Heemkundevereniging Gl - Sjakel april 2002
 
 


De Sjakel
April 2001

Geulle in vroeger tijden.
43. De schepenbank (3)

In Geulle was vanaf circa het jaar 1400 een schepenbank. De leden van de schepenbank hielden zich bezig met het bestuur over en de rechtspraak in ons dorp. Hierover heb ik in vorige afleveringen al het een en ander geschreven. De leden van zo’n bank waren de voogd of zijn plaatsvervanger de luitenant-voogd, de schout en de (zeven) schepenen.
Dit keer wil ik wat namen geven van deze ambtenaren van de schepenbank. Als bron heb ik “Uit Geul’s verleden” van pastoor Aug. Kengen gebruikt, het standaardwerk over de geschiedenis van ons dorp.
Zo’n lijst met namen is interessant om te zien welke achternamen in Geulle door de eeuwen zijn blijven bestaan. Hierbij moet men er wel aan denken dat gedurende verschillende perioden hier de Staatsen aan de macht waren en dat dan alleen Gereformeerden lid van de schepenbank konden zijn. Deze “Hollandse” familienamen komen voor zover bekend nu niet meer in ons dorp voor.
Als eerste geef ik enige informatie over de (luitenant)-voogden. De heren van Geulle -dus van de adellijke familie Hoensbroeck-Geulle- zijn meerdere malen voogd van de schepenbank in ons dorp geweest. Vaker lieten zij zich echter vertegenwoordigen door een plaatsvervanger. Aan zo’n luitenantvoogd werd het voogdambt dan tegen een behoorlijke betaling verhuurd. In 1592 werd Jan van den Houfve door de heer van ons dorp als luitenant-voogd aangesteld. Hij werd in die functie opgevolgd door Mathijs Cloot. Carle Suchen was nadien luitenant-voogd.
Hierna volgt een namenlijst van de schouten die bij de schepenbank in Geulle actief zijn geweest:
1406. Johan Strupher (uit Hulsberg)
1447. Olyvier van Lybermey
1568. Leonardus Heppen of Heppers
1594. H. Bours
1639. Willem van den Hoofve
1665. Willem Janssen
1667. de la Montaigne
1708. David Bulleback
1716. Jacob Hermes
1731. Ludovicus Prottin
1735. Abraham van den Heuvel
1762. Leo Willem van den Heuvel
1792. J. H. Ploem
Bij Abraham van den Heuvel staat dat hij van de ware Gereformeerde Christelijke religie was, dus rond 1735 hadden de Staatsen het hier voor het zeggen.
In “Uit Geul’s verleden” staan ook de namen van veel schepenen. Hierna volgen de namen die pastoor Kengen voor de periode 1406 tot 1680 heeft kunnen achterhalen:
1406. Willem die Witte, Arnout Vysscher, Mathijs van Hulsloe (Hulsen), Leens, Johan Saryssoen, Vranke van Hare (Borgharen) en Johan Moterberch.
1447. Peter Vijsscher, Ghyze (Heex?), Arnold Sarys, Werner Moes, Johan Franken, Geerken Jacobs en Reynken Vysschers.
1457. Werner Maas (Moes?).
1490. Hanssen, schepen van Goele = Geulle.
1545. Herman Cox, schepen van Goll = Geulle.
1560. Willem Koers.
1567. Joannes Rivius, (secretaris)schepen van Geul = Geulle.
1568. Leonardus Heppers, eerst schepen, nadien schout.
1631. Leonardus Stommen.
1635. Leonard Janssen, Goesen, Vaessen, Leo Snyders.
1643. Thys Lonis.
1664. Henricus van der Stam, Arnold van Panhuysen, Reinier Reyers, Willem van Hoorn (Hoven?), Carl. Lamberts.
1666. Claes en Peter Vromen, Spitsweck, J. van der Roer.
1668. Peter Weyers, Matheus Claessen, Tevis Vaessen.
1669. Pelt.
1680. Mathijs van Gangelt, Johan Pelt, Tevis Vaessen, Hendrik Muiters.

In ”Uit Geul’s verleden” staan nog veel namen van schepenen die hier na 1680 in de schepenbank zaten. De laatste in deze rij was P. Simons, die op 27 november 1793 werd aangesteld. Kort daarna kwamen de Fransen onder Napoleon hier aan de macht.

Archie Varis.

Literatuur:
1. Uit Geul’s verleden (1926).
2. Waar de brede stroom der Maas (1972).


De zand- en kiezelgroeve.

Vroeger had je in ons dorp een zandgroeve halverwege de Slingerberg. Het was wit zand dat gebruikt werd als vul- en voegzand. Ook werd het gebruikt voor het maken van zandtapijten tijdens de grote processie die ieder jaar uittrok.
In 1920 bij de bouw van de nieuwe kerk in Geulle beneden zijn tientallen karrevrachten gebruikt voor metsel- en voegzand. Dit werd door de boeren met kar en paard vrijwillig aangevoerd. De weg naar de kerk was toen een stuk korter dan nu, want er was nog geen kanaal en men hoefde dus geen brug over.
Op het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw raakte de groeve min of meer uitgeput, maar ook de provinciale overheid verbood verdere afgraving in verband met de landschappelijke waarde.

De kiezelgroeve was in de Snijdersberg waar nu huize “Beeldenhof” staat. Daar hebben ze jarenlang de kiezel gewonnen om de wegen in het dorp te verharden, want er was in die tijd geen enkele weg geasfalteerd. In die tijd bestond het verplicht “botten” in de gemeente.
Dit “botten” betekent dat men hand- en spandiensten moest verrichten voor de gemeente. Dit werd dan gezien als een soort gemeentebelasting. Mensen met kar en paard moesten een of meerdere dagen kiezel rijden voor het onderhoud van de diverse wegen in het dorp. Mensen die geen kar en paard hadden moesten de kiezel op de karren laden en op de bestemde weg aanbrengen. Op de plek waar kiezel werd gewonnen is later gestopt omdat men te dicht bij de huizen van de Snijdersberg kwam. Het plateau voor de welput, naast de weg, was vroeger op plaatsen dubbel zo breed als nu.
Er is toen een nieuwe groeve gemaakt. De ingang was tegenover het bakhuis bij cafè Lombok. Hier zijn in de loop der jaren honderden tonnen kiezel gewonnen. De kiezel werd handmatig gezeefd in verschillende dikten, grof, minder grof en metselzand. De dikke keien werden op een hoop gegooid. De zeven waren schuin recht opstaand en met de platte schop werd de kiezel er tegen op gegooid. De personen die werkten in de groeve waren losse arbeiders of werklozen die in de crisistijd te werk gesteld waren. Met de dikke keien uit de groeve is in de jaren dertig van de vorige eeuw door enkele werklozen de keermuur gemaakt op de kop van de Snijdersberg bij de ijzeren leuning. De metselaar was Pierre Thewissen, beter bekend als Pierre van Lombok. Pierre was bakker van beroep. Er was geen ander die hem dat nadeed. Hij werd dan ook door veel mensen geprezen voor zijn vakwerk.
In 1936/1937 heeft men een nieuwe toegangsweg gemaakt naar de groeve omdat de vorige te steil was voor de vrachtwagens. Deze toegangsweg lag tegenover de bakoven van de familie Sassen. Hier kon men gelijkvloers de groeve in en uit rijden. De kiezel en zand die hierdoor vrijkwam heeft men gebruikt om de Maasstraat gedeeltelijk te verhogen zodat die straat niet zo vlug blank kwam te staan bij hoog water van de Maas.
In de jaren vijftig waren bijna alle wegen in het dorp geasfalteerd en raakte de groeve overbodig. Er zijn wel nog enkele tonnen kiezel en zand afgevoerd naar het vliegveld “Welschap” bij Eindhoven. Deze kiezel en zand werden met vrachtwagens naar de haven van Stein vervoerd en daar verladen in schepen die kiezel en zand naar Eindhoven voeren.
De provincie had inmiddels verder afgraven verboden in verband met het landelijk karakter van dit gebied. Later is met een bulldozer een flauwe glooiing tegen de bergwand gemaakt en later vol geplant met diverse soorten hout opstanden.

J. Maassen



Politie varia

  • In de nacht van dinsdag 4 op woensdag 5 maart werd ingebroken in een woning aan de Kuiperstraat. Uit de woning werd gereedschap en beddengoed ontvreemd. De voordeur van het perceel werd geforceerd.
  • Op vrijdag 15 maart werd op de Kuiperstraat een wit Mercedes-busje teruggevonden dat in die nacht werd ontvreemd in Maastricht, in de omgeving van het Mecc.
  • Tussen 26 februari en 2 maart werd een pinpas uit een woning ontvreemd aan het Kerkplein. Op vrijdag 15 maart werd met die pinpas geld afgehaald bij de Rabobank te Geulle. Onderzoek volgt.
  • In de nacht van maandag 18 maart werd op de Hulserveldstraat een persoon in een auto met lopende motor aangetroffen. De bestuurder had behoorlijk wat aan Bachus geofferd en hem werd een rijverbod opgelegd.
  • Tussen dinsdag 19 maart en woensdag 20 maart werd er ingebroken in een woning aan de Koekoekstraat. Ontvreemd werd een grote hoeveelheid gereedschappen. De toegang werd verkregen door vernieling van een raam boven de voordeur.

    Er komen weer geregeld klachten binnen over de jeugd die op het Marktplein rondhangt. De klachten betreffen o.a. gooien met colablikjes en rondrijden met bromfietsen. De jeugd is hiervoor reeds enkele keren gewaarschuwd.
    Ook werd melding gemaakt van rondhangende jeugd bij de visvijver. Hierbij worden door betrokkenen geregeld vernielingen gepleegd.
  • Tussen woensdag 27 en donderdag 28 maart werd ingebroken in een zaak aan het Marktplein. Ontvreemd werd een tondeuse. De voordeur werd geforceerd.
  • Tussen woensdag 27 en donderdag 28 maart vond er een aanrijding met doorrijding plaats op de Eijskensweg. De spiegel van een auto werd hierbij vernield.
  • Op een veldweg in de buurt van de Kuiperstraat werden op zondag 31 maart twee Franse personen gecontroleerd in hun personenauto. Ze bleken in het bezit van een geringe hoeveelheid softdrugs.

Brig. Giesen



Een (vogel)paar keert terug.
Torenvalken op vrijersvoeten

De locatie.
Jaren geleden heb ik (met collega vogelaar Sj. Ummels) een torenvalkenkast geplaatst in het weiland van Kester, oostelijk van het Bospad, (voorheen de Putstraat) in Moorveld. Aanvankelijk in een hoge perenboom, een legipond. Ideale hoogte voor een aanvliegende torenvalk. Maar al zowat tien jaar geleden zijn de perenbomen gerooid en moest een hoge paal redding brengen. Op een paal zoals die overal in piramideboomgaarden staan, goed vastgesjord aan een hoekpaal van de afrastering, werd een nieuwe uitgave van de valkenkas bevestigd.

De bewoning door de jaren.
De twee opeenvolgende kasten zijn vrijwel steeds bewoond geweest. De valkenkas in de legipond-perenboom was na verloop van tijd wat dichtgegroeid waardoor het aanvliegen van de valken vaak verborgen bleef. Daardoor kon een valkenjaar wel eens wat onopgemerkt voorbij gaan. Tot het moment dat de jongen gingen uitvliegen. In de tijd van de perenboomse valkenkast (ruwweg de jaren tachtig) omvatte het broedsel doorgaans een of twee jongen, één enkele maal vier jongen wat natuurlijk een heel aardige productie was. Vanaf de paalwoning neemt het aantal uitvliegende jonge torenvalken toe met in 2001 een absoluut record van vijf jongelingen. Daarover aanstonds meer.

Het leven van de torenvalk.
De hele winter staat de kas in stilte op de paal. Geen torenvalk in velden of wegen te bekennen. Af en toe is de kast rustpunt voor een kraai of buizerd. Ook kleiner vogelgrut wil wel eens graag op die kast uitrusten. Vlak bij de torenvalkenkast ligt de huiswei van Angelien Claus. Dat weiland fungeert al jarenlang als thuisbasis voor een echtpaar zwarte kraai. Maar zo eind februari verandert het 'tableau de la troupe'. Een hoog piepend geluid en, plots, daar zijn de valken terug van weggeweest. Ik neem maar aan dat ze overal rond gezworven hebben en dat zij met name boven het vliegveld al 'biddend' hun kostje bij elkaar gehaald hebben. Kort na het betrekken van de woning begint de paartijd. Pa en ma torenvalk laten er midden tussen de weilanden geen gras over groeien. Zij buitelen over en langs elkaar door. De volle (lucht)ruimte wordt benut. Het een spektakel van jewelste. Een vogel-peepshow in optima forma. Op gezette tijden vliegen de valken achter elkaar, duiken op een paal of op de kast en al kirrend met een hoog sjielpend geluid wordt de liefde bedreven. De gedrevenheid van pa torenvalk gaat lang door, ook als het wijfje met de leg bezig is. Tussen alle bedrijvigheid komt er ook nog even een vreemde heer torenvalk op bezoek. Die probeert het territorium van echtpaar torenvalk binnen te dringen. Rond de valkenkast ontstaat een hoge staat van opwinding. Een soort alarm 1 fase. De twee mannelijke torenvalken schieten afwisselend als een stuka, een Duits jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, naar boven of beneden. Een adembenemend gezicht, vooral door het vermogen van de valken om op het eind van iedere vlucht een draai van bijna 180º te maken en weer in tegenovergestelde richting omhoog of omlaag te duiken.

De leg.
Het wijfje torenvalk legt de eieren met onderbreking van steeds enkele dagen (een eigenschap die ook bij andere roofvogels aanwezig is). Het gevolg van deze onderbroken leg is dat ook de jongen met dezelfde onderbreking in dagen geboren worden. De eerst geborene heeft al heel wat muizevlees verorberd voordat de volgende valk uit het ei komt. In feite is er sprake van een vernuftig mechanisme dat er voor zorgt dat zoveel valkjes kunnen opgroeien als het voedselaanbod mogelijk maakt. Zijn er onvoldoende muizen dan maken de oudste torenvalkjes gebruik van hun eerstgeboorte-recht om alle voedselaanbod binnen te pikken. De laatst geboren torenvalk(en) legt het loodje en wordt afgevoerd. De 'survival of the fittest' is tegelijkertijd de voorwaarde voor de instandhouding van de soort. De eerste valken groeien uit tot krachtige vogels, de latere exemplaren hebben bij onvoldoende voedselaanbod geen kans en overleven niet.

De gefaseerde gezinsuitbreiding.
De leg van de eieren met tussenpozen leidt er toe dat de gezinsuitbreiding in fasen plaats heeft. Dat is duidelijk waarneembaar als de jonge vogels gaan uitvliegen; niet allemaal tegelijkertijd maar met dezelfde onderbreking als waarin de eieren gelegd zijn. De eerste torenvalk krijgt al vliegles als de rest van het broedsel nog in de kas huist. De pas uitgevlogen torenvalk zit op een van de weidepalen en probeert zich rechtop te houden. Alles in zijn houding en vleugelgedrag verraadt onzekerheid, nog versterkt door het klaaglijk roepen van de jonge vogel. Af en toe onderneemt hij een vliegpoging en komt dan met moeite enkele palen verder weer tot rust. Maar de jonge vogel moet verder. Het valkenleven houdt niet op bij enkele weidepalen. Een van de ouder-valken stimuleert de vliegopleiding door met een muis aan de voeten de jongeling tot een vlucht van wel tien palen te prikkelen. Zo worden de eerste dagen gevuld met paaltje-over-vliegen. De zelfredzaamheid neemt met de dag toe. Maar dat moet wel want na ongeveer vijf dagen: weer dezelfde consternatie. Een volgende jonge torenvalk is het gelukt de kas te verlaten en zit nog onbehouwen op een paal. En het proces van eerste gewenning van vliegen en voeden begint van voren af aan.

2001, een topjaar.
Vorig jaar, 2001, moet een topjaar op muizengebied geweest zijn. Want uit de torenvalkenkas bleven met de beschreven regelmaat maar jonge valken komen. Het was bijna niet te geloven en je zou gezegd hebben dat de Bananenboxer terug gekomen was met zijn bekende kreet: en nog een! De totale productie stokte na een kleine drie weken bij vijf. Toen was er inmiddels een hele 'mangel' torenvalken geboren. Nadat alle valken uitgevlogen zijn, vertoeft het hele gezin nog geruime tijd rond de valkenkast en het zo vertrouwde weiland met al die rustpalen. Maar waarneembaar is dat de valken steeds vaker en steeds langer op stap zijn, bezig zijn hún wereld te verkennen. Tenslotte, zo medio september, is het 'over en uit' en teken ik aan: komt terug volgend jaar, eind februari.

Paul Notten



In de heer zijn overleden

  • Op 14 maart 2002, op 72-jarige leeftijd, Frans Kengen, echtgenoot van Elisabeth Cerfontaine, Maastricht;
  • Op 17 maart 2002, op 65-jarige leeftijd, Bertie Groot, echtgenoot van Tiny Franssen van Aan de Maas;
  • Op 29 maart 2002, op 51-jarige leeftijd, Jules Wolters, echtgenoot van Marije Pommelet van de Pastoor Swelsenstraat;
  • Op 5 april 2002, op 58-jarige leeftijd, Isabel Galego, echtenote van Jo Notten;
  • Op 10 april 2002, op 73-jarige leeftijd, Albert Wijnand, echtgenoot van Lies Wijnand – Coumans;
  • Op 13 april 2002, op 89-jarige leeftijd, Sjo de Jong, echtegnoot van Lies Stevens, Avé Maria

Tennisclub De Pletschmeppers / jubileum.

Iedere week tennissen.
Met het voorjaar komt ook het tennis goed op gang. In het tennispark allerlei activiteiten. Iedere maandagavond is er clubavond. Leden kunnen zich vanaf 19.30 melden (vrije toeloop) en worden dan ingedeeld in een team. Bankzitten en wachten is er niet bij. Ook de andere avonden kan er uiteraard getennist worden maar moet U zelf zorgen voor een kompel. Gedurende zeven weken achter elkaar wordt er op zaterdagmiddag vanaf 13.00 uur competitie gespeeld. Kom eens kijken.
Er is altijd wat te beleven in het park dat er prachtig bij ligt. En bent U aan rust toe, dan is er de kantine of het terras om even te verpozen.
Voor belangstellenden bestaat gelegenheid om lid te worden. Bel met Fr. van den Eerenbeemt, tel. 3641927 of M. Olivers, tel. 3645126. Weet U het nog niet! Geen nood. Kom eens langs en vraag info op bij de gemelde bestuursleden of anderen waarvan U weet dat zij bij de tennisclub zijn.

Jubileum.
Nog een bijzonderheid. De vereniging viert dit jaar haar 25-jarig bestaan. Dat gebeurt op zaterdag 15 juni a.s. Op die dag zal voor leden, genodigden en belangstellenden een middag- en avondomvattend feestprogramma plaatshebben. Meer berichtgeving volgt binnenkort.

Paul Notten



Brieven van Pieke junior.

Hallo beste mensen van Geul, hier is weer een briefje van jullie Pieke junior uit de Piemelenhoek. De Noonk is erg giftig, want er zijn der weer een paar aan de kraam geweest die hem het kerkelicht kwamen brengen en daar moet de Noonk nou helemaal niets van hebben, hij zegt ummer toe dat ze in de kerken van Geul al licht genoeg hebben en anders steken ze zich wel een luch aan en dat hij ummer hier al gaat, den ene keer onger en den andere keer boven en dat hij sjus nog gewees was en dat de lui hem met rust zijne middag moeste late eten en ik zat achter de sjanse bij het bakkes te kijken, want de Noonk had een hele rooie kop en een nek wie de stier van Stöbbes en als dat zo is kun je je beter uit de weeg maken en je versteken, want anders springe je de hummeskneup van de Noonk nog om de oren en die wilden hem de wachtoren brengen en nou vraag ik me toch af wat of dat dat is, want ik ken alleen maar ezelsoren, waar de meester altijd aan trek, en de Noonk zeg dat die lui je toch de oren van de kop af kallen, als je ze tenminste laat en die zullen zich hier in de hoek voorlopig wel niet meer laten zien en anders blijft de poort mooi toe en dan komen ze hem het geleeg niet meer op, zegt hij. En in de moestem is het veels te droog, want het heeft al heel lang geen druppel meer geregend en dat is goed voor de Maas, zegt de Noonk, want die heeft dit jaar wel vier keer op uitkomes gestaan en de wind staat ook nog uit de verkeerde hoek en het is veels te sjraal, en Harie is ook allereigel aan de gang in de moestem en de errete komen al uit en ook de spoor en de zilvere unnekes en nou begint het onkruid ook al, en Geulle wordt weer mooi, zeg Merie, als je ziet wat ze allemaal in de tuin doen, maar de Noonk denk daar bij zijn eigen anders over, zeg hij, want in de Slingersberg heeft ene zijne televisie over de reling gegooid en nou vraag de Noonk zich toch af wat of zo iemand beziebelt, als je je ergert aan wat op de klommel is, dan zet je hem toch uit, maar je gooit hem toch niet het groen in en de Noonk zal zich daarover wel eens opdoen als de Börger weer op thuisbezoek komt in Geul en hij gaat er naar toe, maar hij hoop wel zegt hij, dat ze Börger niet aan de brug welkom heten, want daar is ter nog steeds ene aan de gang die het huisje kapot heeft en allang, maar ze hebben hem nog niet getrappeerd en als bij ons het huisje kepot is, zegt Harie, dan hebben we tenminste de mestem nog en dat is weer goed voor zijn spoor, die wordt daar lekker dik van. En op de Brukweg hadde zich ter een paar gekuurd aan die nieuwe verkeersborden van overstekende padden en zo en nou vraag ik je, zouden die niks anders te doen hebben, en ik hoef zoget niet te perberen, want dan heb ik niet alleen lang oren, maar ook nog zungelende, als ze mij een verperen als ik bij ons kom en het schijnt dat ze volgend jaar ook nog nieuwe borden moeten gaan maken, met laagovervliegende padden derop, want der waren ter een paar zo recht de brievenbus ingevlogen bij de lui aan het Verrekesbrook. Nee, dan die wat in Broekhoven en Aan de Maas een heleboel nieuw fruitbuim hebben gezet, die doet tenminste nog eens wat om Geul in orde te houden en het ziet er nog mooi uit ook, vind ik, zo met die schapen en lammetjes debei. En de Noonk had zich toch stevig vergis, want die ene vethouder
wordt geen vethouder meer, die gaat naar de missionair, zeggen ze en nou gaan der twee het alleen doen, en de hele dag, en het zal de Noonk nou benieuwen of ze der dan meer van bakken als wie ze maar halve dage werkden en der zal wel minder gevregel ondereen zijn, zegt hij, want waar der maar twee zijn kun je ook minder vregelen als waar der drie zijn en dat klopt, want als hij met Teigededraod alleen is, vregelt hij zich minder dan als Stöbbes ook debei is en zegt de Noonk, met twee kun je de centen ook beter verdelen als met drie. Maar wat ik me nou afvraag is of Charlie en Neske nou niet goed genoeg zijn voor ook vethouder te worden, want die hebben het toch met de kouwe paplepel ingekregen vroeger, want de pappe van die waren al vethouder of raaslid vroeger in Geul en die deden het toch goed, en dat is nog eens andere koffie, of niet soms !
En nou moet ik jullie nog snel vertellen, dat ter onder in Geul ene geperbeerd heeft een kastelein in de kast te zitten, maar dat was hem nog niet goed gegangen, maar wat wil je ook als je je verdaalt in een café met een wapen en dat had je vroeger niet hoeven uitvreten, zegt de Noonk, want dan was de bakker gekomen en die had een gummiesluik en als je ze daarmee gepeizelt kreeg, dan was je nog niet jarig, en nou vraag ik me af wat een bakker met een sluik moet, maar ja, dat zal wel weer grote mensenkal zijn en nou hou ik op want het papier is vol en ik moet naar de disco in de noodkerk en misschiens vertel ik daar de volgende keer nog wat over. Eerst nog even kijken of de Noonk nog een paar cente over heeft en dan klipseer ik het hem. Adië met de groeten van Pieke junior !



Geulle 50 jaar geleden……
April 1952.

- R.K. volksbibliotheek. Aan de heer M.Thijssen is eervol ontslag verleend als secretaris/penningmeester van voornoemde bibliotheek. Tot zijn opvolger is benoemd de heer Jo.Thijssen. Geestelijk adviseur is de weleerwaarde Heer kapelaan L.Geelen.

- Bouw nieuwe kerk. Zoals reeds in de dagbladen is bekend gemaakt zal in de loop van het jaar 1953 begonnen worden met de bouw van een nieuwe kerk in het rectoraat Waalsen.

De Zeereerwaarde Heer rector Thijssen heeft als globale schatting de kosten geraamd op fl.200.000,00 waarvan men een derde gedeelte hoopt terug te krijgen uit subsidies van de provincie, gemeenten, bisdom en Staats-mijnen. Rekening houdende met het opnemen van een schuld van fl. 70.000,00 zal het resterend bedrag gevonden moeten worden uit giften, collecten, fancy-fairs, tentoon-stellingen, loterij, enz. Men hoopt in augustsus een fancy-fair te houden ten bate van de nieuwe kerk.

- In aanwezigheid van het gemeentepersoneel nam de Raad op 31 maart afscheid van de Heer A.H.J.Stijnen als gemeenteontvanger. Vele goede hoedanigheden kenmerkten de heer Stijnen. Niettegenstaande zijn bescheidenheid was hij steeds uiterst vriendelijk en hulpvaardig ten opzichte van allen met wie hij in aanraking kwam, ook waar het gold de vaak onredelijke klachten, die, vooral de laatste jaren, van de zijde van de belastingbetaler op de ambtenaar “gelucht” werden.
Gedurende zijn 34 jaren durende dienstverband heeft hij de gemeente zien uitgroeien en steeds zwaarder werd de taak, die op zijn schouders gelegd werd. Zeer verdienstelijk heeft de heer Stijnen zich ook gemaakt als secretaris/penningmeester van het Burgerlijk Armbestuur. Vele minder-bedeelden vonden in hem niet een “ambtenaar”, maar een echt meevoelend en hulpvaardig mens.

- Door het gemeentebestuur werd aanbesteed het verbeteren van de Cruisboom-straat met het aanbrengen van een slijtlaag van asphalt, het leggen van goten en riolering en het maken van een drainage. De laagste inschrijver was de Heer T.Tempelman met een som van fl. 21.480,00. Het werk is hem gegund en de uitvoering zal zo spoedig mogelijk aanvangen.

Hein Peters.



Bloome plökke.

Wie ich in öt stadspark van Mestreech leep mèt ein van mien peuterkes aan de hand ontdèkde dae ukkepuk ö perkske mèt hiël klein blauw bleumkes midde tösje de meizeutsjes. Öt zaog ech aantrèkkelik oet en öt kleint kôsj öt neet laote en mèt zien fien vingerkes hiël verzichtig get meizeutsjes en get heemelsblauwe jiërepries te plökke. Ze woore bie ei geduud in öt anger hendsje. Öt maedsje genoot van de bleumkes en ich zellèf van dat plökkende maedsje.
Gans overwach klink ein barsje stöm achter mich en ich kiek in eine zwoirbesnorde deender achter mich. En of ich öt neet wis tat in öt park gein bleumkes geplök mochte waere.
Iërlik gezag, dao hauw ich gein sekon aan gedach en versjrik trokke veer wier nao de stad.

En doe dach ich trök aan vreuger wie ich ouch noch keind waor aan de Maas. Dat waor in den tied dat bloome en bleumkes langste berme in de weie en opte velder hiël gewoon waore. Öt waor ouch hiël gewoon tat veer in Miërt mèt ö stèl achter Savelkoul aaftrôkke. Dao stinge ö paar hiël auw en hwoig hègke langs den teluu. En onger die hègke stinge viwuölkes die ruukde wie ö stök duur zeip.
In de weie stinge dan ouch sôms al get lichblauw Leevevrouwehendsjes, die ruukde neet, méh de kôsjter waal ö sjwoin bèkètsje van maake.
En esset in öt veurjaor good waer waor trôk ver mèt ö stèl jonges nao de Bloomberrèg. Dao stinge bie de klaospöt altied massaas kèrrèkèsleutele. De bosj waor der gael van, sjus wie bie d’n Aelser duuker. Sôms ging zwoi ei bösselke bloome mèt nao de sjwoil veur de juffrouw of veur de meister. Die waore dao hiël blie mèt.

Bezunger in de Meimaond es öt Leeve Vruike geseerd moosj waere zaoste kènger mèt bloome nao de sjwoil trèkke. Dèk waore dat ouch bloome oette moostèm, Meibloome, stokrwoize, groffiaote, fleere, morgesterre of tölpe. Dan rook de klas neet mië nao versjaalde puupkes, mèh ech nao de lente. En es ön bie of hoomel de kans zaog door öt baoveleech nao binne te komme, dan doerde öt neet lang of alle kènger keeke nao dat biëske dat van de ein bloom nao de anger vloog en dan ö gezèllig geluid leet hwiëre. En es öt zoomer waor woore weer väöl bloome geplök veur de grwoite persesse. Dan moosjte mangele struisel geplök waere . De hoofdes neet lang nao bloome te zeuke. In daen tied stinge mië bloome op öt veld es kaore bie wieze van spraeke. Öt landsjap leek dan op ön sjilderie van van Gogh es fiës van kleure in de zomerzôn.

Noe mooste maonde zeuke veurtotste ön kaorebloom of önne bolderik gevônge höbs en este langs önne veldwaeg ö struukske klaprwoize zuus staon dan höbste eine gooijen daag. Mèh vreuger waor gei kaoreveld zônger önne rwoije rand van klaprwoize tösje eine berrèg van witte kemille. En baove öt kaore staoke de kaorebloome oet, aeve blauw este blauw loch baove de velder. De hoofdes neet te zeuke, de kôsj mèt twië han tègeliek die kleure snappe en dao de mangel mèt völle.
En este de ganse waegkant aafgeloupe has en dan ins umkeeks kôsjte nog neet zeen tat dao zwoiväöl geplök waor. En wat veuldeste dich dan gelökkig este mèt ein vol mangel heives trôks, mèt baove dich in de loch eine liëwerik dae ön fontein van twuönsjes gratis oetstruit baove dat kaore in öt Gäölderveld tat de kop al moot buige umdat de aore al zwoir beginne te waere.

Mar/B


Albert Bollen en Jean Kerckhoffs ereleden Harmonie St. Caecilia.

Zondag 10 maart was het zo ver. Twee illustere leden uit Caecilia’s verleden én heden, werden tot ereleden benoemd. Na de zondagsrepetitie traden de twee bekenden heren en hun familie de zaal binnen voor…tja, ze hadden het er nog samen over gehad, maar ze wisten echt niet wat ze moesten verwachten.
Voor het eerst in zijn carrière als vice-voorzitter nam Jos Wijands het woord om te doen wat nu eenmaal hoort bij twee leden van verdienste: in het zonnetje zetten. Hier volgt een samenvatting van zijn woorden:
“ De laatste jaren van Caecilia waren geen gemakkelijke jaren, het waren jaren van vreugde en verdriet, van hoogtepunten en dieptepunten. Gelukkig zijn we nu in een wat rustiger vaarwater terechtgekomen en kan het bestuur zich weer meer gaan bezighouden met de dagelijkse bestuurstaken die tijdens de verbouwing wel eens te wensen overlieten.
Maar de blik alleen op de toekomst gericht is echter niet voldoende. Het bestuur is van mening dat je ook naar het verleden moet kijken en waarderen wat er in het verleden is gepresteerd. Uit deze evaluatie is voortgevloeid dat we mensen die niet meer als muzikant actief zijn en een buitengewone staat van dienst hebben opgebouwd de status van erelid verlenen.

We zijn tot de conclusie gekomen dat twee mensen hiervoor in aanmerking komen. Albert Bollen en Jean Kerckhoffs. Het harmonieleven van Albert en Jean liep nagenoeg synchroon. Albert werd in 1944 op negen jarige leeftijd lid van onze vereniging en Jean volgde in 1947 en was toen tien jaar. Albert speelde bugel en Jean trompet. Beiden waren meer dan gemiddelde muzikanten en gingen in 1949 voor het eerst op concours in Horn. De tweede prijs was voor de jonge muzikanten een enorme teleurstelling.
In 1951 werd fanfare St. Caecilia omgevormd tot Harmonie St. Caecilia. Jean moest fluit gaan spelen en kreeg zijn opleiding aan de muziekschool te Maastricht. Een unicum omdat alle opleidingen intern gebeurden. Maar fluit werd zo specifiek geacht dat men voor de deskundigheid van een muziekschool koos. Jean bleef overigens tot begin jaren ’70 de enige fluitist in ons orkest. Uitbreiding achtte men niet nodig want de heersende algemene opvatting was: wat is er nog valser dan een fluit………… twee fluiten.
Jullie kennen allemaal onze tamboer-maître Marco Lahaije. Velen kennen ook nog de tamboer-maître Wim Smeets. Maar wie kent de tamboer-maître vóór Wim. Mag ik jullie voorstellen: Jean Kerckhoffs. Vanaf de oprichting van de drumband in 1958 tot 1979 dus 21 jaar is Jean tamboer-maître geweest. Jean was als voormalig sergeant geknipt voor deze functie. Hij sleepte dan ook regelmatig de tamboer-maîtreprijs binnen tijdens drumbandconcoursen.
Albert is begonnen tijdens de oorlogsjaren, en omdat de toenmalige fanfare weigerde toe te treden tot de Duitse “Kulturkammer” moest hij stiekem thuis oefenen. In 1960 kreeg Albert min of meer de opdracht om tuba te gaan spelen en hij deed letterlijk van zich horen.
Tegenwoordig hebben we opleiders zoals Jo Caelen en Erik Voncken, daarvoor was Hub Maessen de opleider. Maar weinigen kunnen zich de opleider daarvóór herinneren. Mag ik jullie voorstellen: Albert Bollen.

Van 1970 tot 1985 is Albert onze interne opleider geweest. Ontelbare uren geduld opbrengen om de leerlingen de beginselen en de liefde voor de blaasmuziek bij te brengen.
In 1971 gingen we weer op concours, ditmaal naar Valkenburg. Het resultaat van dit concours wil ik jullie niet onthouden: 1e keer in de superieure afdeling 1e prijs 312 punten. En toen was het feesten, en feesten konden ze. In 1958 werd er een Beierse kapel opgericht en dat was koren op de molen van Albert en Jean. Jean was de muzikale leider. Samen kregen ze keer op keer de zaak weer op stelten gezet. Tot begin jaren zeventig bleven ze lid van deze kapel.
Maar aan iedere loopbaan komt een einde. Op een gegeven moment ga je toch merken dat je ouder wordt, althans wat betreft het muziek maken. De vingers kunnen het niet meer bijhouden en spanning vasthouden lukt niet meer. Jean en Albert hebben een wijs besluit genomen, stoppen als je het nog leuk vind. Jean stopte in 1996 en Albert in 2001. De zojuist beschreven levensloop van beiden is maar een zeer beknopte levensloop. Zo heb ik niet verteld dat Albert twee periodes bestuurslid is geweest en dat Jean altijd een hoekje van zijn partituren afbrandde, dat Albert bier dronk en Jean pils. En dat Caecilia maar een goede concertreis gemaakt heeft naar Würzburg.
En al datgene had niet plaats gevonden als de vrouwen van Albert en Jean niet achter dit lidmaatschap hadden gestaan. Dames, hartelijk bedankt voor de vrijheid die u Albert en Jean heeft gegeven.
Albert en Jean, wij zijn heel blij dat we jullie de status van erelid kunnen verlenen. Lid zijn van Caecilia is een wisselwerking. Jullie zijn goed geweest voor Caecilia. En Caecilia voor jullie. Jullie waren altijd aanwezig, altijd meewerken, meedenken, niets is teveel. En Caecilia heeft jullie enorm veel levensvreugde gegeven, genot in het samen muziek maken, jullie hebben gelachen en gehuild en vrienden voor het leven gemaakt.
Ik denk dat ik niet lieg als ik zeg dat Caecilia een stuk van je leven is, dat je voor geen goud van de wereld had willen missen. Albert, Jean, van harte bedankt voor jullie onmetelijke inzet.”
En zo viel het voor Jos dus nog best mee in zijn eerste ‘redevoering’. Wat Albert en Jean betreft, die waren zo ‘grwetsj’ dat ze beiden het bestuur en leden bedankten met een enveloppe met inhoud. Albert en Jean, proficiat en moge jullie nog heel wat jaren in onze vereniging meegenieten!

Jos Wijnands / Marco Lahaye



De wielerbaan (aanvulling)

In de Sjakel van maart 2002 zijn tijdens het opmaken van het artikel van J. Maassen de laatste regels van het artikel weggevallen. Onze excuses voor dit foutje (red.)

Maar na enige tijd ging Rijkswaterstaat moeilijk doen met het motief dat het wielerbaantje in de winterbedding van de Maas lag en dat mocht niet: dat kon opstoppingen veroorzaken als de Maas buiten haar oevers trad. Dus opruimen die handel en dat betekende dan ook het einde van de Geulse “drekbaan”.
Op dit moment zijn er nog twee ex-baanrenners in leven en dat zijn Harrie Vossen en Pie Janssen. Het toeval wil dat zij ook nog twee neven van elkaar zijn. Graadje Franssen, die vanwege die fiets niet mee mocht doen, leeft ook nog. Alle drie zijn ze een flink stuk de tachtig gepasseerd.

J. Maassen



Agenda van de Heemkundevereniging Gäöl

- Donderdag 9 mei 2002, 19.30 - 22.00 uur, werkavond in De Gruffeldwois.
- Woensdag 15 mei 2002, 13.30 uur, werkmiddag in De Gruffeldwois.


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.