Heemkundevereniging Gl - Sjakel september 2000
 
 


De Sjakel
September 2000

Geulle in vroeger tijden.
24.De Staatsen aan de macht in Geulle.

De vorige keer vertelde ik iets over het eind van de Tachtigjarige Oorlog in 1648. Het vredesverdrag kwam pas in 1661 tot stand. In dit zogenaamde Partage-tractaat werden de landen van Overmaas - nu o.a. Zuid-Limburg - opgesplitst in een Spaans en in een Staats deel. Geulle werd staats en kwam onder de heerschappij van de Staten-Generaal van de republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daardoor kregen de katholieke Geullenaren veel te lijden van de door de machthebbers beschermde protestanten.

Ondanks dat in het vredesverdrag van 1661 was vastgelegd dat beide partijen zich niet aan geloofsonderdrukking zouden schuldig maken, gebeurde dit toch op grote schaal. Zo verboden de Staatsen via plakkaten o.a. het uitoefenen van katholieke erediensten. Katholieke kerkelijke goederen werden in beslag genomen en de pastoors etc. moesten onderduiken of vluchten. Verder moesten ook in Geulle de gemeentelijke ambtenaren en de schoolmeester protestant zijn.

De katholieke ambtenaren, zoals bijv. schout, schepenen, bode en ontvanger werden gewoonweg ontslagen en door Protestanten uit den vreemde vervangen. Om al die functies uit te oefenen waren er te weinig Protestanten. Daarom hadden sommige van hen wel 10 tot 15 functies tegelijk. Dit werd cumulatie genoemd. Ook moesten de Katholieken voor de dominee trouwen en hun kinderen protestant laten dopen. Maar daarna lieten zij de pastoor deze plechtigheden nog eens over doen en wel op Spaans gebied of stiekem op een onderduikadres. Tussen 1695 en 1718 zijn in Geulle 85 paren (ook) voor de dominee getrouwd. In de periode 1663-1673 zijn er hier geen katholieke huwelijken ingeschreven. Van 1658 tot 1673 is er in ons dorp geen pastoor geweest. Veel doden werden in die tijd in Uikhoven begraven en veel pas geborenen uit Geulle werden daar gedoopt.

De Katholieken waren ook verplicht om de protestantse feestdagen mee te vieren en mochten dan niet buiten werken. Zij brachten deze dagen echter binnenshuis door om hun kleren en gereedschap op te lappen. Zo ontstond het gezegde "Geuzen biddag, boeren lapdag". In 1668 werd de in Geulle voor het eerst een dominee benoemd, ondanks dat toen hier nauwelijks Protestanten woonden. Het was Breberinus van Dijk en hij bleef tot 1679. Hij was gehuwd met Margaretha Schuller en zij hadden vier kinderen. Tot 1820 is er altijd een dominee in Geulle actief geweest. Toen vertrok de laatste met vier volgelingen (zijn gezin?) naar Beek. Zo kwam er een einde aan de Staatse periode in Geulle. Hierna kon pastoor S. Swelsen in de pastorie trekken en kwam de parochiekerk weer in katholieke handen. Maar voor het zo ver was moesten de Katholieken nog veel verdragen van de Protestanten. Na 1672 werd hun optreden wat gematigder. De Staatsen hadden toen een geheim verdrag gesloten met de katholieke koning van Spanje, dus met hun vroegere erfvijand. Dit tegen de Fransen die toen via Geulle naar Maastricht trokken en deze stad nadien innamen. Daardoor konden de Katholieken in ons dorp weer gebruik maken van de parochiekerk. Dit werd "simultaneum" of gelijktijdigheid genoemd. Maar de Protestanten hadden de sleutels van de kerk en mochten deze het eerste gebruiken. De Katholieken mochten er pas in als de dominee het zinde om met zijn paar volgelingen de kerk te verlaten. De honderden Katholieken moesten dan vaker lang buiten wachten. Dit leidde met name 's winters en bij slecht weer tot ruzie en vechtpartijen. Dit simultaneum heeft in Geulle tot 1820 geduurd. Uiteindelijk is de protestantisering in onze streken mislukt. Dit kwam mede door de strenge opstelling van de Staatsen en de Protestanten welke alleen maar verzet opriep bij de katholieke bevolking.
Archie Varis
Literatuur.
  • Uit Geul's verleden. (1926)
  • Waar de brede stroom der Maas. (1972)
  • Stamboom van de familie Maassen plus een beknopte geschiedenis van Geulle. (1975)
  • Kent u Geulle? (1949)


Wesjdaag

Eine daag in de waek waor wesjdaag. Dat waor dk op maondig, mh neet altied. Dat laog aan t waer of anger werrk. Vreuger hauwe ze gein elektrise mesjiene want dao waor nog geine stroum. Alles moosj mt te hand gebre. Wie dat sjus ging weit ich neet dat interesseerde mich ouch neet. Ich weit waal dat veer eine grwoite zinke kaetel hauwe woi raengewater ingedaon woor en get greun zeip. Dae woor saoves op de kaggel gezat die mt slamp aafgedk waor dan kreegste gei heit vuur mh waal vuur dat hl lang snachs bleef branne. t wesjgood ksj taan alvas good weike en dat waor ouch nwudich. De kreegs neet eederen daag zuuver kleijer aan en geer wt ouch dat de begaaije zich boete knne begaaije.

Este nao de sjwoil gings kreegste altied eine zuuvere sjolk aan ouch de jonges. Smaondes es dae pas oet de lieveskas kaom zaog hae nog praoper oet met flink ingestreeke vauwe. Mh este op de speelplaats in eine pool gevalle waos waor t stiefsel neet mi te zeen en dao stinge dk grwoite peul op de speelplaats. Dao laoge gein greis tegele mh fiene kiezel. Dao kaom neet dk nuuje kiezel um dat ze bang waore dat de stein te gemaekelik door de roete ginge es de jonges get te wild baezig waore. En nao de sjwoil ksjte die jonges zich op te gemeinde en op te dreides bie de maas ouch neet zuuver hauwe. Ze groove dao laoker en forte tat t stbde. En de mooder zaot mt stapele zakdeuk en eine berg lakes. Dao moosj gereigeld gewesje waere. Dat waor zwoir werrk. Ze hauw ein zinke wesjplank mt robbele,woi alles stk veur stk op aaf gevreve moosj waere tot t mekans zuuver waor. Daonao moosj in eine grwoite zinke bak oetgespeuld waere en dan mt tie klein hennekes oetgevrnge waere. t waor ei hil werrk. Es de mooder mt de wesjplank baezig waor kreeg ze eine rwoije kop en ksjte baeter oet de buurt blieve tot de wesj in de wei aan den draod hing te wappere. Es ze neet wit genog waor woor de wesj op t graas in de wei gelag en gereigeld mt de spruit naat gemaak. Es de vader in de buurt waor dan moosj dae nao de Maas gaon um eine tob maaswater te haole. Dat water waor vl zagter es pompwater woi hil vl kalk in zaot. Doe waor de Maas nog zwoi zuuver tatste dao in ksj zwmme. Es t sleg waer waor woor de wesj op de zolder gehange of in de sjuur mt aope deure. Later kreege ze toch ei wesjmesjien. Dat waor keggelke op veer pwut. Dao ksj vuurke in gestaok waere en dao pasde eine grwoite koep en eine aeve grwoiten dksel op. In die koep zaot ein grwoite trmmel mt vl lkskes. Mt nne zwungel ksj die trmmel rondgedrit waere es ze mt wesjgood gevld waor. Hil dk hb ich veur t vuur moote zrrege. Dao woor gestaok mt vunkelstekke en sjanseknppele en moosj gereigeld bie gehauwe waere. Dit mesjien waor beslis neet t ei van Columbus en ksj ellein mh boete gebruuk waere es t redelik good waer waor en de trmmel, de dksel en de koep waore zwoi grwoit tatste altied mt twi man moosj zin. De mooder deeg t daoveur leever op de auw meneer mt hr twi klein hennekes.
Mar/B


Geulle 50 jaar geleden
September 1950....

  • Tot onderwijzeres aan de bijzondere school in het rectoraat Waalze is benoemd zuster Jeanne van het klooster alhier. De zuster had voorheen woonplaats te Stamproy.
  • De aanvragen voor huisslachtingen dienen 8 dagen van te voren te worden ingediend ter secretarie. De keuring van de geslachte dieren vindt alleen plaats op woensdag en donderdag. De levende keuring op zaterdag. Er kunnen maximaal 12 slachtingen per dag worden toegelaten. De prijs bedraagt fl. 2,50 plus fl. 1,00 voor het bedrijfschap. Totaal derhalve fl. 3,50.
  • Het gebeurt niet vaak dat Zusters in het openbaar feest vieren. Hierop werd een uitzondering gemaakt op zondag 17 september j.l. en daar was dan ook alle reden voor. Die dag herdachten de eerwaarde zusters het feit dat zij zich 25 jaar geleden in Geulle vestigden. Het feestcomit had de raadzaal mooi versierd en hield een druk bezochte receptie. De voorzitter van het feestcomit de zeer eerwaarde Heer pastoor Stassen benadrukte nogmaals de vele verdiensten die de Zusters hadden en nog hebben in Geulle in het onderwijs- en medisch gebied. Hij bood de Generaal - Overste uit Fougre (Fr.) een couvert met inhoud aan. Daarna drukten vele Geullenaren de handen van de jubilerende Zusters.
  • Zijne Excellentie Generaal De Witt Huberts, wonende in de villa "Beeldenhof" alhier, werd op 23 september 90 jaar. De Heer De Witt Huberts geniet, ondanks zijn hoge leeftijd, nog een goede gezondheid.
  • De fanfare St.Caecilia benoemde op de bestuursvergadering van 7 september de Heer G. Lowis tot vice-president. Tevens werd op deze vergadering een dagelijks bestuur gekozen, bestaande uit: L. Janssen, president, L. Vossen, secretaris/penningmeester en de bestuursleden G. Lowis, M. Kengen en J. Kerckhoffs. Op 21 september werden als werkende bestuursleden gekozen de heren M. Wouters te Hulsen en Guill. Bollen van Hussenberg.
  • Het is vanaf dit jaar verplicht een vergunning aan te vragen voor het stoken van de Sint Maartensvuren op gemeentegronden. Dit is de eerste keer in de geschiedenis dat de gemeente hiervoor vergunningen vereist. De inwoners zijn het er niet mee eens dat een traditioneel gebeuren zo aan banden wordt gelegd en zullen hiertegen protest aantekenen.
Hein Peters


In de Heer zijn overleden:

  • op 18 augustus 2000 te Valkenburg aan de Geul, Verzorgingscentrum Oosterbeemd: Willem Ramakers, weduwnaar van Lenie Reijnders, 78 jaar, voorheen Moorveld.
  • op 29 augustus 2000 te Maastricht: Johannes Joseph Notten, genoemd Sjo Notten, in Geulle bekend als Meister Notten, weduwnaar van Margaretha Agnes Probst, geboren te Maastricht op 23 november 1909.


Brieve van Pieke Jr.

Hallo mensen van Geul, hier weer een brief van mij.
Het is de laatste tijd heel groeizaam weer gewees, vooral voor het onkruit. En de Noonk zeg dat die van de drekbak meer ters van de lekbak zijn, als je ziet wat er onder de wage uitloop als ze de groentebakke komen ophalen. Waar dat valt, daar groeit niks meer, zeg de Noonk, en het stinkt ook nog wie 'nen otter en misschiens is dat wat voor Harie zijn eerrappele, dat daar geen vliege opkomen, dan worden ze misschiens eens niet snotsrot.

En der was ter laats ene die was aan het tonne dat de musse bekans van het taak viele en het hele huis stoonk der naar en Merie had net de was op de bleek ligge en die was weer om um te valle en toe Harie sanderendaags met een zuiver humme naar het werk ging had de sjef hem gevraag of hij soms nieuwe odeklojn had en dat hij hem het adres eens moes geve waar hij dat gegolle had, dan kon hij zich daar ook eens een flesje aanschaffen, zei hij.

En het is al weer kermis gewees, maar het was maar papkermis en niemand had ter veel aangedaan, behalve die van Kaffee Auwd Geul, die had tenminste een orkes en de Noonk was daar ook gewees en een hele hoop ander luu ook, en de burgemeester van de Maas was ook taar maar der ware geen vethouwers, die hadde zeker wat te doen in Meersse. En de Noonk had genote van de meziek zeg hij, en hij had zich een paar drpkes gedronke en dat was hem goed gevalle, en die ander kasteleine die moete ook maar eens over de brug gaan zeg hij, anders wordt het met die kermis van Geul niet veel meer, zeg hij en dan kunne die ondernemerts nog zoveel van hunne jan make als ze wille.

En de hermenie heef een centrum gestich, en het moet nou niet veel gekker worde vindt de Noonk, en dat snap ik niet, maar dat is wat van vroeger, zeg de Noonk. En nu is de zaal een Cultureel Centrum en ze hebben de buun uitgebreid, en dat is met cente van die van de gemeente, stong in de gezet en dan is het altijd goed, als we in Geul ook eens get van onze belastinge terugzien. Nou kunnen de muzikante eens op de buun zitten en de luu kunnen dan in de zaal luisteren en dat is beter dan angersom. En ze kunnen nou blaze zo hel wie ze wille, het dak zal zich niet luchte, want ze hebben me daar een jepper van een ijzere balk ingeleg, daar hadde ze nog een grote kraan voor nodig om die derop te legge, maar der ware heel veel helpers en dat was geen probleem. De Noonk heef al gezeg dat hij zeker naar de opening gaat, met een envelope, en dan kan hij met zijn kompels van vroeger nog eens auw herrineringe ophale. De Noonk zeg dat het voor hem toch altijd de zaal van Quirinus van den Hecker zal blijven, dat is hij zo gewend zeg hij en daarom moete ze niet met te veel nieuwe name aankomen, want dat raak hij de draad kwijt, zeker als ook nog de kasteleins om het half jaar of zo get de flint in het koore smijten.

En de verenige, die zijn ook goed cultureel bezig, want de famfaar heef allewijl geen jubileumfeest meer wie vroeger, en ook geen zomerfeest maar een bierfees en toen kon de hermenie ook niet achterblijve dus die hebbe van het oogsfees een wijnfees gemaak en dus zal het mannekoor wel een jongeklarefees houwe, dach de Noonk, maar dat werd het ook niet en ook geen nadorsfees maar een nazomerfees. Dat wordt de Noonk get te gek, dat is niet goed voor zijne lever, zeg hij en zijn beurs wordt langzamerdehand ook leeg en dat zal ters wel meer van de luu van Geul gebeure en ze zouwe der misschien eens beter aan doen om samen een groot feest te houwe, dan kome tenminste noch wat vreemde luu naar Geul en dan kunne die zich de cente uit de tes feeste en dan gaan we dat net zo doen als in Maastrich, die hebbe een parkoer uitgezet en dan krijge wij ook een luiper, misschiens een paarse, maar wij gooie die niet eweg want die kunne we zeker nog voor ander dinger gebruike en dan kunne de kaffees ook mee doen en zo en Harie van ooze Merie die wil wel intekenen voor een paar rondjes, zeg hij.

En die van de Waterleiding hebbe een paar maande aan het pompstation water zitte pompe en alles de beek ingekip en dat ware heel wat meer kuib alsdat ter erges in de buurt een paar hondert ware weggelope en dat kwam al in de gezet, maar sinds wij geen correspontent meer hebbe in Geul komen wij niet zo vaak meer in de gezet en Harie denk dat dat pompe is om hier en daar wat bronne te vulle zodat als het strak daar erg druk wordt er geen water te kort zal zijn, want als dat ineens gaat lope dan is den os en den ezel los, kijk maar eens in Loerd en Banneu en zo, zeg hij. En lang kan dat niet meer dure, de ezel loop al in de wei en een paar hinnen en gauze ook al en nu de os nog. En hij vraag zich af wanneer er hier iemand met een kaarsefabriek gaat beginnen en hij gaat zelvers al derop inspele, zeg hij, hij zet niet zoveel eerrappele meer in de moestem, maar wel kroonsele en wiemeren en ringeloten, en dan kan Merie veel vlaaie bakke en dan kunne ze zich daar wat mee verdiene en zo en dat is zeker al voor die rondjes die Harie meedoet als ter weer is fees is in Geul en nou hou ik op, want Merie heef mareconi gemaakt met gehaksballe in temattesaus en dat vind ik nog lekkerder wie vla. Adi, met de groete van Pieke Jr. uit de Piemelenhoek en tot de volgende keer.


Een fietsroute beproefd
(een beproeving voor de mens)

Belgische fietsroutes
Al jaren hebben onze Belgische buren een netwerk van fietspaden. De paden zijn zo goed als vrij van gemotoriseerd verkeer. Bromfietsen en andere motorische voertuigen mogen er niet op. Voor de aanleg van de fietspaden heeft men vaak gebruik gemaakt van stiltegebieden zoals de dijken langs de Maas, de hei of oude in onbruik geraakte spoorwegen. Al fietsend kan men bijna wegdromen in een landschap dat door Anton Pieck getekend zou kunnen zijn. Men kan vrij en ongestoord fietsen en men wordt op geen enkele wijze bedreigd door langsrazend verkeer. De route-aanduiding door middel van borden is perfect en verdwalen is uitgesloten. Een beetje ondeugend zou men in de geest van de vele Belgen-moppen kunnen zeggen dat de Belgische bewegwijzering is afgestemd 'op het niveau van de Belgen'! Op het eind van dit verhaal zult U begrijpen dat dit grapje niet cynisch bedoeld is. Althans... niet naar de Belgen toe. Integendeel.

Duidelijk mag zijn, de toeristische fietspadenroute is binnen enkele jaren een doorslaand succes geworden, in recreatief opzicht door de grote aantallen fietsers en in economisch opzicht voor de aan de route gelegen uitspanningen.

In navolging van
Het succes van de Belgische fietspaden is inmiddels ook doorgedrongen tot in de hoofden van plannenmakers in onze provincie. Ingaande dit jaar is met enige ophef aangekondigd dat we ook in Zuid-Limburg een fietsroute-netwerk gaan ontwikkelen met aansluiting op het Belgische netwerk en met een enkele 'uitzwaai' richting Duitsland. Een grensoverschrijdend fietsroute-netwerk, dat was de voorwaarde om in aanmerking te komen voor subsidie. Mooi, een fietsroute in eigen land, aansluitingen op het buitenland en dat alles onder de het motto: zoals de Belgen het gedaan hebben. Dat vraagt om uitgeprobeerd te worden. Maandag 30 juli ben ik met mijn echtgenote op (fiets)pad gegaan.

De uitdaging
We zijn naar Catsop gefietst omdat daar volgens de nieuwe kaart een aansluiting moest zijn op route 37. Vol enthousiasme doken we Elsloo in hetgeen vanuit Hussenberg geen probleem is omdat de weg langdurig glooiend naar beneden loopt. Ons optreden bleek wat te overmoedig want pas midden in Elsloo ontdekten we route 37 en werden we teruggeleid naar Catsop. Vanuit dit gehucht fietsten we de aangeduide veldweg in, direct gevolgd door een splitsing zonder verdere aanduiding. Rechtdoor ligt dan voor de hand. Na enkele honderden meters: nee dus.

Terug naar de splitsing en nu de andere weg, ook richting Beek (had ik al op de kaart gezien). Mijn vrouw memoreert dat zij in de krant gelezen heeft dat de uitzetters van de route te weinig borden hebben laten aanmaken en dat daardoor de route niet steeds perfect aangeduid zou kunnen zijn. Met die info word ik extra attent (in voetbaltermen "scherp"). We fietsen verder, over een veldweg langs een haag die net geknipt is. Ik kondigde onmiddellijk verhoogde waakzaamheid af: let op meidoorn takken! Voor ns loopt de passage langs de doornen heg goed af. Maar nauwelijks op de verharde weg richting Massive in Beek staat een man met fiets (en echtgenote) langs de weg een band te plakken. De fietsroute loopt verder via Beek, Klein-Genhout, Spaubeek, Schinnen en Oirsbeek met de mogelijkheid om achter Sittard ook even het Duitse gebied te verkennen (Wehr en Tuddern).

Onze indrukken
Wat zijn de ervaringen met het grensoverschrijdend fietsroute-netwerk op Limburgse bodem? Meest opvallend is dat de fietsroute grotendeels over binnenwegen met gemotoriseerd verkeer loopt. Rustig naast of achter elkaar fietsen is er niet bij. Dit onderdeel van de route moet naar mijn gevoel geheel in revisie. En anders moet men duidelijk vermelden dat bij de (Nederlands) Limburgse uitvoering gebruik wordt gemaakt van de openbare weg waarover het gemotoriseerd verkeer voortraast. Doet men dat niet, dan is er in feite sprake van bedrog (in het civiel recht: een andere voorstelling van zaken geven zonder welke men van de aangeboden zaak geen gebruik zou hebben gemaakt!). Ook is de route-aanduiding door middel van borden te beperkt en daardoor vaak niet compleet. De door eenvoud zo duidelijke Belgische systematiek is in het Limburgse (nog) niet gelukt. Nog afgezien van het feit dat de bewegwijzering op een enkel knooppunt zo gebrekkig is, dat het fietsen meer weg heeft van een speurtocht. De enige geruststelling: al van ver zie je dat je een knooppunt nadert omdat er op zo'n punt meer mensen ronddwalen, op zoek naar de goede weg. Via een 'groepsgesprek' kan men dan proberen gezamenlijk de juiste richting te bepalen.

Gesterkt met deze ervaringen hebben we bezijdens Sittard de richting Wehr gekozen, een echte veldweg waar de stilte eindelijk voel- en hoorbaar was. Na 200 meter zigzaggen rond en door plassen zijn we op advies van een ander koppel fietsers teruggekeerd omdat de veldweg verderop totaal onbegaanbaar was.

De handdoek in de ring
Vanaf Sittard hebben we de verkenning van fietsroute 37 opgegeven en hebben we via enkele Maasdorpen zelf een stille fietsroute gezocht, terug richting Moorveld.

Advies aan de plannenmakers
Heel voorzichtig opnieuw proberen iets zinvols te creren, vl meer gebruik maken van te verbeteren veldwegen (tja, 't gaat wel wat kosten!), vrij van voorbij razend verkeer, mt een complete bewegwijzering en vooral: geen sterke verhalen in de krant over wat we (de plannenmakers) weer gecreerd hebben voordat het hele zaakje geregeld is.
Paul Notten, Moorveld


De sigarenmaker

In de jaren '20 en '30 floreerden de sigarenfabrieken in de regio. Alleen al in Beek waren er langs de rijksweg vijf werkplaatsen: Bouwens, Romans, Sproncken, Hennekens en Gar. Voor zover mij bekend, waren er drie sigarenmakers in Geulle: Geelke Janssen in Hulsen, Hoeb Roumans op de berg en Leo Ramakers in Hussenberg.

Hoeb Roumans en Leo Ramakers werkten in Beek. Leo Ramakers had daar later samen met een collega een tweemansbedrijfje. Door de concurrentie echter moest hij stoppen en ging hij tot zijn pensionering in de papierfabriek werken. Hoeb Roumans ging later werken in Philips sigaren-fabriek in Maastricht. Na enkele jaren werd hij, ten gevolge van inkrimping, overbodig en moest hij afvloeien. Hij werd krantenbezorger in Meerssen en melkcontroleur. Geelke Janssen werkte in Meerssen in een werkplaats. Deze ging failliet. Bij de verkoop hiervan kocht Geelke Janssen de benodigde spullen om zelf een werkplaats op te zetten. Hij vroeg in september 1930 een vergunning aan bij de gemeente en kreeg die in oktober 1930.

De werkplaats werd gebouwd op een terrein in de Kermisstraat naast het pand van zijn zwager, nu pand nr. 7 in de Cruisboomstraat. Het was een houten gebouw van plusminus vier bij acht meter met drie vertrekken: een werkkamer, een magazijn en een droogkamer met zoldertje. In de werkkamer stonden twee werktafels met pers en houten sigarenvormen. Deze waren tweedelig: een onder- en een bovenmatrijs met drie vaste stelpennen, zodat ze precies op elkaar pasten. De tabak kwam meestal uit nederlands Indi, het tegenwoordige Indonesi, en had namen als Java, Sumatra, etc. Deze werd aangevoerd in rieten balen van wel 100 kg. De tabak was in kleine bosjes verpakt, met raffia vastgebonden en keihard samengeperst in de balen. Op de werktafel werd de nerf uit het tabaksblad gehaald (stroppen genoemd). Dit was het werk van de leerling. Het binnenblad met inlage werd tot de dikte van een sigaar gerold (poppen genoemd) en vervolgens in de ondermatrijs gezet. Hier gingen 20 grote of 25 kleine sigaren in. Vervolgens werd de bovenmatrijs erop gezet. De sigaren die in een dag vervaardigd werden, werden onder de pers gestapeld en met een draadspindel stevig aangedraaid. De dag erna kon het buitenblad (de duurste tabakssoort) worden aangebracht. Daarna gingen ze laagje voor laagje in kistjes. Tussen de laagjes werden plankjes aangebracht. Als er voldoende kistjes gevuld waren, gingen deze weer op elkaar gestapeld onder de pers. Hierdoor kregen de sigaren twee platte zijden. Daarna werden ze in de droogkamer gedroogd en later op kleur gesorteerd. Vervolgens werden ze voorzien van een banderol waarop de prijs stond. In deze prijs zat accijns verwerkt. Daarna werd er nog een kleurrijk sierbandje over de banderol heen geplakt. Aan de plaksel werd cichorei toegevoegd om de tabakskleur te verkrijgen.

Sierbandjes waren in diverse soorten en afbeeldingen verkrijgbaar. De sigaren werden met 50 stuks of meer in kistjes gedaan en waren dan klaar voor de afzet. De jongens van de basisschool spaarden die sierbandjes; er werd dan ook een levendige ruilhandel op de speelplaats gevoerd. Er waren jongens die honderden verschillende bandjes in hun plakboek hadden verzameld.

Op een zomeravond in 1941 (oorlogstijd) brak er brand uit in de werkplaats van Geelke Janssen. Zijn zwager die ernaast woonde, kon door de toegangsdeur in te trappen de meeste tabak, de sigarenvormen en de persen met hulpstukken in veiligheid brengen. Door de strakke noordenwind brandde het houten gebouw als een fakkel. Een buurman had een afgekeurde luchtslang uit de mijn. Deze was plusminus 10 meter lang. Hij werd met een draad aan de waterkraan bevestigd en zo kon men de belendende huizen nat houden. Het toegestroomde publiek kon verder geen hulp bieden. Toen het gebouw bijna afgebrand was, kwam veldwachter Pierre Dolmans een kijkje nemen. Deze zei: "Als het maar helemaal afgebrand is voordat de engelse vliegtuigen naar Duitsland overkomen, want anders vrees ik het ergste". De brandweer bestond niet in het dorp, zelfs nog geen brandslang. In de mobilisatie (dus na september 1939), de oorlog was reeds uitgebroken, stelde een progressief raadslid tijdens de raadsvergadering voor om brandslangen met een hydrant aan te schaffen in verband met oorlogsdreiging.

Maar dit werd door B en W afgewezen. Wethouder T. voegde er nog aan toe: "Er staan nog genoeg oude huizen in het dorp waarvan de eigenaren al drie generaties lang de brandverzekering hebben betaald. Laat maar branden, die branden ook weer op". Enige tijd later, op een zondagmorgen, de mensen kwamen uit de H. Mis van 7 uur, stond een huis in brand en laat dat nou net het huis van wethouder T. zijn!

De werkplaats werd niet meer opgebouwd. Geelke Janssen heeft in zijn woonhuis aan de Poortweg tot aan zijn pensionering nog sigaren gemaakt. Doordat machines de handenarbeid overnamen, verdween dit vak en werden n voor n al deze werkplaatsen in de regio gesloten en kwam er een einde aan het sigarenmakersvak.
J. Maassen


Pastoor Kusters met Emeritaat

Op zondag 15 oktober a.s. gaat de pastoor van Waalssen, de Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Kusters, met Emeritaat. Na afloop van de H. Mis is er een afscheidsreceptie in gemeenschapshuis "De Kollekamp".

Pastoor Kusters kwam in Waalssen in 1988 als opvolger van de toen met Emeritaat gaande Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Haenen. Pastoor Kusters is 80 jaar oud. Op zondag 22 oktober a.s. zal Pastoor Dohmen van Bunde en Geulle-beneden worden "ingehuldigd" als nieuwe Pastoor van Waalssen. In de Sjakel van oktober zal op beide zaken nader worden ingegaan.
(red.)


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.