Heemkundevereniging Gl - Sjakel juni 2002
 
 


De Sjakel
Juni 2002

Geulle in vroeger tijden.
45. De schepenbank: Collecteurs

Bij de schepenbank van de heerlijkheid Geulle waren ook collecteurs aangesteld. Dit waren mensen die de gemeentelijke belastingen en de door de schepenbank opgelegde boetes moesten innen. Tussen 1660 en 1791 hebben de volgende personen als collecteur in ons dorp gewerkt:

1660 Jan Gys
1671 Hendrik Houben, Marten Jans, Lenaert Lenaerts en Herman Hoogheinen
1676 Gerart Volders
1679 Geret Tylmans
1680 Herman Hoogheyn
1681 Francis van den Hoeffe
1683 Hendrik Pijpers
1691 Tossin en Gerard Volders
1693 Henri van Eupen
1696 Gheret Thylmans
1702 Herman Hoogheyn
1704 Geren Vollers
1704 Hendik Houben en Geren Tilmans
1708 Geurt Hendrik Hoeffve
1711 P. Volders
1719 Gosen Pypers
1722 Mathijs Bours
1725 Mathijs Lonis
1728 Mathijs Bours
1741 Herman Paulussen
1755 Leendert Deckers
1758 De heer graaf van Hoensbroeck-Geul
1762 Kapelaan Josef Notermans
1770 Arnold Huntjes
1774 Arnoldus Janssen
1791 G. Hermans

Uit bovenstaande lijst blijkt dat veel familienamen in de loop der eeuwen in ons dorp bewaard zijn gebleven. Wel is de schrijfwijze van sommige namen tegenwoordig iets anders dan vroeger.
Na 1791 kwamen de Fransen onder Napoleon hier en hielden de schepenbanken op te bestaan. Hiervoor in de plaats kwamen de gemeenten en rechtbanken. Ook de gemeenten kennen collecteurs, maar die worden gemeenteontvangers genoemd.
Bij de aanstelling tot collecteur bij de schepenbank moest “cautie” worden gesteld. Dit wil zeggen dat elke nieuwe collecteur verplicht was om voldoende borg te stellen. Als zijn eigen roerende en onroerende goederen hiervoor te gering waren dan stelde zijn naaste familie wel genoeg borg.
Zo werden op 20 december 1762 bij de aanstelling van kapelaan Notermans niet alleen zijn eigen (on)roerende goederen als borg genomen, maar moesten ook tien Geullenaren voor hem borg blijven. Deze bijzondere zekerheidsstelling was blijkbaar nodig omdat de kapelaan niet uit ons dorp kwam.

Archie Varis.

Literatuur:
Uit Geul’s verleden. (1926)


Brieven van Pieke junior uit de Piemelenhoek.

Dag mensen van Geul, hier weer een briefje van jullie Pieke.De Noonk is net terug van de percessie en die heeft lang geduurd, want Merie heeft de middag al omgedragen en de Noonk vond het wel leuk, zegt hij, want het was niet zo wijt wat hij heeft gelopen en dat was vroeger wel anders wie ze nog van de Kerk over Broekhove gingen en dan door Hulse of naar Brommele, zegt hij en dan zweette je een look in je humme, tenminste als het warm was, maar nu was ter niet veel tijd voor te bidden want ter was gelukkig veel muziek en dus is hij nog maar wat langer in de heilige huisjes geweest zegt hij en nou heeft hij mij nog kermiscente gegeven en dan kan ik mooi eens in dat reuzerad wat er staat, maar dat is niet zo groot, vind ik, maar ja voor Geul is het al heel wat. En in de percessie zijn ze ook al drachter, dat vroului beter kunnen schamateuren wie manskerels, want den hemel werd door de vroului van het Kleinbrook gestuurd en ze zijn zonder blutse thuis gekomen en ze waren ook nog langs de bejaarden gegaan en het was heel mooi gesierd met kattestaarten en kleurzand en zo. En Hein van de Kes heeft ook een onderscheiding gekregen om reden van de zangk en omdat hij van alles debei heeft gedaan, je vraag je af waar die de ammesjuur vandan haalt, zegt de Noonk, en omdat hij ook sinterklaas speelt hebben ze zijn kompel ook een lintje gegeven en de Noonk vraag zich dan toch ummer weer af waarom de klazen wel en de pieten niet, maar die twee wat het nou gekregen hebben, gunt hij het wel, zegt hij, en hij zich met die een goeie derop gedronken en die van de zangk gaan nou een knook begraven bij ons in den hook, en dat is echt heemkunde, zegt de Noonk, want daar staat ook van alles over in de Sjakel, maar ja dat hebben jullie ook allemaal kunnen lezen en de Noonk zegt, dat hij dan moet uitkijke, want hij heeft nou nog een mooie moestem en dat snapde ik niet, maar hij heeft het mij uitereen gelegd, want de Noonk heeft zich bedacht dat die knook wel eens onsterfelijk beroemd kan worden en als dat een internationale trekpleister wordt dat de lui daar wie vliege op de sjroop op afkomen en dan komen hier in den hook allemaal kramen en cafés en zo en voor je het weet, wil de gemeente hier een parkeerplaats aanleggen en dan is de Noonk sjus wie die medam in Meerssen zijne moestem kwijt, dus hij is nog niet zo kepot devan. Het is toch al sjus offent Geul één groot feestterrein wordt, maar dat ze daar ummer de weg voor moeten afsluiten en bij de lui op de pleij gaan staan, dat snap hij niet, maar ja dat zal wel komen omtat bij het zwembad de parkeerplaats sjus wie die parkeergaraasj in Meersse altijd helemaal vol met autoos staat. En die van de gemeente hebben schijns veel werk aan alles wat niet in drekstuiten kan, maar met de percessie hadde ze wel mooi de gutte geveegd en bij de brug is schijns de lucht ook geklaard en nou kunnen die van de gemeente zich gooien op zwervend vuil, want daar hebben ze veel te veel van, maar ja zegt de Noonk, wie een ander een zak geeft loopt zich tegen een hoop rotzooi kepot.
Nou adië en de groeten van Pieke Junior uit de Piemelenhook.



Geulle, 67 jaar geleden…..

Dat Geulle een mooi dorp is weten we met zijn allen. Dat vond men reeds in 1935 getuige onderstaand artikel van de toenmalige burgemeester Jhr. A.M.H.E. van Aefferden, dat verschenen is in “Limburg”, een propaganda-uitgave die tot stand is gekomen met medewerking van verschillende gemeenten en VVV’s in Limburg.

Een ieder en niet het minst de stedeling heeft behoefte om zijn gewone dagelijksche bezigheden met de daaraan verbonden beslommeringen voor een tijdje stop te zetten en ontspanning te nemen in de natuur.
Want het is immers de heerlijke vrije natuur, die voor ’s menschen geest en gezondheid een van de schoonste bronnen van vreugde en geluk kan scheppen !
En vooral de natuurliefhebber schijnt innerlijk bewerkt te worden door een onweerstaan-baren bevrijdingsdrang en zoekt de daverende steden te ontvluchten met hare lichtlooze huizen, hare ronkende straten, hare magazijnen en fabrieken.
Men voelt er zich bevangen. Men verlangt naar zuivere lucht, naar klaarte, naar ruimte, naar aarde en water en groen ! Men wil zich daarin, ontdaan van alle banden, bewegen …
Waarheen?!
Vriendelijk en rijk aan natuurschoon, gelegen in het zuiden van onze schilderachtige Limburgsche Maasvallei en ten Westen van den grooten verkeersweg Sittard – Maastricht is GEULLE (niet te verwarren met Geulem of Schin op Geulle) nog onvoldoende bekend.
Van hoevelen moest ik bij hun allereerst bezoek herhaaldelijk vernemen, dat Geulle door zijn natuurschoon meer aandacht verdient en dat niet alleen door zijn heuvels en dalen, maar evenzeer door zijn bosschen, mooie wandelingen en ander landelijk schoon.

Geulle ontleent zijn naam aan het riviertje de Geul, dat voorheen onder of tegenover het dorp in de Maas stroomde, maar dat nu doet enkele kilometers zuidelijker tusschen Itteren en Bunde bij Hartelsteyn aan het Voelwames, omdat volgens de overlevering de Maas intuschen de bedding van Geul heeft ingenomen. Het zou zeker interessant wezen, een beschrijving van de Geulsche geschiedenis te geven, doch zulks zou te ver voeren en is ook niet de bedoeling. Doch iets schrijven over het dorp en de streek, die ik sinds meerdere jaren, dat ik er vertoef meer en meer ben gaan liefhebben.
Het is niet zoo eenvoudig naar behooren uit te stippelen waarin het zit, hoe het bestaat dat Geulle zijn omgeving zoo mooi is, zoo heel bijzonder onder al de mooie dorpen van Zuid-Limburg. Een heerlijke uitbeelding ervan vind ik samengevat in de volgende suggestieve regels door Dr. Felix Rutten (die geruimen tijd te Geulle zijn verblijf had) geschreven in “Ons Eigen Tijdschrift” :

“Ga nu een mensch eens vertellen, waarom een mooie bloem nu juist wel zóó mooi is …. Daar moet je oog voor hebben, en misschien gevoel.
Ons dorp nu is mooi als een heel bijzondere bloem. Het bestaat uit een zevental verspreide gehuchten, waarvan juist de twee kleinste (om station en school) wel de voornaamste zijn.
En zit je er neer op den rand van den Snijdersberg, dan wenkt er geen top meer aan de overzijde, dan kijk je in een breed, groen dalvlak, dat de Maas met haar grilligste meanders borduurt en waarachter, aarzelend en wazig, het Belgisch Kempenland omhoog zwelt. De roem van het dorp en van het aangrenzende Bunde bestaat voor een groot deel in het vergezicht, dat er voor hunne bergranden openligt, een panorama dat zijn aangrijpende schoonheid handhaaft naast de befaamde Limburgsche vergezichten. De lyriek der breede daldiepte die het omgeeft, en der boschrijke heuvels die het omkransen, vol bronnen den stroompjes, de juichende pracht der fluwelen Maasvallei, door de Geulsche bergen bestreken, tot waar het torenrijk Maastricht ze sluit met zijn juweel: dit maakt Geulle in den zang der Limburgsche schoonheid tot een opperst orgelpunt, waarbij de ziel van den bezoeker zwijgend in een langen geluksdroom verzinkt.
Wanneer je neerzit op den rand van den Snijdersberg, ligt heel Zuid-Limburg in een halfring achter je. Het panorama van den Snijdersberg zou onveranderd mooi zijn, ook als het onveranderlijk hetzelfde bleef.
Maar het wisselt met de seizoenen, en moeielijk is te zeggen, wanneer het zijn hoogste victorie viert.”

Inderdaad, geen camera heeft macht over dit verrukkelijk vergezicht! Langs tal van goede wegen kan men Geulle en zijn omgeving gemakkelijk bereiken en moge dezes er toe bijdragen, om in wijden kring en in den ruimsten zin, belangstelling te wekken voor deze zoo schoone streek.
Daarom komt, ziet en geniet!

Geulle, 1935, Jhr. A. M. H. E. Van Aefferden,
Burgemeester

In bovengenoemde uitgave werd ook duchtig reclame gemaakt om in Geulle te komen wonen getuige onderstaande advertentie.

Albert Baenens


Pauselijke onderscheiding

Het was Zaterdag 18 mei de Zaterdag voor Pinksteren aan het einde van de mis dat de koster van de Parochie Waalsen, in de persoon van Hubert Rouschop, uit handen van Pastoor Dohmen de Pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice kreeg uitgereikt.
De Pastoor sprak in zijn rede over de vele verdiensten die Hubert als Koster van de Parochie Waalsen heeft gehad en nog heeft. Hubert was van 1976 tot 1985 lid van het Kerkbestuur.
En aangezien er in die tijd geen koster voorhanden was heeft hij die taak toen ook maar op zich genomen en tot op heden doet hij dat nog. Steeds als zijn aanwezigheid in de kerk vereist is, is Hubert present. Maar zegt hij: “Ik kon dit beslist niet doen als mijn vrouw Lies hier niet volledig achter stond, eigenlijk heeft Lies ook de helft van deze onderscheiding verdiend”.
Het is daarom en mede gezien het feit dat hij deze taak al meer dan 25 jaar uitoefend heeft, dat Paus Johannes Paulus aan Hubert deze eervolle onderscheiding toegekend heeft. In zijn dankwoord betrok de Pastoor dan ook echtgenote Lies die als uiting van waardering een bloemetje aangeboden kreeg. Daarna kregen alle aanwezigen in de kerk de gelegenheid om een stralende koster te feliciteren. Hubert en Lies, ook namens de Sjakel van harte proficiat.

W. Ramakers


In de heer zijn overleden

  • op 21 mei 2002 op 73-jarige leeftijd, Harie Slootmaekers, echtgenoot van Marie Thijssen, Hulserstraat 94;
  • op 25 mei 2002, 80-jarige leeftijd, Sjeng
    Kurvers, Verpleegkliniek De Zeven Bronnen, Amby-Maastricht (voorheen Oostbroek);
  • op 28 mei 2002, op 49-jarige leeftijd, Peter Rogiers, Westbroek;
  • op 7 juni 2002, op 77-jarige leeftijd, Gerard Hubert Louis (Lewieke) Vossen Verpleeg-kliniek St. Jansgeleen, voorheen Kuiperstraat, 77 jaar.

Geulle 50 jaar geleden……
Juni 1952

- Uitbreiding in het rectoraat. Het gemeentebestuur hoopt binnenkort over te gaan tot definitieve vaststelling van het uitbreidingsplan “Snijdersberg-Hussenberg”. Het plan voorziet dan in de bouw van ca. 100 woningen, zijnde de totale woningbehoefte voor de eerstkomende 10 jaren. Bij de Vaste Commissie van de provinciale planologische dienst te Maastricht bestaan thans tegen de voorgenomen uitbreiding geen overwegende bezwaren. Wel heeft de voornoemde Commissie bezwaren tegen de ontworpen villabouw nabij de Pastoorsberg, aangezien deze plaats gelegen is dicht bij het natuurreservaat. Teneinde het zeer belangrijk natuurschoongebied te behouden in de ongerepte toestand wenst voornoemde Commissie dat tussen de bestemming van de terreinen en het natuurschoongebeid een agrarisch gebied moet blijven bestaan van ongeveer een breedte van 200 meter.

- Vrije-tijdswoningen. Op initiatief van de heer A. van Vliet, Hulsen 13 alhier heeft men reeds geruime tijd geleden geleden plannen gemaakt om te komen tot de bouw van de z.g. vrije-tijdswoningen, d.w.z. dat een aantal gegadigden, werkzaam op de mijn of in de bouwvak, zelf in hun vrije tijd een woning gaan bouwen. Inmiddels zijn deze plannen zover gevorderd dat zich een 13-tal bouwers hebben aangemeld en plannen bij het gemeentebestuur hebben ingediend. Gezamenlijk zullen zij trachten deze woningen in ruim één jaar te bouwen op diverse plaatsen in Geulle.
Indien men met de betreffende aannemers, wat de levering van materialen betreft, tot overeenstemming kan komen en de voorfinanciering met de gemeente geregeld is en door de gemeenteraad is goedgekeurd, kan eerlang met de bouw een aanvang worden genomen. Voor de bouwers komen de kosten van een dergelijke woning op rond fl. 6.000,00 waarvoor een hypotheek kan worden aangegaan. De maandelijkse annuïteit bedraagt dan ongeveer fl. 34,00 en na 30 jaar is men eigenaar van de woning. Van het rijk ontvangt men voor deze woningen een premie van fl. 4.700,00.

- Kamerverkiezingen: op 25 juni heeft men gestemd voor de 2e Kamer. Dit waren de uitslagen van Geulle (tussen haakjes de uitslagen van 7 juli 1948):

Katholieke Volkspartij 827 (840)
Partij van de Arbeid 69 (57)
Anti-Revolutionaire Partij 1 (4)
Christelijk Historische Unie 0 (1)
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie 6 (9)
Communistische Partij Nederland 4 (7)
Staatkundig Gereformeerde Partij 0 (0)
Katholieke Nationale Partij 24 (27)
Partij v. Recht, Vrijheid en Welvaart 1 (0)
Socialistische Unie 0 (1)

Aantal kiezers 1057 (1026)
Totaal geldige stemmen 932 (948)
Totaal blanco stemmen 23 (22)
Totaal ongeldige stemmen 35 (10)
Totaal aantal stemmen 990 (980)
Totaal aantal niet opgekomen stemmers 67 (46).
Men moet rekening houden met het gegeven dat het stemmen in die tijd verplicht was.

Hein Peters



Ö t gouwe tiënsje.

Öt waor in daen tied dat önne sondigssent nog eine sent waor en ich veur op miene kop önne stroevel haor hauw opte plek woi noe ö blinkend maonoppervlak zich begôsj aaf te teikene.
De mooder zag tatter neet väöl goo haor op z’n prie hauw die dougde. Hae vertaalde loestere altied in öt neet doon mèh daan deeg de mooder waal get wat neet väöl hôllép. En doe kaom de pestwoir bie de mooder vraoge oftae kleine méttie witte verrékkeshaor, dae zwoi slum oet z’n ouge keek, neet kwoirjong wol waere en of zie dao gei bezwoir taenge hauw. Eigelik neet zag ze want ze stônge toch eedere mörrége vreug genog op. Elein, öt waor zwoi eine “gamin”. En moosj tae noe veurraan opte trappe van den elter zitte? De pestwoir lagde ins, want de meiste kwoirjonges woore neet heilig verklaord. Wie de pestwoir öt mich vroog, vông ich öt geweldig.Dat hauw ich nwoits dörréve dénke.
Eine auwere kwoirjong zouw mich de Confiteor en öt Orate Fratres liëre. Dat gebäörde op ön auw fruitkis in de wei in de sjeem van eine auwe heulenteul. Öt waor ech neet gemaekelik en ich moosj oppasse tat ich mein tông neet verstoekde mët al die lestige weurd. Wie veer effe stopde en euver de gaas van de moostëm keeke, zaoge veer dao önne auwe ringelaote staon. De greun proeme kreege al ö kleurke wie ö joonk maedsje wie veer dreen keeke.
Zônger nao te dënke kraope veer de boum in en hwuörde veer de proeme opte grond valle. Veer ware sjus opte fruitkis truk en slooge os de Mea Culpa wie veer de vaader op z`n klômpe hwuörde aankômme. Gelökkig waor dae neet zwoi flot en waore veer blie tatter niks gemerrék hauw. Daag agterei bleeve veer oefene en doe braok de gwroiten daag aan. Ich zouw beginne mét ein laesmés te deene want dan waore neet väöl luu in de kérrék. De vaader zag altied “ Este mèh zwoi wiet bés tatste ö laesméske kéns doon” mè dao bedoelde hae toch get angers mét. Öt mésse deene veel mét en ich kreeg lol draan. Mèh ich moosj waal oplétte tat ich öt belke op tied leet rinkele. En wie öt Paosje woor, maog ich de plechtige hwoimés deene.
De pestwoir hauw öt sjwoinste kazuifel oette kas gehaold. Dat blônk en flônkerde aan alle kante. En de kwoirjonges hauwe allemaol fônkelnuu vuurrwoij tooge gekreege. Ich waor de kleinste en ich kreeg ouch de kleinste toog aan. Dae kaom mich sjus baove de witte sendaale.
Bie öt Evangelie, nao den Epistel moosj öt book umgedraage waere. Dat book waor deeze kiër ö geweldig sjwoin missaal mét öt gouwe kruus opte veurkant met gouwe slaote en sjwoin verseerde lintsjes tösje de blaar. Öt book laog op eine houte lésseniër dae sjwoin bewérrik waor. Wie öt tied waor um öt book um te draage, sting ich op, ging aan den Epistelkant de trappe op, pakde de lésseniër steevig vas, driëde mich um, traoij opte zoum van mienen toog en toemelde mét book en al de trappe aaf. Mét eine helle slaag sloog de zwoire missaal taenge de kérrékplevuuze. Nwoits zal ich de ouge van de pestwoir vergaete wie ich opkrauwelde en öt book toeklapde. Ich spooijde mich nao den angere kant woi “ de Heer zij met U” mich get vraem in de oire kloonk.
Ich ging gauw nao mein plaats truk en wie ich stikkem ônger mien ougplumpe door de kérrék in keek zaog ich dat alle luu nao mich keeke. Ich dach zellés ein sjittering in hun ouge gewaar te waere, bie sômmige zellés önne grinsjlach um de mônd. Ich zouw waal onder öt dik kneekösse wille wegkroepe. En ônger de praek, wie ich mich moosj umdriëje um opten trap van den elter te gaon zitte dörfde ich neet de kérrék in te kieke. Ich wis tat achteraan op d`n oksaol mie jongste broor zaot. Geluif mèr tat dae alles good gezeen hauw. Nao de més, in de sakrestie, sting de köster opte pestwoir te wachte. En veur dattie twië oetgepraot waore waor ich door de kérrék aaf. Want de pestwoir zou mich zeeker nog ins de Leviete wille laeze. Mèh noet get anges. Öt waor omtrént Sinterklaos. Wie ich in de vreuge duustere mörrige nao de kérrék ging zoag ich ônger de straotlamp get blinke. Öt waor gei kwartsje, geine zilvere gölle mèh ö gouwe tiënsje. Ich hauw nog nwoits ö gouwe tiënsje gezeen en zeeker neer in mien han gad. Ich kôsj mien ouge neet geluive: dat waor ö kapitaal. Mèh öt waor gevoonge, öt waor neet van mich. Dat waor eine angere stommerik dae öt verlaore hauw. Ze hauwe mich good ingeprént tat ich öt truk geeve moosj, mèh aan wae? Wie ich de anger kwoirjonges vertélde wat mich euverkômme waor meinde die ouch tat ich tat mèr bie de pestwoir moosj brénge. Oet öt kleihökske stapde veer de sakrestie binne nao de pestwoir, dae sjus de stola um ziene dikke nek aan öt rénsjeere waor. Hae zaog os in de speegel aankômme en zaog ouch al drek öt gouwe tiënsje tösje mien vinger blinke. Hae driëjde zich um, staok zien hand oet en doe bleek tatte pestwoir mië verstand van geld hauw dan alle kwoirjonges saame.
Hae zat de lorgnet op zien good gevörmde naas, zat z`n witte tan in öt goudstök en sjoot in eine lach.
Ö t fônkelnuu tiënsje waor neet van goud mèh van puure sjookelaat. Toch maakde hae ôs ei komplemént umdat veer toch iërlikke kwoijonges (of zagger “kwoirjonges”) waore.

Mar/B.


Orgelconcerten in Geulle en Meerssen

De Meerssense Orgelkring “Circulus Musicus Marsanus” organiseert in het kader van het Orgelfestival Limburg 2002 drie concerten. Deze concerten worden gegeven op het Binvignat-orgel in de St. Martinuskerk te Geulle en het Wilbrandorgel in de Basiliek van het Heilig Sacrament te Meerssen.

- 19 juli, openingsconcert van het Orgelfestival Limburg 2002 in de Basiliek te Meerssen.
Voor het eerst in de 10-jarige historie van het Orgelfestival Limburg wordt het openingsconcert in Meerssen gehouden. Organist Remy Syrier en de LSO-trombonisten Sandor Hendriks en Axel Urlings zullen dit concert voor hun rekening nemen. Zij spelen enkele stukken van Italiaanse meesters uit de 17e eeuw, het concerto in Bes en de Fireworkmusic van G.F. Handel. Remy Syrier besluit het programma met een koraal en de Passacaglia en fuga in c van J.S. Bach.

- 31 juli, St. Martinuskerk Geulle.
Enrico Zanovello uit Vicenza speelt in Geulle Franse en Italiaanse muziek uit de 17e en 18e eeuw. Hij is docent orgel aan het conservatorium van Vicenza en de diocesane muziekschool van Brescia. Tegelijk met zijn conservatoriumopleiding studeerde hij muziekgeschiedenis aan de Universteit van Padua en verdiepte hij zich in de oude muziek. Naast de gebruikelijke CD’s heeft hij een bloemlezing van Italiaanse muziek uit de 17e eeuw gepubliceerd.

- 7 augustus, Basiliek te Meerssen
Na zijn priesteropleiding studeerde Carlo Andreassi piano, orgel en compositie aan de conservatoria van Perugia en Rome. Daarna bekwaamde hij zich in het Gregoriaans en de koordirectie aan het Pauselijk Instituut voor Sacrale Muziek. Thans is hij eerste organist van de Basiliek van de Barmhartige Liefde in Collevalenza. Carlo Andreassi zal muziek van J.S. Bach, J. Brahms, M. Reger, M.E. Bossi en F. Liszt ten gehore brengen.

De concerten beginnen telkens om 20.15 uur. De toegang en het programmaboekje van het Orgelfestival Limburg zijn gratis. Na afloop kunt U een vrijwillige bijdrage geven.

W. Heinen



22e Avond wandel vierdaagse

Op 2, 3, 4 en 5 juli organiseert buurtvereniging Oostbroek voor de 22e maal in successie de avond wandel vierdaagse.
Gestart wordt vanuit café Vossen-Raeven aan de Hulserstraat te Geulle.
U kunt kiezen uit de afstanden 5, 10 en 15 km. Voor alle afstanden kunt u vertrekken tussen 17.00 en 19.15 uur. De inschrijfkosten bedragen €. 1,00 per persoon per dag of € 3,00 voor vier dagen, waarvoor u een prachtig, door pijlen uitgezet, parcours krijgt aangeboden door Geulle en omgeving.
Als herinnering ontvangt iedere deelnemer een sticker. De I.V.V. stempel is aanwezig en de wandeltocht gaat onder alle weers-omstandigheden door. De deelnemers aan deze vierdaagse kunnen genieten van een zeer landelijke en bosrijke omgeving.

Wandel mee en geniet van de natuur die Geulle en omgeving u te bieden heeft. Voor meer informatie kunt u bellen: 043 – 3652061 of breng een bezoek aan www.geulle.com voor meer info over de omgeving. Kijk bij verenigingen (“buurtvereniging Oostbroek”) voor de wandeling.



Op kamp met groep 7 en 8 van basisschool St. Jozef

Groep 7 en groep 8 van basisschool St. Jozef zijn dinsdag 28 mei op kamp geweest naar Bocholt (België). Om 9.30 uur vertrokken ze van school en begonnen aan een tocht van 50 km. Fietsen. Om 13.00 uur kwamen ze aan en hebben vier dagen heel veel plezier gehad. Hier leest u een samenvatting van het verslag dat door de leerlingen zelf is gemaakt.

Toen we waren aangekomen gingen we eerst naar het campingwinkeltje eten en drinken kopen (chips, cola, sinas, enz.). In de winkel had meester een kaart voor Jamie gejat. Gelukkig riep de kassajuffrouw hem terug en toen betaalde hij.

Weer terug op het kamp beginnen we met onze bedden op te maken (ondertussen komt groep 7, die later zijn vertrokken, aan). ’s Avonds hebben we eerst een soort spellencircuit: met een velg (van fiets) een route volgen. Er was ook een spel, “rode draad” genaamd. Je moest kleren aantrekken en een stuk lopen. Een ander trok dit weer aan met schoenen erbij, en zo verder. Later op de avond speelden we een avondspel met levens die moesten worden overgebracht.

Op woensdag hebben we om acht uur ontbeten. Om half elf zijn we de speurtocht gaan lopen van wel 15 kilometer lang. Elke groep heeft zich wel een keer verlopen. Op het einde begon het te regenen en de vierde groep was kletsnat teruggekomen.

’s Avonds hebben we “doe ‘ie het of doet ‘ie het niet” gespeeld. We moesten opdrachten vervullen en inzetten of het wel of niet lukte. Alle andere leerkrachten waren gekomen en zij hebben gejureerd.

Donderdag zijn we gaan zwemmen in Weer, in “de ijzeren man”. Daar was een stroomver-snelling en een golfslagbad en een hele leuke glijbaan.
Toen we terug waren gingen we Bingo spelen waar je leuke prijzen mee kon winnen: Één rij was één snoepje, twee rijen waren twee snoepjes en een volle kaart was een zakje snoep. Daarna gingen we disco vieren. Meester Peter en juf Gret gingen samen dansen, dat zag er zo lief uit!

Vrijdag moesten we weer vroeg opstaan om naar huis te fietsen. Maar eerst de kamer opruimen. Dat duurde lang, want als we het puin zouden wegen, was het zeker meer dan 5 kilo.

Leerlingen van groep 7 en 8 van
de basisschool st. Jozef



Hein Peters en Henk Halmans benoemd tot lid in de orde van Oranje-Nassau

Op zaterdag 1 juni 2002 werden door burgemeester drs. Ger Kockelkorn twee koninklijke onderscheidingen uitgereikt. Dit gebeurde tijdens de viering van het tienjarig bestaan van het Gäöls Mannenkoor in de Sint Martinus-kerk in Geulle aan de Maas.

Henk Halmans
Henk Halmans werd benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Henk Halmans was destijds mede-oprichter van het Gäöls Mannenkoor. Sedertdien is hij vice-voorzitter. Naast de bestuursactiviteiten verzorgt hij allerlei bijzondere activiteiten om de kas van de vereniging te spekken. De heer Halmans is tevens oprichter van Buurtvereniging ’t Stomme Veldje te Geulle.

Hij werd in 1975 voorzitter en heeft deze functie gedurende 21 jaren met veel inzet (speciaal voor de jeugd van 12-16 jaar) vervuld. In 1987 trad de decorandus toe tot het Sint Nicolaascomité van Geulle. Sinds tien jaar vervult hij hierin ieder jaar een belangrijke rol. Sinds drie jaar is hij mede-organisator van de Commissie Tsjernobyl. In samenwerking met de gemeente verzorgt deze commissie de reis en het onderkomen bij gastouders van het beroemde kinderkoor uit Minsk. Het doel van dit koor is het inzamelen van medicijnen en hulpgoederen voor de kinderen van Tsjernobyl. Sedert 1981 stimuleert Henk Halmans heel actief het Geulse jeugdcarnavalsgebeuren. Elk jaar begeleidt hij de Prins(es) en de raad van Elf naar de diverse activiteiten.

Hein Peters
Hein Peters werd eveneens benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Sinds de start van het - mede door hem opgerichte - Gäöls Mannenkoor functioneert hij als voorzitter. Naast deze werkzaamheden heeft de heer Hein Peters 17 jaar lang (1963-1980) vrijwilligerswerk verricht bij de Lichamelijk Gehandicapten van Maastricht (LGM). Hij maakte deel uit van het bestuur en heeft 10 jaar lang de taak van voorzitter op zich genomen. Sinds 1975 heeft de decorandus veel werk verricht voor de Heemkundevereniging Geulle. Eerst als lid en vanaf 1982 als voorzitter. Namens deze vereniging is Hein Peters mede-opsteller van het Gäöls woordenboek. Sedert 1989 organiseert hij elk jaar samen met zijn echtgenote een vakantietrip naar Oostenrijk voor gehandicapten uit de oostelijke en westelijke mijnstreek. Als werknemer van de gemeente Maastricht was hij negen jaar lang actief als begeleider van de jeugd van Bosscherveld en daarna van de jeugd van het woonwagenkamp te Maastricht.

Daarna werd hij adjunct-directeur van het ACK Dagverblijf te Kerkrade, waar hij blinde en slechtziende mensen, en gehandicapte mensen heeft begeleid.



Jubileumfeest Gäöls Mannenkoor groot succes

Op 14 april 1992 zitten Hein Peters en Jacq Cellisen aan de bar van café 't Heukske te Geulle. Aan de andere kant van de bar staat Jean Lemmens. Samen laten de heren het plaatselijke verenigingsleven van Geulle de revue passeren. Ze komen tot een respectabele opsomming, maar ontdekken ook een gemis: een mannenkoor. In de dagen daarna wordt iedere mannelijke inwoner van Geulle benaderd met de vraag of hij wil toetreden.

Het levert als resultaat 15 positieve en geen enkele negatieve reactie op. Op 7 mei volgt al de oprichtingsvergadering. Het Gäöls Mannenkoor is geboren.

Op 31 mei, 1 en 2 juni 2002 werd het 10-jarig bestaan gevierd met een groot feest. Voor een groot feest heb je een aantal dingen nodig: Goede sfeer, een gezellige locatie en goed weer. En dat alles kregen ze. Op vrijdag was er een gezellige avond in de Harmoniezaal met medewerking van de ACK-boys (een band van bewoners van het ActiviteitenCentrum Kerkrade, alwaar Hein Peters jarenlang adjunct-directeur was) en Männer Gesang Verein Alpenland uit Mariazell. Op zaterdag werd dit gevolgd door een gala-concert in de St.Martinuskerk te Geulle. Hieraan werkten Fanfare St.Martinus uit Geulle, Männer Gesang Verein Alpenland uit Mariazell en Beeker Koorzang uit Beek mee.
Op zondag stroomde het mooiste plein van Geulle, het kerkplein in Geulle aan de Maas, vol met toeschouwers en koren.
En onder een stralende zon ontstond een geweldige sfeer die zo kenmerkend is voor de Geulse gemeenschap. Dat het concert op het kerkplein haast koninklijk mag worden genoemd, mede-oprichters Henk Halmans en Hein Peters werden op 1 juni benoemd tot leden in de orde van Oranje Nassau (zie artikel elders in deze Sjakel), droeg alleen maar bij aan nog meer feestvreugde.

Om 14.00 uur begon op zondagmiddag een concert van een viertal koren. Na de opening door het Gäöls Mannenkoor traden ook het R.K. Gemengd zangkoor St.Caecilia Lindenheuvel uit Geleen, het Breuker Mannenkoor en Männer Gesang Verein Alpenland uit Mariazell, Oostenrijk op. Vooral met dit laatste koor heeft het GMK in de loop der jaren een aparte band ontwikkeld. In 2000 ondernam het GMK een concertreis naar Mariazell en de beide koren verzorgden hier gezamenlijk een hoogmis. De vele aanwezigen op het kerkplein genoten met volle teugen en MGV Alpenland ontkwam niet aan diverse toegiften.

Een minutenlang aanhoudend applaus was tenslotte hun deel en na het uitwisselen van diverse geschenken werd het muzikale gedeelte afgesloten.

Dit was echter nog lang niet het einde van het feest. In zekere zin duurt dit zelfs nog 100 jaar voort. Enkele maanden geleden namelijk hebben het Gäöls Mannenkoor en de Heemkundevereniging Gäöl gezamenlijk alle Geulse verenigingen benaderd met het verzoek om deel te nemen aan een activiteit om de gegevens van die verenigingen voor 100 jaar te begraven en in 2102 weer op te graven.
Maar liefst 35 verenigingen reageerden hier positief op. En op zondagmiddag was dan het moment dat de kist met deze gegevens symbolisch werd begraven. Symbolisch, want de definitieve begrafenis zal pas na de zomervakantie plaatsvinden en dit zal dan gebeuren in de 'Piemelehook'. Op de plaats waar de kist wordt begraven zal vervolgens een kunstwerk worden onthuld.


Mededelingen

- In verband met een vakantie van brigadier Giesen komt de politie-varia van deze maand te vervallen.
- In verband met de zomervakantie zijn er in de maand juli geen bijeenkomsten van de heemkundevereniging gepland.



Brandstof.

Vroeger was hout de voornaamste brandstof voor kachels en open haarden. Geulle had veel bossen in eigendom. Ieder jaar werd in een of ander café een aantal kavels slaghout bij opbod verkocht. Die kavels werden door de gemeente gevlikt en met een nummer aangegeven. De grootte varieerde van 1000 tot 2000 vierkante meter. Het kaphout was dan 9 tot 10 jaar oud en zo kon men ieder jaar doorgaan. Vanwege de grote oppervlakte aan bos was de cirkel na tien jaar weer rond. De kavels die het dichtst bij een weg lagen waren het duurste, hoe meer van de weg af gelegen hoe goedkoper. Dit hout moest dan vaker tientallen meters op de schouders worden uitgedragen, bergop en vaak ook nog door moerasgebied naar een karweg toe, om dan met paard en kar of os en kar de lading naar huis te brengen.
Thuis werd het verder verwerkt. Het rijshout werd in “sjansen” (takkebossen) verwerkt om de bakoven te stoken. Daar had men in de winter vijf tot zes “sjansen” voor nodig, in de zomer beduidend minder. Ook werd een klein gedeelte bewaard voor erwtenrijs in de groententuin. Het dikste hout was voor de kachelhout bestemd; het minder dikke, als er tenminste een vork aan zat, werd als stutten gebruikt onder de fruitbomen. Het dunnere hout werd gebruikt als bonenstaken. Was er tussen dat hout berken dan werd dat rijshout bewaard om bezems te maken. Dat berkenhout kon wel vijf jaar bewaard worden, mits het maar droog bewaard werd en niet aan weer en wind bloot gesteld werd. Van het hout van de hazelaar werden stelen gemaakt voor bezems of dorsvlegels en andere tuingereedschappen. Die stelen werden bij het stoken van de bakoven “gebiëjd” (gebaad) vlak naast een brandende “sjans”. De steel mocht geen vlam vatten. Door de hitte springt de schil los, die kan men verwijderen en de steel krijgt een lichte bruine kleur. Als de steel nog heet is kan men deze ook nog de gewenste vorm geven door hem op voorspanning enkele dagen te laten drogen .
Meer dan 150 jaar terug konden de mensen uit het dorp ook bomen planten op gemeentegrond. Dat waren dan Canadese populieren (canadassen) of knotbomen. Deze laatste werden om de zes of zeven jaar geknot voor brandhout en “sjansen”. Het was essen- of lindenhout. Van die knotbomen zijn er nog verschillende te zien op de berg in “d’n Hook” en op de Bloemberg.
Van de bomen die op gemeentegrond stonden moest men ieder jaar boomtaks ( een soort belasting) betalen. Van fruitbomen was de taks hoger, want deze brachten ook ieder jaar geld in het laatje van de eigenaar. De bomen werden door de gemeente om de vijf jaar opnieuw opgenomen. De eigenaar moest ze dan met goed houdbare verf de boom nummeren en voorzien van zijn initialen. Dit moest gebeuren aan de noordzijde van de boom. Op het Westbroek, waar de huizen ver terug van de weg liggen, plantte men fruitbomen. Daar staan nog enkele met naam en nummer van de eigenaar. Aan de Maastraat plantte men behalve appel- en perenbomen ook notenbomen, maar deze werden in de oorlog van 1914 – 1918 door de overheid gevorderd om er geweerkolven van te maken. Enkele slechte bomen liet men staan. Langs de beek plantte men wilgen kopbomen. Dit is snelgroeiend hout op natte grond. De meidoornhagen om de weilanden liet men ook enkele jaren doorgroeien om dan af te hakken met de hegbeitel om “sjansen” te maken voor de bakoven. Een stekelig karwei met al die doornen. Alles wat maar enigszins naar hout rook werd benut.
Tegen de winter werden enkele hectoliter kolen gekocht. Deze waren afkomstig uit Duitsland of België. Die uit België werden met een aak (schip) door Toske de Crauw via de Maas in het Luikse gehaald. Maar in 1914-1918 was Duitsland in oorlog en België was bezet en kwamen er dus geen kolen meer vandaan. Toen er geen kolen meer werden ingevoerd heeft men tussen 1914 en 1920 bruinkool gewonnen ten noorden van Geleen, zuidelijk van de Urmonderbaan, de “Lowieze” groeve. Dit is nu DSM –terrein. Deze groeve is later met puin door DSM volgestort. Met de dekaarde is een kunstmatige heuvel gemaakt die men nu nog kan zien.
De gewonnen bruinkool werd in Carisborg in de buurt van Brunssum tot briketten verwerkt bestemd voor de kachel. Het waren surrogaat- kolen.
In 1902, nu honderd jaar geleden, kwam de staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen in bedrijf. Dit waren z.g. magere kolen, geschikt voor huisbrand en men was daar nu op aangewezen. Van die kolen liet men geen kruimel verloren gaan. Van het fijne gruis dat overbleef werden “fommen” of “kluiten” gemaakt. Deze bestonden uit drie componenten t.w. kolengruis, leem en pekel uit de “slachtton” waar het geslachte varken enkele weken ingezouten was geweest.
Dat geheel werd in elkaar gekneed en daar werden dan bollen (fommen) van gemaakt, iets groter dan een tennisbal. Deze werden dan gedroogd en later in de kachel gedaan als brandstof.
Deze “fommen” bevatten 80 tot 90 % kolengruis. Men kan dit vergelijken met de “slamp” die de meeste mensen nog wel gekend zullen hebben.

Toen 35 jaar geleden het aardgas zijn intrede deed was het met het hout en de kolen afgelopen. De verkoop van slaghout in het dorp gebeurde ook niet meer. Het gemeentebos werd aan Staatsbosbeheer verkocht voor amper 30 euro cent per vierkante meter. Toen het besluit genomen werd in de Geulse gemeenteraad merkte een raadslid op dat als je een dag later het dubbele bedrag zou willen geven je het bos niet meer terug zou krijgen.
Doordat vanaf die tijd weinig of geen onderhoud is gepleegd in het bos, is dit in mijn ogen grotendeels verloederd. Er zijn al verschillende vogelsoorten die het laten afweten, om er maar een te noemen onze nachtegaal.

J.Maassen


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.