijn stok in andermans lege kot te komen dan moet die inhalen. Is de zoog binnen dan moeten de spelers van kot verwisselen om de inhaler ook een kans te geven. Wie dan geen kot heeft of wie niet gewisseld heeft, is inhaler en het spel kan zonder kavelen weer opnieuw beginnen. Een leuke bijkomstigheid is dat als iemand het spel moet verlaten, bijvoorbeeld omdat hij hoge nood heeft, dan zegt hij:
    "Ik bie mijn kot en keten, als ik ze vind zal ik ze meten." Is de echte zoog echter binnen, voor hij terug is, moet hij inhalen
Hein Peters.


Politie varia.

  • Tussen donderdag 1 en vrijdag 2 maart werd een tuinlamp vernield op de Bruggelkes.
  • Op maandag 5 maart werd op de Hussenbergstraat proces-verbaal opgemaakt ter zake het verbranden van afval waarvoor geen vergunning was afgegeven.
  • Op dinsdag 6 maart vond er op de Essendijk een aanrijding plaats ter hoogte van de Graaf Wolter Hoenstraat. Een bestuurder kwam vanaf de kanaaldijk en had een hem tegemoetkomende bestuurder niet gezien. Bij het links afslaan raakten ze elkaar.
  • Op zaterdag 10 maart werd op het Cruisboomveld een Franse auto gecontroleerd, waarbij bij de inzittenden een hoeveelheid softdrugs werd aangetroffen. De drugs werden in beslag genomen.
  • Tussen zaterdag 10 en zondag 11 maart werd gepoogd de bliksemafleider van de basisschool "In het Riet" aan de Hulserstraat te stelen.
  • Op zondag 18 maart werd op de Hulserstraat een bestuurder van een bromfiets met een te hoog toerental staande gehouden. De bromfiets werd voor technisch onderzoek overgebracht naar het politiebureau.
  • Op zaterdag 24 maart vond er een aanrijding tussen twee auto's plaats op de Hussenbergstraat. De bestuurder van de auto komende vanaf de Scheerstraat verleende geen voorrang aan de auto op de Hussenbergstraat.
  • Op dinsdag 27 maart werd op de Kleivelderweg een kentekenplaat van een auto ontvreemd.
Brig. Giesen


De Heemkundevereniging bezoekt het Limburgs Museum

De Heemkundevereniging organiseert op zaterdag 12 mei a.s. een excursie naar het Limburg Museum te Venlo.

We gaan met de bus. Deze vertrekt om 10.00 uur vanaf de markt te Geulle.

In het museum wordt een rondleiding van vijf kwartier gegeven door alle afdelingen van het museum. Daarna bent u vrij om op eigen gelegenheid het museum te verkennen.

Om 16.00 uur vertrekt de bus weer richting Geulle.

De entreeprijs bedraagt fl. 7,00. Voor de bezitters van een Rabobankpas bedraagt deze fl. 5,40 en voor 65+ is dit dl. 5,00.

De busreis is voor de leden gratis. Van de niet-leden wordt hiervoor een bijdrage van fl. 15,00 gevraagd.

Opgeven vr 5 mei a.s. bij de secretaris, Past.Smeetsstraat 10, tel 043-3649582. Er kunnen maximaal 50 personen in de bus, dus wie het eerst komt het eerst maalt.

Paosj-zaoterdig.

Dat vong ich vreuger eine hile bezungeren daag. Um twellf oor kaome de Paosjklokke truk oet Rwoime. Die moosjte waal hil hel knne vleege want op donderdigmrrege waore ze pas vertrokke. nger de Gloria hwurdste ze noch loewe, al speelde de kster noch zwoi hel en Norbaer kosj hil get oet d`n rgel haole. Auch de kwoirjonges veur op ten elter die gaove nm van ketoen met alle belle die in de krrek waore. Este Gloria um waor zweeg den rgel zweege de altaorbelle, den "et cum spiritu tuo" van Norbaer klonk hil mager in de vol krrek. De kwoirjonges mochte neet mi belle, ze moosjte noe kleppere mt nne houte ratelaer esset offerande, hauverms of kemuune waor.

In daen tied hauwe veer nwoits van nnen haas dae eijer lgk gehwurd. Dat deege bie os waal de hinne en de Paosjklokke. Die ginge ze in Rwoime haole en woi ze op Paosjzaoterdig langs kaome leete ze ze valle.

Veer ginge nao t veld in en es t hauf twellf gewaes waor en dan mr wachte en kieke. Mh niks whur.

Veer hauwe zeeker neet good opgelt, veer whurde ze weer loewe en weer kaome de klanke van oet den auwe krrektaore.

Veer rende heives en wie veer zagte dat veer gein klokke en gein eijer hauwe zeen valle zag de mooder dat veer toch mr ins in de moostem mooste gaon kieke. Veer braoke hals, boek en nek um t iste dao te zin. Veer vlooge door t getske nao de grwoite paumestroek midde in de moostem. En jao dao laoge ter versjillende mt allerhande kleure. Dat waore gein gewoon eijer, dat waore echte paoseijer want hinne lgke gein blauw, greun of knalgael eijer.

En es veer weer weg wolle gaon zaog eine ter ouch nog ligke achter eine wiemerestroek en ouch achter eine kwroinselestroek. Dao woor flink door gezeuk en es veer dan binne kaome raok de kke nao gebakke vleisj. De vader waor blie dat te vaste en de gooi waek veurbie waor want dat vaste veel hm neet mt. Dae heel van ei brke spek smurges. Dat waor vl lekkerder es eine zellef ingelagde hiring dae ste in de vaste waal maogdes aete.

Nao den aorlog hbbe ze die streng reigels aafgesjaf. De luu moosjte zellf mr get oetzeuke wat hun meute kosde wie neet slokke, gei gebak of geinen toebak. Dat lste hb ich, wie ich volwasse waor waal ei paar kir geperbeerd. Mh wat veel dat taenge. De begosj mt gooije mood. Vastelaovesdinsdig woor de piep weggelag en verstaoke en dn isten daag, mt esjsjelegoonsdig leepste nao dn piep te zeuke wie ein hin nao eine vtte peerlink. Ech zeuke waor t netuurlik neet, de wis sjus woistem dae oavend van te veure has gelag en noe drfdeste neet nao de werrkplaats te gaon um achter nne rk nao pekske toebak te zeuke.

Wat waorste blie es dae goonsdig um waor. 's Murges hauw de pestwoir mt nne dikke zwarten doem dich nog nne jaap van ei kruuske op diene kop geplant en dich nog ins duudelik gemaak dat de vaste begosj waor. De goonsdig en den daag daonao en den daag dao nao en de zaoterdig zonger piep en de zondig zonger toebak.

Tatste dan sneuvels op t veld van ir en dich stikkem ei piepke opstiks, is te begriepe. Volgend jaor mh weer perbeere of toch noe mh wier gaon zonger piep. Mh dat waor ein hil opgaaf, lestiger es mt esjejelegoonsdig. Mh esset dan toch volgehouwe has tot de gooij waek, tot Gooije vriedig, dan zaotste op Paosmaondig de oore en menuute te tlle. Dan stingste op te luif mt ein segaar van zs cent in den rechterhand en dwuske zwaegele in de lnker.

En este iste klanke van de krrikklok euver de weije kaome aanwije dan doerde t neet lang of ei fien wit wlkske kroop langs t taak nao baove en rook t boete op t glaeg fistelik nao n duur segaar.

Dan vongste t jaomer este nao binnen geroope woors veur te aete. Dat waor ouch al hil bezunger nao de vastedaag, ei paar belkes gehak en n stevige kortelt knne ouch hil lekker ruuke. En noe maogdeste de van smlle, want um twellf oor waor de vaste veur ei jaor verbie.
Mar/B.


In memoriam Emeritus - Pastoor Kerckhoffs

Op 27 maart jl. overleed in Huize Op de Berg te Heerlen op de gezegende leeftijd van 86 jaar de in Geulle, Stein en Ulestraten alom geliefde Pastoor, de Z.E.H. Emeritus-Pastoor Joannes Henricus Hubertus Kerckhoffs.

Op 31 maart vond in Ulestraten een zeer druk bezochte plechtige uitvaartdienst plaats, gevolgd door de begrafenis op het kerkhof aldaar.

Pastoor Kerckhoffs werd geboren in Spaubeek op 5 maart 1915. Hij werd priester gewijd op 29 maart 1941. Daarna werd hij achtereenvolgens benoemd tot Kapelaan in Geulle (1941-1949) en Stein (1949-1965) om op 5 juli 1965 te worden benoemd tot pastoor in Ulestraten.

In Ulestraten zou hij 20 jaar blijven fungeren als pastoor tot 28 oktober 1985, toen hij eervol ontslag kreeg en met Emeritaat ging. J.H.H. Kerckhoffs was een goede pastoor, een echte "pastor bonus", een zeer zachtaardig man die veel heeft betekend voor de parochies waarin hij voorging tijdens het Hl. Misoffer en de Heer diende. Waar hij ook kwam, hij veroverde onmiddellijk de harten van allen. Nu kan hij zijn Heer en Meester in de Hemel dienen, een Hemel die Pastoor Kerckhoffs meer dan verdiend heeft.

Tijdens de oorlog (WO II) was hij zoals gezegd kapelaan in Geulle. Dit weerhield hem er niet van om in het verzet te gaan. De beroemde "bon-kaarten" kwamen bij hem binnen en vonden vanuit zijn woning via via hun weg verder onder de onderduikers in Geulle.

Een kleine anekdote tot slot.
Toen hij kapelaan in Geulle was moest hij preken vanaf de toen nog in de St. Martinuskerk aanwezige prachtige preekstoel. Hij zag daar iedere keer opnieuw vreselijk tegen op. Hij had namelijk hoogtevrees. Daarom leunde hij steeds tegen de pilaar achter hem, in plaats van over de leuning heen de beminde gelovigen toe te spreken.
(red.)


De Kleermaker (Snieder)

Lang voor de oorlog '40 - '45 waren er twee kleermakers in het dorp Geulle: Hubert Vossen (de snieder van Climes zoals hij in de volksmond werd genoemd) die in de Geulstraat woonde en Giel Vossen (Giel van Bruls) in de Hulserstraat (overigens geen familie van elkaar).

Beiden hadden er ook nog een caf bij: blijkbaar bracht het beroep van kleermaker te weinig op om van te kunnen leven.

De meeste volwassen mannen lieten hun zondagse maatpak (broek, jas en vest, tesamen montering genoemd) bij een van beide snieders maken. Allereerst werd uit enkele stalen de stof uitgezocht en vervolgens werden de maten genomen. Na een of twee weken, al naar gelang dat hij "in het werk zat", moest er gepast gaan worden. Het pak was dan provisorisch in elkaar geregen om snel weer los te kunnen maken voor een kleine wijziging. Als het pak goed paste, werd het voorgoed in elkaar genaaid. Zondags, na de hoogmis, liet de snieder de klant weten dat het pak klaar was. Het kon dan, uiteraard na betaling, worden afgehaald. De kosten lagen tussen 25 en 30 gulden.

In die tijd deden mannen wel ongeveer vijf tot zes jaar (of zelfs nog langer) met dat pak, want het werd alleen maar op zon- en feestdagen gedragen. Door geldgebrek trok men zich niets aan van nieuwe mode; er was geen A.O.W. en ook geen bijstandsuitkering; de meesten waren kleine agrarirs. Het devies in die tijd was: red jezelf, het is je plicht!

In die tijd werd er in het dorp bij caf's gekegeld of gebeugeld, d mannensport van die tijd (in het dorp had het voetbal zijn intrede nog niet gedaan). Tijdens de uitoefening ervan kon men, vanwege de gebukte houding die men aannam, zien door welke kleermaker het pak gemaakt was: de ene maakte namelijk een passende broek en een slecht zittende jas, de andere precies omgekeerd: een niet passende broek en een passende jas. Tijdens die gebukte houding ging van de slecht passende broek het kruis los en zo kon men zien wie het pak gemaakt had: kleermaker X of Y.

Giel Vossen in Hulsen had een zoon, maar deze koos voor het kappersvak. Hubert Vossen op de Geulstraat had vier zonen waarvan er twee kleermaker werden. Deze gingen daar nog enkele jaren mee door, maar stierven vroegtijdig en hadden geen opvolgers.

Door de opkomst van de confectie-industrie, waar niet tegen te concurreren was, kwam er een einde aan het vak van de dorpskleermaker of snieder.
J. Maassen


In de heer zijn overleden

  • Op 23 maart 2001, nog geen dag oud, Ivo, zoon van Miranda en Theo Reinders - Jennekens van de Past. Smeetsstraat
  • Op 26 maart 2001, op 72-jarige leeftijd, Jenny Ummels, echtgenote van Martin Magermans;
  • Op 27 maart 2001, op 80-jarige leeftijd, Fien van Hees, weduwe van Sjang Lemmens, wonende te Av Maria;
  • Op 27 maart 2001, op 86-jarige leeftijd, emeritus pastoor Joannes Henricus Hubertus Kerckhoffs, kapelaan te Geulle van 1941 tot 1949.


Brieve van Pieke Jr.

Hier weer een briefje van jullie Pieke jr. uit de Piemelenhoek. Het weer is weer niks en Harie zit de hele dag versjangeneerd voor zich uit te kijken achter de vinstere omdat hij niets in de moestem kan doen en vorig jaar om deze tijd had hij de vroege al in de grond en nu nog niet eens de mes. En Kwib Teigededraod bei ons neve die is wel in de moestem aan de gang en die was lets saves vuurke aan het stoke in de moestem achter, ouwe troep aan het opruime, en die bateraaf van een Willemke van Teigededraod, die knijn, die was aan het vunkele en Harie wilde geen vuurtje stoke omdat hij geen vergunning devoor had, maar die had die Kwib ook niet, zei hij, maar als niemand het ziet mag het alles, volleges hem en voortat hier iemand van de pleisie komp kijke is het vuur allang dood en begrave en dat is net hetzelfde als al die lede van de vereniging van hondsuitlaters, zo gauw het duister is late ze de hond uit, maar opruime is niet de bij, want als de stront aan iemands anders zijn schoene hank, zijn zij toch alweer gauw thuis aan de kachel, de mooie meneer uithange, en ze wete ook nog percies waar ze hunne hond late poepe, want het zijn steeds andere die zich drintrappe en bij hun eige huis voor ligge nooit geen keutele. En onder in Geul daar heef iemand wat gevonge op foutparkere, want hij heef een paar weeke gelede een luier vol met goed spul in de gut gelegd en die lig er nog en die luier is nou niet meer wit maar zo lekker bruin wie pure skjokolaat, maar de Noonk heef sinds die tijd wel niemand daar fout geparkeerd meer zien staan. En parkere in Hulse dat is al helemaal wat, want de Noonk ziet daar de lui hun kindere hale en brenge van de school en dat is net zoget wie op vrijdag perkere in Maastricht als het daar merret is en de hele straat staat vol tot aan de veldwachter compleet en tot aan het kerremisterrein. Nee, dan vroeger zeg de Noonk en Harie ook, die moeste twee keer per dag op en neer naar de Maas naar de school, naar meester Notte en Winterake en juffrouw Prop en juffrouw Lemmes en zo en dat was andere kal, zegge ze, daar werd je hel van en de jeug van nu is nog niet eens zo hel wie een pakje boter dat veertien daag in de zon heef gelegen.

En aan de Maas daar is het kermis en ze staan ook nog iedere keer in de gezet, met fotoos en al debij, Henk van Spee en Math van den Doom en der stond bij tat tat buurmannen ware en daar klop niks van want de ene woont ongeveer in Eelse en de andere in het Vuilwambes en vroeger woonde ze dichter bijmereen in Hulse, maar nu toch niet meer, maar dat is nou de gezet, eers schrijve en dan pas nadenke. En een van die wat zich eers had opgegeve voor in het Waterschat te kome zit nu vooraan bij de klup die die van Aan de Maas wil redde van de ondergang en de Noonk wil wel erelidskaarte van die hebbe, ook al woont hij hier hoog en droog in den hoek, maar hij had het er vorige week over om te gaan verhuize en de boet hier te verkope, want met die van de onroerende belastingen van de gemeente kan hij nu helemaal niet meer opschiete, die hale hem de letste knuip uit de beurs, zeg hij, maar hij blijf toch want de gemeente heef gezeg dat ze een medallie wille instelle voor verdienste van luu van Meersse en daar hoort Geul dan ook bij, zeg de Noonk en voor alle cente, die hij voor de gemeente gepresteerd heeft met die belastingen wil hij nou ook wel eens geerd worden en nou denk de Noonk dat hij ook die medallie krijg, maar dat is niet nodig, zeg Harie, want de Noonk valt al genoeg op van zichzelf met zijne platekop. Zo, en nou ga ik me eens lekker een stuk rommedoe eten, die heef Merie van de merret meegenome en die is zo zach dat hij bekans van de teleur afloop en dan nog wat schroop debij, lekker! Nou adi, tot de volgende keer

Paddentrek.

Als ik die avond naar buiten ga en onder een welhaast klassiek-Hollandse lucht naar Hulsen loop, hoor ik het al: geen gekwaak in de vijver bij de buren. We hebben een slechte avond uitgekozen, Harrie Voncken en ik, het is gewoonweg te koud. Toch maar de "stevele" en de emmer gepakt en op weg, naar de Krauwenhook en daar wordt meteen duidelijk wat er aan de hand is.

Hier heeft Harrie Voncken samen met Jan Pepels met een 125 meter lang plastic scherm, een groot aantal ijzeren pinnen (gekregen van een betonvlechtersbedrijf, zal hij mij later uitleggen) en een stuk of tien in de grond ingegraven emmers een professionele paddenoversteekplaats gemaakt.

Professioneel jawel, maar de dames en heren padden hebben, al dan niet innig in koppeltjes met elkaar verstrengeld, de hulp van liefhebbers als Jan en Harrie, en bijvoorbeeld diens kleindochter Vinanda Voncken, nodig om ongeschonden de overkant van de weg n daarmee de vrije doorgang naar het verlokkende water van de visvijver te halen.

Die vijver is, zo vertelt Harrie, de aanleiding tot de hulpactie. Toen de vijver er pas was, vond hij tijdens de paddentrek tientallen platgereden kadavers. De beestjes rusten tijdens hun avondlijke trek even uit op de weg, die nog wat warm is van de zonnestralen en worden vervolgens het slachtoffer als er een auto langs komt. Zoveel auto's komen hier toch niet langs, opper ik, maar, en dat zal later blijken, het gaat niet zozeer om de hoeveelheid auto's als wel om de hoeveelheid padden.

Veel padden krijgen we deze avond niet te zien, bij dit koude weer trekken ze gewoon niet, en het is mooi meegenomen, dat er net ntje opduikt als onze fotograaf zijn opwachting maakt, we willen immers wat foto's hebben voor de internetsite van de heemkundevereniging. Met onze buit lopen we naar de vijver, zetten onze gast plechtig overboord en kijken toe hoe het eenzame mannetje in het water zijn speurtocht naar een bereidwillige partner voortzet.

Of die pad de volgende dag zijn maatje al gevonden heeft, is nog maar de vraag, maar als Harrie dan met zijn zaklantaarn in de eerste emmer schijnt, wordt duidelijk dat we vanavond meer succes hebben, er zitten er zeven in, twee koppeltjes en drie mannetjes. De andere emmers zijn goed gevuld en ook in de omgeving daarvan krioelt het van de padden. Aan het eind van de inzameling hebben we er bijna honderd geteld. Wat een gefriemel, de een kruipt over de ander om maar te proberen uit de emmer te komen.

Snel brengen we ze naar de waterkant, maar we moeten wel oppassen, want overal op het kiezelpad zitten padden, die al op de terugweg zijn en we willen natuurlijk niet hetzelfde effect bereiken als een auto, dus proberen we zo goed en zo kwaad als het kan tussen de reizigers door te lopen. Nu begrijp ik ook waarom op deze plek zoveel beestjes het slachtoffer worden, niet omdat er hier zoveel auto's zijn, maar omdat de padden zelf in zo grote hoeveelheden tegelijkertijd onderweg zijn.

Het lijkt of ze aan een touwtje uit de bermen getrokken worden. Ondanks de duisternis voel ik dat Harrie glundert, omdat we op twee dagen toch maar mooi een gemiddelde van 50 padden gehaald hebben. En ik, ik heb bewondering voor deze vrijwilligers, die samen gedurende een aantal weken zowel 's morgens als 's avonds een uurtje besteden aan de natuur. Als ik Harrie een paar dagen later zie en hem vraag hoe de stand is, zegt hij: "Bijna 1.800 !!"
(red. LvK)


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.