|

Geulle in vroeger tijden. 10.De Frankische tijd 3.
Zoals we in de vorige aflevering zagen was Karel de Grote de zoon van Pepijn de Jonge. Deze Pepijn was eerst hofmeier van de laatste Merovingische (schijn)koning. In 751 liet hij zich met
de zegen van de paus tot koning van de Franken uitroepen. Zijn zoon Karel regeerde 46 jaar, van 768 tot 814. Hij staat minder bekend als een groot veldheer, maar veel meer als een wijs
staatsman, een krachtig en rechtvaardig bestuurder en hersteller van rust, orde en eenheid. Verder als een groot beschermer van het christendom en om de bekering van Germanië
(Duitsland) en als stimulator van de landbouw en de handel. Voor al deze goede zaken ontving Karel de erenaam Carolus Magnus of Karel de Grote. Hij streefde naar een groot christelijk
europees rijk. Rond 800 omvatte dit de Benelux-landen, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk en grote stukken van Italië en Spanje. De belangrijkste centra waren Aken, Keulen
en Parijs. Onze Maasstreek was een deel van het kerngebied van het grote Frankische rijk en geen uithoek meer zoals in de romeinse tijd. Karel de Grote werd in 800 tot keizer gekroond.
Hij kon zijn uitgestrekte rijk niet alleen besturen. Daarom handhaafde hij de door de Merovingers ingestelde indeling in gouwen of graafschappen en het belenen van vazallen met
grond en ambten voor de duur van hun leven. De gouwgraaf was bestuurder, voorzitter van de rechtbank en aanvoerder van het gouwlegertje. Hij zorgde voor het onderhoud van de wegen
en de inning van de belastingen. Door regelmatig koninklijke inspecteurs naar de gouwen te sturen kon Karel de Grote controleren of de gouwgraven niet te zelfstandig werden en of zijn
bevelen werden uitgevoerd. Sinds de Romeinen was de maatschappelijke macht gebaseerd op domein- of grootgrondbezit. Door het verval van de steden werd handel en transport minder
belangrijk. In de domeinen of grote landgoeden werd alles wat men nodig had ook zelf geproduceerd. Karel de Grote ontving zijn inkomsten uit de domeinen en ging daarvoor met zijn
hofhouding steeds naar andere koninklijke domeinen of paltsen. In onze Maasstreek waren zo een paltsen o.a. in Maastricht, Meerssen, Elsloo en Born. Maastricht was in de negende eeuw een bloeiende handelsplaats.
Landbouw was in die tijd erg belangrijk maar een weinig intensief en productief bedrijf. Karel de Grote liet modelboerderijen bouwen en voerde het drieslagstelsel in, wat een betere manier
van verbouwing bleek. Keizer Karel de Grote stierf in 814 in zijn palts te Aken en werd daar in de Dom begraven. Na zijn dood bleek dat het grote karolingische rijk geen eenheid bezat, maar
alleen op de machtige persoonlijkheid van keizer Karel was gebouwd. Onder zijn opvolgers zou zijn verenigd west Europa door onderlinge twisten steeds verder uiteenvallen.
Geen vorst heeft in Europa zo tot de volksverbeelding gesproken. Tijdens de middeleeuwen bleven troubadoers en minstrelen steeds verhalen van Karel en zijn hovelingen voordragen,
zoals bijv. Karel en de Elegast, het roelantslied en de vier heemskinderen. Ook in zuid Limburg zijn sagen en legenden over Karel de Grote bewaard gebleven, o.a. over de naamgeving van
Sittard : Karel kwam daar "si tard"= te laat. Karel de Grote werd in 1165 heilig verklaard. In onze tijd werd door de stad Aken de "Karel de Grote prijs ingesteld. Deze is bedoeld als
onderscheiding voor de eenwording van het huidige Europa. Naar ik meen zijn koningin Beatrix en oud-minister Luns drager van deze onderscheiding. Archi(e) Varis Literatuur: 1. Waar de brede stroom der Maas (1972).
2. Meerssen, impressies uit het rijke verleden van een jonge gemeente (1994). 3. De Franken in Nederland (2e druk). 4. Uit Geul's verleden (1926). Kennisgeving In de heer is overleden:
- Op 5 april 1999 op 67-jarige leeftijd, Harold Hendrik Dol, e.v. Annie Engelen van de Hussenbergstraat. Vispachtrecht op de maas te Geulle anno 1573. Van visscherye seeckere conditien.
Den 9den dach in die maent van october anno 1573 hebben Lenaeret Heppen, scholtitende gecommitteerde des heeren van Guell ende met hem Joannes Rivius, secretaris aldaar te pacht
uuytgegeven die visscherye metter steel in Guell in der Maesen in aller gerechticheyt alsmen dieselve van auts gewoonlick is uuyt te geven, ende dat eerbaeren persoonen met naemen
Philippen Tielen, Jan Visschers ende Jan Heynekens, aldaar present ende tegenwoordichlick innemende eenen Toust ende tijdt van twelff jaeren ten halven tijde aff te staen den sulliex
gelieven sall; jaerlijcks voor ende om die summe van 16 gulden Brabants te twintich stuvers elcken gulden; jaerlijcks ende alle jaer op Sint Dionysdaeghe te betaelene; wellicke Toust ende tijdt sall aengaen Dionys
anno 1573, ende der yerste pacht ende dach van betalingen sall verschijnen ende vallen Sint Dionys daeghe anno 1574 naastcomende ende soe voorts van jaer te jaer den voirschrevenen Toust
ende tijdt lanck duerende, ende bij faute van betalingen salmen dieselve mogen panden aan alle honne gueden, erff ende gereet all off dieselve met alle manieren van recht weren uuytverwonnen. Ende is in desen bevurwaert
ende ondersproecken, dat niemant in dit water en sall mogen visschen tensij met wille der voirgenoemder persoonen, ende dergheenre die datselve water
met hon sullen hebben ingenomen off die sij met hon hebben ingelaeten, off inlaeten sullen ende en sall ock nyemant in dat water visschen, eenich holt of anders tensij met der voirgenoemder visschers wille weten ende consent.
Item ende noch ist vuraert dat die voirgenoemde visschers sullen mogen visschen holt, scheep ende andersins soe wat dan sij, ende datselve te lande brengen ende meeren ten naesten daer
sij connen, ende dat in den naem vanden heer off dergheenigen, die dat selve nae recht sijn sall connen maecken binnen den tijdt van sess weken ende drye daeghen ende van desgheens dat
den heer verblijfft sullen die visschers hebben voor honnen visschloon, ende dat sij dat goet verwaert hebben van elck stuck drye alde groot, ende voorts dergheene die naekomen, ende
dat goet binnen behoirlicken tijde hon maecken, sullen den visscheren moet hebben. Noch ist ondersproecken dat nyemant in dit water en sall visschen met quaden cruyde, met vier
off irgens anders met daermede men dat water mocht hinderlick sijn ender verderven, die visschen te verdraegen, ende indien dat sij sullicx eenige vinden sullen schuldlich sijn dieselve
aente brengen, ende men sall dieselve straffen nae erkentenisse des rechts, etc. Aldus gedaen ende gevurwaert op dach ende datum int beginsel van desen geschreven binnen Elsloe ten
Huyse van Trijnen Custers in bijwesent van Peter Bouwens alias Maessens, scepen ende Willem Vullaers, gesworen bode te Guell. Aldus onderteeckent Joannes Rivius, secretaris tot Guell, etc. Bron: Schepenbankarchief Heerlijkheid Elsloo
Verklaring "vreemde woorden"
* scholtit - schout * toust - pacht, meestal een overeenkomst over 6,9 of 12 jaren, altijd een meervoud van 3 i.v.m. het vroeger geldende Drieslagstel * Sint Dionys daeghe - 9 oktober
* honne gueden - hun goederen * bevurwaert - voorwaarde * wille -medewerking * consent - toestemming * gereet - gereedschap * ondersproecken - afgesproken * gevurwaert - overeengekomen
* alde groot -Vlaams Brabantse munteenheid. De waarde van munten was in de middeleeuwen niet gebaseerd op een afspraak, zoals tegenwoordig, maar op de hoeveelheid edelmetaal die in de munt was verwerkt.
Transcriptie Jeu Notten Politie varia
Tussen dinsdag 16 en woensdag 17 februari 1999 werd de lichtbak van het bejaardentehuis AVE MARIA aan de Hussenbergstraat vernield.
Op de camping DE BOSKANT te Brommelen werden een 10-tal caravans opengebroken. Wat er precies ontvreemd werd is nog niet bekend, omdat eigenaren elders wonen.
Op dinsdag 23 februari 1999, omstreeks 14.20 uur, schoof ter hoogte van de Past. Smeetsstraat ongeveer 6 tot 8 m3 grond van de spoordijk naar beneden. Het baanvlak
werd gedeeltelijk gesloten voor het treinverkeer.
Op zondag 28 februari 1999 werd op de Broekveldweg een dode zwaan aangetroffen, welke vermoedelijk tegen de Hoogspanning was gevlogen.
Op woensdag 10 maart 1999 werd op de Biessenweg illigaal gestort afval aangetroffen. O.a. asbest en resten van een hennepkwekerij.
Op woensdag 10 maart 1999 werd er tussen 14.15 uur en 17.45 uur, ingebroken in een woning aan de Burg. Thijssenlaan. Er werd geld, en betaalkaarten ontvreemd. Ter
plaatse werden een drietal Slavische vrouwen gezien.
Op donderdag 11 maart 1999 werd wederom een personenauto van de Golf-club voor controle uit het verkeer genomen.
Op maandag 15 maart 1999 tussen 21.00 en 21.30 uur werd op de Kuiperstraat een aanhangwagen met een graafmachine ontvreemd.
Tussen woensdag 17 maart 1999, 18.45 uur, en donderdag 18 maart 1999, 06.30 uur, werd er op de Graaf Wolter Hoenstraat ingebroken in een bestelauto. Er werd hoofdzakelijk gereedschap uit de auto ontvreemd.
In dezelfde nacht werd tussen 17.00 uur en 09.00 uur, uit een personenauto op de Processieweg een autoradio-cassetterecorde en een jas ontvreemd.
In de ochtend van 18 maart 1999 vond er een aanrijding plaats op de splitsing Hulserstraat-Hulserveldstraat. Een bestuurder sloeg linksaf en had de rechtdoorgaande andere bestuurder te laat gezien.
Op donderdag 18 maart 1999 werd er een radadsnelheidscontrole gehouden op Oostbroek. Er werden tussen 16 en 17.30 uur 340 voertuigen gecontroleerd. Er werden
52 p.v. opgemaakt, hoogte 101 km/u. Een bestuurder werd zo kwaad, dat hij voor de radarauto parkeerde en de andere bestuurders ging waarschuwen. Verder bleef hij heen en weer rijden.
Vrijdag 19 maart 1999 werd ontdekt, dat de schaftwagen van de MTB, welke staat op de Past. Smeetsstraat was vernield.
Vond er op dezelfde dag op de Brugweg een aanrijding tussen twee auto's plaats. Waarbij een bestuurder de andere bestuurder geen voorrang verleende. Verder bleek
dat de auto welke over de Brugweg reed, met een snelheid van ongeveer 100 km/u reed.
Op die dag werd ook ingebroken in de kantine van de voetbalclub Geulse Boys aan de Andreas Sauerlaan. Met een auto werd het hek geforceerd. Ontvreemd werd een videorecorder en geld uit voetbalkas.
In de nacht van 18 op 19 maart 1999 werd ingebroken in de kantine van de Tennisclub aan de Kleivelderweg. Hier werd de deur geforceerd en snoep en frisdrank ontvreemd.
In de nacht van 17 op 18 maart 1999 werden twee banden ontvreemd van een personenauto, welke stond geparkeerd op de Mevr. V.d. Meystraat.
Tussen 19 maart 1999, 16.30 uur en 20 maart 1999, 08.00 uur, werd een band van een personenauto vernield, welke stond geparkeerd op de Hulserstraat.
Op 24 maart 1999 werd op de camping DE BOSKANT te brommelen ontdekt, dat er een caravan zwart geblakerd was. Vermoedelijk heeft men een molotov -cocktail naar
de caravan gegooid, waarbij de fles ongeveer een halve meter voor de caravan kapot is gevallen.
Op 24 maart 1999 tussen 19.30 en 19.50 uur, werd getracht in te breken in een woning aan de Cruisboomstraat. De bewoonster bemerkte de inbraak en ontstak het buitenlicht,
waarna zij twee personen de tuin zag uit vluchten. Werd niets ontvreemd, alleen de achterdeur geforceerd.
Op maandag 29 maart 1999 omstreeks 10.50 uur werd een gaslek gemeld op de Geulderlei. Ter plaatse bleek, dat de eigenaar van het pand bezig was een nieuwe leiding
te leggen, waarbij een oude leiding werd geraakt.
In de nacht van 29 op 30 maart 1999 werden twee personen aangehouden op de Eijskensweg welke reden in een onverzekerde auto, verder inbrekerswerktuig en weed
bij zich hadden. Werden overgebracht naar het politiebureau te Sittard.
Gevonden: een attaché-case, roodbruin, kunstleer, merk Oslo, inh. 50 muziekcassettes. Een hond, ras Groenendaler.
Verloren: mapje met sleutels en viltenkaart, opschrift "t Centrum.
Brig. Giesen De dorpstimmerman Rond 1900 en later waren er ongeveer 5 (vijf) zelfstandige timmerlieden in Geulle: Jan Lemmens
(Westbroek), Sjo Bollen (uit de Gank), Sjeng Ghijsen (op de Berg), Frans Vossen (Hussenberg) en Sjang Sassen (op Scherpenheuvel, zoals men het woonhuis met café aan de
voet van de Snijdersberg noemde). Het waren pure handwerklieden, ieder op zijn eigen manier. Er werden enkele bomen gekapt in het bos en de kraanzagers uit het dorp zaagden hier planken
of riggels van volgens opgave van de betreffende timmerman. Jan Lemmens maakte kozijnen, deuren en dergelijke bestemd voor de huizenbouw en kruisen voor op het kerkhof. In de oorlog
1940 - 1945 maakte hij ook spinnewielen. Sjo Bollen in de Gank was meer gespecialiseerd in meubels, stoelen, tafels en kasten. In 1914 maakte hij opbergkisten met deksel bestemd voor
de soldaten van Geulle die naar de mobilisatie moesten. Deze kisten dienden als koffer in die tijd. Sjeng Ghijsen op de Berg was bekend om agrarische werktuigen zoals eggen, slepen,
stelen voor aksen, kruiwagens van twee soorten hout, hooiharken en dergelijke. Frans Vossen in Hussenberg had een café met timmerwerkplaats. Ook hij werkte meestal voor de agrarische
sector. Daarnaast had hij ook nog als een van de eersten in het dorp een logement voor zomergasten. Sjang Sassen op Scherpenheuvel was bekend om het maken van slagkarren en
karrewielen. Hij had naast een grote houtdraaibank, die met de hand moest worden gedraaid en bestemd was voor het afdraaien van wielnaven, ook nog een spijkbank: een hulpstuk om een
wiel in vast te zetten. Voor wielen werd meestal goed droog eikenhout gebruikt dat minstens drie (3) jaar gekapt moest zijn. Al deze timmerlieden maakten ook, als ze daar opdracht toe
kregen, doodskisten of zerken zoals ze toen werden genoemd, voor een overleden dorpsgenoot. De zerken werden meestal van canadahout gemaakt, maar voor mensen met een
dikke beurs werd ook wel eikenhout gebruikt. De timmerlieden hadden in die tijd geen machines, er was immers geen electrik (zo noemde men toen elektriciteit) in het dorp. Deze
kwam pas in 1926. Alles werd met de raamzaag (of schirpzaag) en handzaag (of foekszwans) uitgezaagd, de gaten voor de penverbindingen werden met een omslagboor uitgeboord en met
een houtbeitel uitgekapt. De grote gaten boorde men met een avegaar (of grote boor). Daarnaast bestonden er ook nog een wemelsboor en een vleem. Toen de elektrische
houtbewerkingsmachines opkwamen, startte J. Bollen in Broekhoven een timmerfabriek en kwam er een einde aan het vak van dorpstimmerman. Trouwens, de meeste timmerlieden hadden geen opvolger en zo werd dit tijdperk afgesloten.
J. Maassen Correctie In de Sjakel van maart 1999 staan in het stukje "Herinneringen aan Harie Gulikers" enkele storende fouten: Gulikers was Deken van Meerssen van 1975 tot 1980 en niet van 1980 tot 1984. Wat
verderop staat dat hij al na 4 jaar jaar als Deken terug trad; dit moet zijn na 5 jaar. S.W. Geulle 50 jaar geleden........
In de vorige editie van "Geulle 50 jaar geleden", heb ik gevraagd of iemand de dichter kende die het gedicht schreef bij de opening van de schietbaan bij Jef Vossen in maart 1949. Frans
Webers bracht mij de oplossing. Zijn vader, Frits Webers, was de dichter en tevens droeg hij het gedicht voor. Frans die er toen zelf bij was in zijn korte broek, vertelde verder dat de tekst
van het gedicht geschreven was op een stukje krantenpapier. Ook kreeg ik een reactie op het feit dat de handboogschutterij niet was opgericht op die datum,
maar dat deze reeds bestond en haar lokaal had in de Harmoniezaal. De heer Sjeng Lennaerts was kastelein in de harmoniezaal en toen deze daar weg ging nam hij de schutterij mee naar het lokaal van Vossen. April 1949
- De tweede ronde van Geulle is verreden. Ook namen een 20-tal Geulse coureurs deel aan een wedstrijd op gewone fietsen. Winnaar van de wedstrijd werd Jef Simonis.
- De collecte voor het Katholiek Thuisfront bracht de mooie som op van fl. 104,41.
- Fanfare St. Caecilia bracht op 21 april een serenade bij de fam. V.d. Lande. Bij deze gelegenheid waren de fanfareleden uitgedost met de nieuwe petten.
- De Sjakel nam kennis van het teleurstellende bericht uit Batavia dat, tengevolge van een vijandelijke actie, de soldaat Guus Muytjens ernstig gewond werd. Naar een nader van
officiële zijde uit Batavia ontvangen telegram valt af te leiden dat de toestand niet ernstig is.
Hein Peters Bewoners vertellen (1). Leike Kusters brengt het water naar Geulle. Leike is een van de bewoners van het bejaardentehuis. Met zijn 93 levensjaren (hij werd
geboren in 1906) kan hij bijna de hele twintigste eeuw overzien. En hij heeft goed 'uitgekeken' want hij weet heel wat geschiedenis uit al die jaren op te diepen en veel verhalen op een leuke, soms guitige manier te vertellen.
Leike werd geboren in Moorveld in een (inmiddels lang geleden afgebroken) huis in de Heerenstraat, links van de familie Cobben. Toentertijd hoorde Moorveld bij de gemeente
Ulestraten. De bebouwing hield bij huize Kusters op. Verder door richting Hussenberg was een open agrarisch gebied met alleen verspreide weilanden maar voornamelijk akkerland; een
volledig open en onbewoond gebied tot voorbij de van der Meystraat (die toentertijd natuurlijk ook nog niet bestond). Leike groeide op in goeie gezondheid en was in zijn jeugdjaren nog woonachtig op de
Klinkeberg, in Brommelen en in de Cruisboomstraat (waar hij woonde naast 'huize de Koekoek'). Vandaar verhuisde het ouderlijk gezin eind jaren twintig naar de Kleivelderstraat,
plaatselijk bekend als "de Krawwehook" (vertaald: de Kraaienhoek). Deze naam is duidelijk ingegeven door de vele zwarte roeken die er bij tijd en wijle in grote getale nestelen in de hoge
canadasbomen die ook nu nog in het verder door gelegen moerassig gebied groeien. Als Leike onder in Geulle gaat wonen, heeft hij al heel wat werkzame jaren achter de rug.
Lange tijd werkt hij op boerderijen in Geulle, Catsop en Kelmond tot in Spekholzerheide toe. Hij kent de boerenarbeid in al zijn verscheidenheid; zo ook het met de hand melken van koeien.
Na een rondgang bij verschillende boerenbedrijven gaat Leike in de jaren twintig werken 'op de koel' bij de staatsmijn Maurits. Onder in de mijngangen aan het kolenfront moet hij de
losgeslagen steenkool op de transportband scheppen. Het werk loopt af, Leike komt zonder werk en de eerste dag dat hij thuis is, verschijnt er op de Essendijk in Geulle een bedrijf dat ter
plaatse putten gaat slaan voor de aanleg van een waterpompstation. Leike wordt gevraagd of hij wil meewerken, krijgt nog meer loon dan "op de koel" en begint rond de jaren dertig met
werk in de waterwinning, een job die hij zijn verdere leven in verschillende varianten zal blijven uitoefenen. Het waterpompstation Essendijk.
Voor het waterpompstation in Geulle (einde Essendijk, tegenover het Drukkerscollectief) zijn enkele diepe putten geboord. Bij het boren werd een ronde pijp met een doorsnee van
ongeveer een halve meter de grond ingedreven. In Geulle-beneden komt met al na ongeveer zes meter op grondwaterniveau. Dat water is evenwel niet geschikt voor consumptie. Voor het
pompstation in Geulle heeft men gepompt tot op een diepte van 65 meter. Leike vertelt dat op de buizen in de grond een grote waterdruk stond, zo groot, dat het water
aanvankelijk hoog over de rand van de brede pijp opbolde (vergelijkbaar met de kleine, opstulpende waterconstructies die men nu wel eens in tuinen ziet). De grote druk is inmiddels
van het water af en nu wordt dat water continu met elektrische pompen omhoog gepompt. In Geulle wordt het water gezuiverd door een dikke laag fijnmazig grind, gevolgd door meer
compacte gronden. Tijdens het zuiveringsproces wordt uit het wat bruinige water vooral ijzer verwijderd. Eenmaal gezuiverd wordt het water op transport gesteld "naar boven" en komt
uiteindelijk terecht in het waterreservoir in het Beekerveld, ook bekend als het gebied van de Hoogkuil. Dat waterbekken ligt op een hoogte zodat van daaruit voldoende druk op het water onstaat voor toevoer naar de woningen.
Meer pompstations/ drijfzand. In Geulle wordt op nog meer plaatsen water opgepompt en vervolgens op transport gezet. Er ligt nog een waterpompinstallatie op het Oostbroek nabij de boswachterswoning en een opzij
van de straat nabij het heilig Hartbeeld. Leike vertelt nog een anekdote van de installatie op het Oostbroek, aangelegd door zekere Bollen (familie van de aannemer).
Bij het boren was de aannemer op drijfzand 'gestoten'. Drijfzand is een in Geulle maar ook in Elsloo veel voorkomend probleem indien men de diepte ingaat. Vanaf "de berg", ook bekend
als het plateau van Schimmert, wordt continu water afgevoerd naar de lager gelegen gedeelten. In de overgang van de helling naar het dal manifesteren deze waterstromen zich, zodra
gemengend met in de ondergrond aanwezige zandlagen, als drijfzand. En ook in de ondergrond maakt drijfzand zijn naam en faam volledig waar. De ploeterende aannemer kwam in gesprek
met Leike die vanuit zijn ervaring adviseert om op het boorgat van bovenaf druk te zetten. Daartoe wordt de beek die ter plaatse uit het bos komt, verlegd naar de boorinstallatie. Het
water uit de beek zorgtin de boorkolom voor een geweldige tegendruk ten opzichte van het 'warrelende' drijfzand. Dat bleek technisch dé oplossing om door het zwalkend drijfzand te
komen. Het drijfzand werd op ongeveer 15 meter diep aangeboord, zo meent Leike zich te herinneren. Los van dit verhaal is drijfzand in het verleden onder meer gebleken bij de bouw
van een huis aan de Poortweg in de jaren zestig. Ook bij de reconstructie van de Slingersberg in dezelfde tijd kreeg het wegenbouwbedrijf in de bocht voorbij Sjan van Graade te maken met
drijfzand. Het kostte de aannemer bijna zijn (financiële) kop. Bij de aanleg van het Julianakanaal heeft men ter hoogte van Elsloo grote drainage-constructies moeten uitvoeren om
de geplande werken te kunnen uitvoeren. Het mag duidelijk zijn: bouwen op drijfzand, niet aan beginnen! De waterleiding. Het boren naar diepe waterlagen en de bouw van het waterpompstation aan de Essendijk heeft
alles te maken met de nutsvoorziening de waterleiding die eind jaren twintig wordt aangelegd. Voor de mensen in die tijd een geweldige vooruitgang op velerlei gebied. Eerstens het menselijk
gemak. Men krijgt het water in huis en men behoeft derhalve niet meer met het juk en twee emmers naar de openbare waterpomp te gaan. Of naar de waterputten zoals die in gebruik zijn
geweest in de Breuk (vanuit Moorveld via Bospad naar beneden) of de Kloas put in het Dennenbos, of naar de Rin en het Peulke in het Geerkensdaal, bij het Waalserstraatje, de
oorsprong van de Waalsenbeek, in de laakberg, de oorsprongvan de Hussenbeek alsook van de Hemelbeek, in het Dommendaal, op de grens tussen Geulle en Elsloo, genaamd "De Wesj", waar vele liters water per minuut opborrelen. Paul Notten (Wordt in de volgende Sjakel vervolgd
|
 |