Heemkundevereniging Gl - Sjakel mei 1999
 
 


de Sjakel

 

Bewoners vertellen (2).
Leike Kusters brengt het water naar Geulle.

Men maakte er gebruik van om het wasgoed (hoofdzakelijk het vuile linnen beddengoed) dat in de winter niet werd gewassen maar op de zolders werd opgehangen, te wassen (slaan in het water), hetgeen in vroeger tijden gebruikelijk was. Leike weet te vertellen dat de kwaliteit van dat bronwater nogal verschillend was. Het water uit de Breuk was kwalitatief minder dan het water uit Kloas put dat om zo te zeggen een keurmerk verdiende. Onze verteller kon de waterkwaliteit afmeten aan 'kleine diertjes' in het water; kleine, kriebelende aaltjes ter grootte van enkele centimeters die krinkelend links of rechts uit de flank zwemmen. Al naar gelang de kleur van de kleine 'pielewiet' lichter is, zal de waterkwaliteit beter zijn.

Terug naar onze verteller. Behalve in Geulle heeft Leike ook in Maastricht nog boorwerkzaamheden uitgevoerd. Rond de jaren veertig is in Maastricht in de Kastanjelaan in de wijk Caberg (tegenover de oude Ceylon bandenfabriek) ook water geboord voor de zogenaamde "treechter bron". Dat was een heel diepe boring. Vanuit de normale diepte (rond zestig meter) leverde deze brom aanvankelijk goed drinkwater op. Bij verdere boring tot 300 meter diep bereikte men warm water met een hoog zout en zwavel gehalte. Ook dit water welde aanvankelijk spontaan op vanuit de diepe leidingen. Het water uit deze bron is in de jaren veertig en mogelijk ook nog begin jaren vijftig commercieel geëxploiteerd als 'treechter' (Maastrichter) water. De handel werd commercieel geen succes. Omstreeks de jaren zeventig heeft men nog eens onderzoeken gedaan naar de waterwinmogelijkheden, voor gebruik als bronwater of de mogelijke aanleg van een kuuroord. Dat is gebeurd in het kader van werkgelegenheidsprojecten. Met de betere kennis en grotere technische vaardigheid bleek het water wel bereikbaar maar vanwege de samenstelling (onder andere een te hoog calcium gehalte) commercieel niet bruikbaar voor menselijke consumptie.

 Verdere loopbaan.
Na al dit veldwerk komt treedt Leike Kusters in 1947 in dienst van de Waterleidingmaatschappij Limburg. Na de infrastructuur, het boren van de putten, wordt hij nu dienstbaar bij de distributie van goed leidingwater. In die hoedanigheid heeft hij heel wat afgereisd in Limburg, altijd met de fiets; voor bezoeken aan woningen, inspectie aan leidingen of nutsinstallaties zoals de pompstations of de watertoren in Schimmert. Leike heeft het water niet zozeer door de Maas alswel door de leidingen laten stromen. Hij bleef in dienst bij de WML tot 1971 toen hij gepensioneerd werd. "Tja", zegt Leike, "ik ben wel een dure klant voor Drees geworden. Ik heb 13 jaar betaald en al dubbel zo lang getrokken!"

Onze verteller voelt zich er op zijn gemak in bejaardentehuis Avé Maria. Ook al gaat het lopen moeilijker en moet hij gebruik maken van een rolstoel, zijn algehele gezondheid is nog goed en Leike hoopt nog heel water jaren 'op de berg' mee te kunnen. Hij heeft nog een goed humeur en dat straalt hij ook helemaal uit.
Ik neem afscheid van Leike Kuster en weet nu zeker dat Geulle een waterrijk dorp is; aan de Maas als de rivier uit is; en in de hele ondergrond waar eindeloos water wordt aangevoerd vanaf het plateau van Schimmert. Leike het water voor gezien. Liever heeft-ie een klein drupke aan de lippen. Dat is hem gegund.
                                                                                                                                                         P.M.A. Notten

Ps.: Heeft U na het verhaal van Leike nog meer kennis over waterwinning, een voorval of anekdote of iets anders dat U zo maar te binnen schiet en dat U wilt vertellen, aarzel dan niet maar neem gerust contact op met de schrijver.

Spoorweg-service in 1898

In 1938, toen het veertigjarige bestaan van de spoorweg Sittard-Heerlen werd herdacht, haalde Dhr. Beckers, redacteur van het personeelsblad van de Nederlandse Spoorwegen, in een herdenkingsartikel een aardig voorval op dat niet onvermeld mag blijven, omdat het een goede kijk geeft op de beste tradities, die toen en nu leefden bij de spoorwegen.
"Een half uur voor de afloop van het diner trad de heer M. de Ras, lid van der Tweede Kamer voor Maastricht, op den voorzitter toe om afscheid te nemen. Hij woonde in Geulle, en op dat station aan de lijn Maastricht-Sittard, waar alleen boemeltreinen stoppen, gaf alleen nog aansluiting een trein, die een kwartier nadien van station Heerlen zou vertrekken, en niet meer de late trein waarmede de overige gasten nog thuis konden komen.
Naast den voorzitter zat de heer Cluysenaar, Directeur-Generaal der Nederlandsche Staatsspoorwegen, die het tot vertrek gereedstaande Kamerlid terughield met de boodschap: "Blijf gerust bij ons, mijnheer de Ras, ik zal de avondsneltrein wel in Geulle doen stoppen.". Meteen daarna nam hij zijn portefieulle uit de zak en daaruit een pampierke, waarop hij aan Utrecht de stopboodschap overbracht.
Een Picollo bracht het telegram naar het station en de zaak was in orde. De heer de Ras werd drie uur later alleen en extra thuisgebracht in Limburgs kleinste stations-nest door de grand-expresse Bazel-Maastricht-Amsterdam."

Frans Tillie

(Uit "Nieuw Spoor", jaargang 3 nr. 5, mei 1949, bladzijde 15. Met dank aan de heer J.W.M. Peynenburg, archivaris van het bisdom in Den Bosch)

Bijenhouders in Geulle.

Dat er in Geulle en/of omstreken in ieder geval vroeger bijen gehouden werden, mag blijken uit dit relaas, gedaan tijdens een zitting van de schepenen (Criminele Rolle, Archief Landen van Overmaas, inventarisnummer 5718, Rijksarchief Maastricht). Ook hier weer speelt het moeilijk leesbaar zijn van het oude schrift een beetje parten, maar een echt probleem is, althans voor mij (nog) het begrijpen en verklaren van de juridische termen. Het komt er op neer, dat de vertegenwoordiger van de Graaf verzoekt om de straf , die staat op het stelen van bijen, nog eens goed aan iedereen duidelijk te maken, door een bericht ter zake te doen aanplakken. Zo moet er voor gezorgd worden dat niemand nog kan doen alsof hij van het bestaan van die straf niet op de hoogte was. Tenslotte wordt aan de schepenen (vriendelijk ?) verzocht bij het een en ander de nodige spoed te betrachten.

"Ordinaire genachtinghe, gehouden den 8 novemb(er) 1724 coram Dnis Scabinis Brüll, Van Leeuwe et Ros.

Den Momboir des Heeren noe officy, doet verhael hoe dat aen syne graefelicke genade gebiedende Heer van alhier diverse clachten syn gedaen als dat bij nacht en ontijden de lieden die bijen syn houdende in deze heerlickheden in haere bijen bestoolen ende geschagrineert worden door onverlaetene en quaetaerdige menschen en om welx te voorsien Ued: achtb: gebeden worden om tot voorcominge van alle inconvenienten omtrent de byen ten fine Uwed: acht: belief mogte wesen van de straffe boete off amende daertoe staende bij publieque affictie te laten affigeren opdat niemand hieraff ignorantie kan pretenderen met ordtie op Ued:. achtb: heren(?) om deselve in forma te depesscheren."

Lou van Kan

Geulle 50 jaar geleden
Mei 1949

  • De verkiezingen voor de gemeenteraad zijn op komst. Dit is goed te merken want de  rondjes in de cafe's worden steeds meer. De nummering van de kandidatenlijsten op de  raadsvergadering aan de raad meegedeeld. De officieel vastgestelde lijsten zijn als volgt:
  •     Lijst 1:  J.J.G. Thijssen
                     J.M.J. Kengen
                    J.H.  Pinckaers jr.
        Lijst 2:  J.H.L. Thijssen
                    P.H.  Janssen
                    M.J.  Claessens
                    M.H.  Smeets
        Lijst 3:  H.P.J. Sassen
                     J.J.L. Smeets
                    H.M.  Tilmans
                     M.R.J. Penders
                    P.J.  Feyen
        Lijst 4:  J.H. Jonkhout
                    H.J.  Dekkers
        Lijst 5:  P.H. Muytjens
                    J.H.  Zeegers
                    J.H.  Penders
        Lijst 6:  J.H. Custers
                     W.J.G. Ghijsen
        Lijst 7:  H.W. Kurvers
                    L.J.  Paulissen
                    M.J.  Dolmans
  • De aanbesteding voor het bouwen van een villa aan de Snijdersberg voor rekening van  Mevr. Wed. Epplé - De Wit Huberts heeft plaats gevonden. De inschrijving was als volgt:
    Gebrs. Lamers Maastricht: fl. 48.980
    Gebrs. Schreurs Elsloo fl. 54.500
    Kurvers Geulle fl. 55.590
    Bollen Geulle fl. 55.750
  • Het rectoraat wil breken met een oude traditie dat bij de begrafenis altijd het graf  gemaakt wordt door de buurlui. Het ligt thans in de bedoeling een doodgraver aan te  stellen.
     
  • Op 12 mei had de feestelijke opening plaats van het geëlectrificeerd spoorwegnet  Eindhoven - Maastricht, Maastricht - Heerlen en Sittard - Heerlen. Een noot van de  toenmalige redactie: Nu nog wachten op het moment dat de trein weer in Geulle stopt.
     
  • Geulle telt in Mei 1949 2000 inwoners, reden om aan de heer M.H. Freens, Broekhoven 4  alhier, een volledige vergunning te verlenen. Dit bij besluit van het college van  Burgemeester en Wethouders. De heer W. Thijs, Hulsen 38 alhier, wil de verdere exploitatie  van zijn café niet meer voortzetten. Het ligt in de bedoeling het pand te verbouwen tot  een dubbel woonhuis.
  • Hein Peters
    Kennisgeving
    In de heer zijn overleden:
  • Op 5 april 1999 op 67-jarige leeftijd, Harold Hendrik Dol, Hussenbergstraat 23, echtg.  Van Annie Engelen
  • Op 20 april 1999, op 80-jarige leeftijd, Justine Wouters, Westbroek 18, wed. van Louis  Kurvers  


    Drie keer goud in geulle.
    Op 15-6-1949 was het bij Sjo de Keng in Moorveld dubbel feest. Twee van zijn dochters  traden toen in het huwelijk. Dochter Mia trouwde met Nico Kersten en dochter Sjan met Wiel  Claessens.
    Mia lag van december 1940 tot 1944 in het sanatorium in Horn, hier leerde ze Tonnie Netten  uit Rijswijk kennen. Dit werd een goede vriendin van Mia. Deze vriendin kwam in Moorveld  op vakantie. Zo gebeurde het ook dat Mia met haar koffertje met Pinksteren 1947 naar  Rijswijk vertrok om daar op vakantie te gaan. Sjo zei nog nadrukkelijk:"Haol gein  sjtomigheid oet".
    De ouders van Tonnie hadden een sigarenwinkeltje en hier gebeurde het. Op een avond kwam  een knappe jongeman sigaretten halen, dit bleek Nico te zijn. De vonk sloeg vrijwel direct  over. De 6 dagen vakantie vlogen om en Mia moest terug naar Moorveld. In augustus kwam  Tonnie weer op vakantie in Moorveld. Een paar dagen later arriveerde ook Nico in het  zuiden. Hij werd door de twee vriendinnen afgehaald op het station in Sittard. Na een  wandeling in het Bunderbos was de liefde bezegelt. Nico, die tuinder was, kwam nu 1 keer  per maand naar zijn Mia. Hij sliep dan bij Lei Janssen in Moorveld. Vanaf april 1949  vestigde Nico zich definitief in Moorveld en op 15-6-1949 zijn ze getrouwd. Uit dit  huwelijk werden 7 kinderen geboren,3 jongens en 4 meisjes. Ze hopen met hun allen op  19-6-1999 een geweldig feest te hebben. Sjan zocht het niet zover en kwam met een gewone  Geulse jongen thuis. Wiel werkte in oktober 1942 op de koel in Geleen. Toen het  bombardement in Geleen was geweest ging Wiel kijken hoe het was op de koel. Hij kreeg  echter een kapotte band en moest verder lopen. In de Pastoor Vonckenstraat in Geleen  zetten Wiel de fiets tegen de gevel van een huis en belde aan om te vragen of de fiets  hier even mocht blijven staan. Hij kwam in gesprek met de vrouw des huizes, deze vroeg  waar hij vandaan kwam en Wiel zei van Gäöl. Deze vrouw vroeg of hij bij de familie  Kengen in Moorveld wilden gaan zeggen dat met hun alles goed was. Zij waren familie van  elkaar.Zo kwam Wiel voor de eerste keer bij de familie Kengen. Het duurde echter tot 1945  dat Wiel Sjan ontmoette. Het vliegveld werd gebouwd en zo kwam het dat de familie Kengen  in Geulle naar de kerk kwam en niet meer zoals voorheen in Ulestraten. Vanaf de  zomerkermis 1945 werden Wiel en Sjan ein köppelke. Wiel is een echte vereningsman. Hij is  onder andere mede oprichter van onze Heemkundevereniging. Hij is Gemeenteraadslid,  wethouder en Loco-Burgemeester geweest van onze voormalige Gemeente. Ook de V.V.V., Gäöl  62 ,het zangkoor en de Harmonie hebben van zijn inspanningen dankbaar gebruik gemaakt. Tot  op heden is Wiel nog voorzitter van de seniorenbond.
    Sjan heeft het voornamelijk druk gehad met het grootbrengen van hun 6 kinderen. Om en om  werden er 3 zonen en 3 dochters geboren. Zij vieren hun feest op 12-6-1999 in de  Kollekamp.   Het derde gouden paar vinden we in Hussenberg. Hier wonen al vele jaren Lei Ghijssen  ook bekend als Leike van de vrouw en Roos Janssen oftewel Roos van Sjeng van Drik.
    Lei was het jongste kind uit het gezin Ghijssen en werd dan ook wel eens plagend het  "moolsjrapsel" genoemd. Lei was bevriend met Harie, dit was een broer van Roos.  Zo kwam hij al vaker bij de familie Janssen in de Kérremesstraot over de vloer. Verkering  kregen ze met elkaar toen ze gingen dansen in Beek. Tijdens de oorlogsjaren werkte Lei bij  de sphinks in Maastricht. Nadat hij gedurfd had om enkele centen loonsverhoging te vragen,  voor de fietsbanden die hij versleet, kwam hij op een lijst te staan van mensen die in  Duitsland moesten gaan werken. Hij heeft toen aangekaart dat hij thuis onmisbaar was, daar  zijn broer Sjef "vermist" was in Duitsland. Hierdoor hoefde Lei niet naar  Duitsland, maar mocht hij thuis blijven. Om de tijd om te krijgen en om wat bij te  verdienen maakte Lei in de oorlog o.a. spinnewielen, grote voor te gebruiken en kleintjes  als souvenirs voor de Amerikaanse soldaten. Later heeft Lei nog bij aannemer Van Kan in  Schimmert gewerkt en is zijn loopbaan geëindigd bij Laeven als chef materieelbeheer. Roos  is meer dan 30 jaar pensionhoudster geweest, zij kan hier dan ook leuke verhalen over  vertellen over hun gasten die hier jaren achter elkaar naar toe kwamen. Wandelen,  tuinieren en hout bewerken zijn nu de voornaamste hobby's van Lei en Roos. Maar hun  grootste hobby is toch hun 3 kinderen en hun kleinkinderen. Zij vieren hun feest precies  50 jaar later op 18-6-1999 in het Kaar. Wij van de Sjakel en van het bestuur van de Heemkundevereniging wensen alle drie de  Gouden paren een fantastisch feest en heel veel goeds voor de toekomst.
    Maurice Wouters


    De schoenlapper Rond 1920 en later waren er in het dorp Geulle (met ongeveer 1500 inwoners) zes  schoenmakers; dit waren Willem Thijssen (Wilmke van het rood) op Westbroek, Sjoke Kurvers  (Sjoke van Tieske) aan de Maas, Willem Kurvers (Wilmke van Tieske) uit Hulsen van café  "het wilde Westen", Jos Ramakers (Sjo van Wilme) in Moorveld, Hubert Ghijzen  (Hoebeerke van de Gies (een broer van May)) in Hussenberg en Sjeng Janssen (Sjang van  Nelke) op de Snijdersberg / Kermisstraat. Deze laatste werd op 1e Kerstdag, 25 december,  1921 onwel in de kerk en stierf op 56-jarige leeftijd. Al deze schoenmakers bedreven daar het een en ander bij: de ene had een boerderij met  een koe en een varken en een paar stukjes land met wat kippen, de ander had een café.  Twee van de zes waren vrijgezel en hadden een beperking (handicap). Van alleen het  schoenlappen kon men niet bestaan, want in die tijd droeg men alleen op zondag schoenen;  door de week liep men op klompen. De schoenlapperij was een ontmoetingscentrum waar alle  nieuwtjes ter sprake kwamen, vergelijkbaar met "achter het nieuws" of  "brandpunt" op de t.v. De meeste dorpsbewoners hadden zelf nog een schoenleest  in huis. Ze kochten op de markt in Beek een stuk leer, rubberen hakken en spijkers en  lapten, voor zover dat mogelijk was, hun schoenen zelf.  Wat ze zelf niet konden  repareren, werd overgelaten aan de schoenmaker.
    Slechts één schoenmaker had een opvolger, maar deze liet na korte tijd het mes in het  varken steken. Hij koos diverse andere beroepen en voelde zich niet geroepen de hele dag  in een kleine werkplaats opgesloten te zitten.
    Toen de meeste schoenmakers óf overleden óf te oud of gestopt waren, kwam in 1932 in  Hussenberg een nieuwe, jonge schoenmaker: Jos Pluis. Deze had het vak in Elsloo geleerd.  Hij begon bij zijn ouders achter het huis in een houten schuurtje zijn beroep uit te  oefenen. Hij verstond zijn vak meer dan goed en had spoedig het monopolie in Geulle en  zelfs daarbuiten verworven. Sjo was zwart van haar, maar werd toch "de Witte"  genoemd. Ik herinner me nog dat vóór de oorlog '40 - '45, toen er alleen maar de krant  was en geen weekbladen en "de Sjakel", Sjo met nieuwjaar in de krant liet  zetten: "Jos Pluis in de scheer: schoenmakerij en nog veel meer. Zalig  Nieuwjaar".
    Een anderjaar weer stond er in de krant: "Laat je schoenen ophalen door de Witte,  blijft u in uw huiskamer zitten, laat ze repareren door de witte, ze komen ook weer terug  door de witte. Zalig Nieuwjaar, Jos Pluis".
    De laatste spreuk die ik mij herinner was: "Aan alle vrienden en vijanden een zalig  Nieuwjaar. Schoenmakerij Jos Pluis". Na nog een tijdje in het bakkes van Lombok onder  aan de Snijdersberg tegenover de "Rin" schoenen te hebben gelapt, vertrok hij  rond 1938 - 1939 met zijn gezin naar zijn nieuwe huis in de Hulserstraat .
    Daar heeft hij vele jaren schoenen gelapt. Toen Sjo de pensioengerechtigde leeftijd had  bereikt, stopte hij met de uitoefening van zijn vak. Geen van zijn drie zonen nam het vak  over en zo kwam er een einde aan de laatste schoenmakerij in liet dorp. Nu Geulle in 1997  ongeveer 3000 inwoners heeft, moet men voor schoenreparaties buiten het dorp gaan.
    J. Maassen Geulle


    Politievaria
    Door ziekte van Brigadier Giesen is het helaas niet mogelijk gebleken om deze maand  Politievaria op te nemen in de Sjakel. Volgende maand zal er daarom een dubbele aflevering  verschijnen.

    Uw artikel in de Sjakel?
    De redactie van de Sjakel is nog steeds op zoek naar lezers die voor de Sjakel willen  schrijven. Een zijn al een aantal 'nieuwe' schrijvers die regelmatig een stukje  schrijven om voor het nageslacht te bewaren. Wel is het mogelijk dat een stuk niet direct  geplaatst kan worden, maar dat het maandje moet wachten. De stukjes kunnen aan de redactie  worden toegezonden. Wie durft?
 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.