Heemkundevereniging Gl - Sjakel september 2002
 
 


De Sjakel
September 2002

Geulle in vroeger tijden.
48. Het schepenbankzegel en het gemeente-wapen.

Tot de komst van de Fransen onder Napoleon in 1795 werd ons dorp eeuwenlang bestuurd door de schepenbank. Ook werd door deze bank recht gesproken. De schepenbank van Geulle had een eigen zegel. Het staat op een oude acte van 24 oktober 1675.

Dit bankzegel staat onder andere voor op het standaardwerk over de geschiedenis van Geulle: “Uit Geul’s verleden” van pastoor Kengen. Het bankzegel heeft een doorsnede van 4 cm. In het midden ziet men Sint Martinus zittende op een paard. In zijn rechterhand heeft hij een zwaard waarmee hij een stuk van zijn mantel afsnijdt, om dit aan een bedelaar te geven die achter het paard zit. Naast het hoofd van Sint Martinus is het blazoen of wapenschild van de adellijke familie Hoensbroeck afgebeeld. Het geheel wordt omcirkeld door het rondschrift “+SIGILLUM + SCABINORUM + DE GUEL”. Dit betekent
“ Zegel van de schepenen van Geulle”.
Het is niet bekend wanneer de schepenbank dit zegel gekregen heeft. Zeer waarschijnlijk is dat na 1590 gebeurd. Want toen kwam de adellijke familie Hoensbroeck in bezit van ons dorp en hun wapenschild staat op het schepenbankzegel. In ieder geval hadden de schepenen van Geulle in 1447 nog geen eigen zegel. Dat valt af te leiden uit een akte van dat jaar.
Als gevolg van de Franse revolutie hield de schepenbank van ons dorp in 1795 op te bestaan. In 1815 kwam Geulle bij het koninkrijk der Nederlanden te horen. De toenmalige burgemeester Alberigs vroeg in 1816 een gemeentewapen aan. Dit verzoek werd afgewezen omdat het aangevraagde wapen dat van de gemeente Schin op Geul bleek te zijn. Pas in 1941 heeft ons dorp een eigen gemeentewapen gekregen. Dit op verzoek van burgemeester van Aefferden.

Het gemeentewapen van Geulle bestaat uit een wapenschild met daarboven een gouden kroon met drie bladeren en twee rode parels. In het schild is links een rode leeuw op een witte achtergrond en rechts een zwarte leeuw. De achtergrond wordt hier gevormd door vier rode en drie witte horizontale balken. Beide leeuwen staan rechtop en tegenover elkaar. Verder hebben ze alle twee een gouden kroon en een dubbele staart.
Deze twee leeuwen zijn genomen uit de wapens van de adellijke families van de heren van Valkenburg en die van Hoensbroeck. Zo wordt een groot deel van de geschiedenis van ons dorp in het gemeentewapen weergegeven.

Archie Varis

Bron:
1. Uit Geul’s verleden (1926).
2. Kent u Geulle? (1949)


De dorpsmetselaar

In het begin van de vorige eeuw waren er maar een paar metselaars in het dorp. De bekendste was Pierre Pinxt (alias Pjiër van de Mem).
Wat in die tijd gebouwd werd was een koeienstal, varkenstal of een bakoven. Het waren in die tijd bijna allemaal kleine boertjes of ambachtslieden. Een nieuw huis was een zeldzaamheid, misschien gemiddeld één per jaar. Subsidie van de overheid voor de bouw van een huis bestond niet en geld lenen van een bank, daar huiverde men van, want het inkomen van een paar koeien en het vet mesten van enkele varkens hadden ze zelf hard nodig voor het eigen levensonderhoud. In die tijd werd er met zand en kalk gemetseld. Cement kende men amper en was te duur.
Bij de geringste vorst kon men met die specie (kalk en zand) niet meer metselen en lag men met die ouderwetse winters twee of drie maanden stop, want vorstverlet bestond toen nog niet.
De metselaar ging dan bij de boeren het graan meedorsen met de dorsvlegel of bomen kappen in het bos voor de klompenmaker of de kraanzager of voor brandhout.
Die Pierre was nogal een eigenzinnig persoon. Hij wilde in de bouw niets weten van profielen op de hoeken. Hij werkte deze op met schietlood en de waterpas. Dat gaat natuurlijk langzamer maar wat hij maakte was perfect. Bij de bouw van de nieuwe kerk in Geulle aan de Maas in 1920 metselde hij ook. Daar werden wel profielen gebruikt en hij maakte dan vaker de opmerking: ” Het lijkt wel of je hier in het bos aan het metselen bent”. Hij doelde dan op al die profielen met steunlatten. Dat was voor hem hinderlijk.

Bij het metselen van een varkenstal viel hij eens van de stelling af. Een vrouw die in de buurt was zag dat en kwam aangelopen en vroeg hem: “U hebt toch zeker niks gekregen”, ze bedoelde een gebroken rib of arm. Maar Pierre zei: ”Wie zou je wat geven als je met je prie van de stelling valt”.
Een van de laatste werken die Pierre bouwde was in 1921. Het was een huis in Hulsen waar het postkantoor van Frans Janssen gevestigd werd. Het mag na 80 jaar nog altijd gezien worden met die veldbrand stenen.
In Geulle boven kwam vaker een metselaar uit Stein, een zekere Geurt Dreessen (alias Geurt de moutheuvel). Het werk wat hij maakte was goed als hij minstens vier keer per dag een flinke borrel over zijn tong kreeg. Kreeg hij die niet dan maakte hij uit protest maar wat prutswerk. Zo was hij eens op de berg een nieuwe bakoven aan het metselen. De opdrachtgever gaf hem maar één borrel per dag, te weinig dus. Toen de oven klaar was en een week opgedroogd, ging de eigenaar de oven opstoken om voor de eerste keer te gaan bakken.
Bij het stoken van de derde sjans (takkenbos) viel de hemel, dit is het bovengewelf, van de oven in. De vloer van de oven heet het bed.
De eigenaar ging zijn beklag doen. Hij kon niet fietsen, niemand had in die tijd een fiets in het dorp. Normaal ging hij en vele anderen iedere zondagmiddag om half drie naar het lof. Maar die zondag ging hij te voet naar Stein.
In Stein aangekomen had hij al diverse mensen gevraagd waar Geurt Dreessen woonde, maar niemand kon hem dat zeggen.
Doordat in die tijd bijna iedereen een bijnaam had en zeker in Stein, vroeg hij toen naar Geurt de moutheuvel. Toen wisten die mensen wel waar hij woonde. Bij Geurt aangekomen deed hij zijn verhaal over die bakoven, waarop Geurt antwoordde: “ Er is niks in de wereld dat eeuwig duurt, zelfs een hemel niet”. Hier moest die man uit Geulle het maar mee doen en hij kon weer te voet naar huis terug en op zoek gaan naar een nieuwe metselaar voor een nieuwe hemel in zijn bakoven.
In Stein is een bejaardenhuis dat de “Moutheuvel” heet. Of dit naar die bewuste metselaar genoemd is, is mij niet bekend.

J.Maassen


Geulle 50 jaar geleden……
September 1952.

- Eindelijk is het dan zover. Begin september werd door de fanfare St.Caecilia een tijdperk van bijna 60 jaar afgesloten als fanfare en werd een begin gemaakt als harmonie. Op woensdag 10 september waren bestuur en leden verenigd in de zaal. De avond werd ingezet met het spelen van de mars “ De Opmars”. Hierna nam de president het woord. Hij begon met de wens uit te drukken dat de naam van de zojuist gespeelde mars het symbool moge zijn voor de toekomst als harmonie. Ook werd dank gebracht aan hen die het financieel mogelijk maakten over te gaan tot deze omzetting. De klarinettisten kregen een flinke pluim op de hoed gestoken. Met de inzet van al hun krachten hebben zij er, door ijverige studie, voor gezorgd, dat de plannen nu al verwezenlijkt konden worden. Ook een pluim voor de heer Dreessen die op tactvolle wijze en met veel kennis en ijver de klarinettisten heeft opgeleid. Ook directeur G.Vossen wordt dank gebracht. Hij was het in eerste instantie geweest die de mogelijkheden van deze omzetting heeft aangegeven en bestuur en leden in deze richting heeft gestuwd zonder nochtans na te laten te wijzen op de grote moeilijkheden. Vanaf heten we Harmonie St.Caecilia riep de president uit.

- De R.K.Volksbibliotheek.
Er wordt kenbaar gemaakt dat de bibliotheek op zondag 5 oktober geopend wordt en voortaan elke zondag geopend is van 10.30 uur tot 12.30 uur.
Er is een uitgebreide collectie boeken aanwezig. Voor lezers van de betere boeken o.a. Herman Göring ; Vught, 5 jaar onder Duitse Druk. Een uitgebreide serie boeken van Marie Koenen enz. Voor liefhebbers van romans, detectives en jeugdboeken is genoeg aanwezig. Dus voor elk wat wils.

- De raad heeft een nieuwe winkelsluitings- verordening opgesteld. Daarin staat o.a. dat een halve dag per week de winkels gesloten moeten zijn en wel: Voor slagers op maandag na 13.00 uur. Voor kappers op maandag na 13.00 uur. En voor de overige winkels is dat op woensdagmiddag na 13.00 uur.

Hein Peters



In de Heer zijn overleden

  • Op 97-jarige leeftijd, Lea Aarts, weduwe van Frans Penders, van de Hussenbergstraat;
  • Op 14 september 2002 op 76-jarige leeftijd, te Geulle, Louis Franssen, weduwnaar van Anna Frissen uit Moorveld;
  • Op 15 september in de leeftijd van 70 jaar, te Maastricht Maria Johanna Karolina van den Akker, echtgenote van Lodewijk Gerardus Wijlaars, voorheen Brommelen.

Mèt nao de aerappele

Veer hauwe altied ö stök mèt aerappele. Dat waor ö grwoit stök, want veer hauwe ö grwoit hoeshauwe en ö paar verke.
Es in de naozomer öt fruit aan de buim begôsj te riepe, begôsjte ouch de blaar van de aerappelestruuk broen en gael te waere. Die moosjte veur tattet sleg waer woor oetgedaon waere. Dat gebäörde mètte reek ofte sjöp. Dat waor gei kèngerwerek. Want die stwoidde te väöl aerappele kepôt.
De mooder, die de aerappele ouch geplant houw, wis sjus wie wiet de kuulkes van ei aaf waore. Ze wis dus ouch woi ze staeke moosj este aerappele riep waore.
Ze kôsj goot wèrrèke. Ze pakde zich altied ö paar rieje tegeliek. Ze pakde esse gestaoke hauw öt kroet ônger vas en trôk de dikke aerappele in eine rök oette grônd. Die raapde ze dan op en gwoide ze op ön lang rie um ze te laote drwuöge.
Ze wis tatter altied waal ö paar bleeve zitte. Dat zouw zung zin en daorveur peuterde ze zwoi lang in de grônd tat ze zeker wis tatter zellefs gei klei aereppelke zitte bleef. En dan kaom de volgende stroek. Ze wèrkde door en keek noe en daan ins nao de rie sjwoin aerappele, die al mér langer woor. Al leep häör de zweit oette haore, ze wèrkde mér door. En este sjwoil oet waor en veer ôs boterhamme op hauwe dan moosjte veer de sjurkar mètte grwoite kaafmangel mèt laeg zék nao öt veld brènge.
Iës moosjte de dikke aerappele geraap waere en dan de verkesaerpelkes. Die kaome in eine apaarte zak. En estaan alles opgeraap waor dan sjeide de mooder oet.
Saame zat veer ö paar zwoir zék opte sjurkar. Dan deeg de mooder zich de hellèpe um de dikke sjouwers en ich moosjtaan veur aan öt zeil trèkke dat um de kraan van de sjurkar vasgemaak waor. Euver ö smaal vootpaedsje trôkke veer op heives aan, zatte de zék veur den aerappelstal neer en de mooder pakde de handvatte weer vas. Noe hoofde ich neet mië te trèkke. Este mooder neette meug waor moch ich op de sjurkar zitte. Ich moosj waal stil zitte en mich good mèt twië han vas hauwe. Wie önne prins op zie paerd zaot ich te geneete opte kraan van de sjurkar.
En weer woore ö paar zék opgelaaje, de hellèpe um de sjouwers gelag en woor öt zeil gespanne. Ich moosj daan waal neette hél trèkke want de mooder veulde dat ze meug begôsj te waere en dat ze dan neet zwoi good kôsj biehauwe. Méh ze moosj door, al waor öt önne langen daag gewaes en de aerappele kösjte neet op öt land blieve. En ze ging door en ze veulde zich gelökkig este sjurkar den dèn op kösj en de zék sjwoin naeve ei stônge um binne gebrag te waere.
Dat kôsj ze de vaader euverlaote estae van zie wérrèk heives kaom. Dat waor zwoi gebäörd.
Noe waor öt tied veur ön tas koffie, en umdat ich good gewèrrèk hauw kreeg ich ö klötsje sôkker drin.
De mooder zag daan: “Jéh jông, in de hérrèfs moote de auw wiever dèk nog renne, méh sweinters kènne veer ôs oetröste”.

Mar/B


Brieven van Pieke Junior uit de Piemelenhoek

Hallo mensen van Geul, hier weer eens brief van jullie Pieke. Hoe vonden jullie die kaart die wat ik jullie vorige maand geschikt had vanuit de hoek ? Schoon, hè ? Nou, zo schoon is het op de Knup helemaal niet, want je kunt gaaruit niks meer zien, zo hoog staan de bomen en de struiken en vroeger kon je van hierboven alles zien wat zich onder in Geul bougeerde, maar niemand die er iets aan doet, misschien iets voor die van de raad en voor de vethouders, want die zijn ook weer uit hun zomerslaap ontwaakt en meteen staat de gezet weer vol de van wie ze zich de vliegen afvangen, maar wat doen aan het natuurschoon, ho maar ! Maar nou is de verkansie weer om en Harie is ook al weer aan het werk op de kuil, maar hij krijgt hem nog niet zo sjus in de versnelling, zegt hij tegen de Noonk, en die begint dan drek weer over zijnen tijd en hoe ze toen dertegen aan moesten en niks geen verlofschichten en zo, maar met de pungel op de pokkel naar de bus en nou is ter straks geen bus meer voor die van de kuil, maar dat is niet zo erg, zegt de Noonk, want der is ook al lang geen echte kuil meer, dus een pungel hebben ze ook niet meer van doons, en daarom kunnen die van de kuil best naar het werk met een pekske boterhammen achter op den dreger van den draodezel, maar hij kan zich der wel geleutig guftig over maken als hij ziet wat ik me op de rug moet gooien als ik naar de school moet, en ik zak zo get door de kneuk devan, want mijn pungel weegt bekans nog meer dan ik zelf en de Noonk zegt dat ik zo wel problemen met de ruk moet krijgen, nog voortat ik aan het werk ben.
En dat de verkansie weer om is, kun je ook ruiken, want de boeren zijn weer aan het mesten en ze tonnen dat de vonken der vanaf vliegen en der is ter ene die smeert het zo dik terop, dat hij de knooi nog niet eens in een keer ongergeploeg krijgt en de Noonk en Harie stonden op het geleeg te grauwelen en te vreigelen en de Noonk zei dat het zo stonk omdat Harie zeker vergeten had zich de nek te wassen of dat hij wat tekort bij de mestem had gestaan en Harie meende dat de Noonk zeker weer door het hondekeuteleweegske gelopen was, wie hij lets van het kaarten naar huis kwam en Merie heeft een eind gemaakt aan die vergadering, want ze wou die twee de schotelsplak in de nek leggen, en die ruikt evels ook niet naar rozewater.
En de kermis is ook al weer om en het was niet druk in de kaffees en der stond maar weer eens niks op het kermisterrein en de Geulse Boys zijn ook jarig gewees en die hebben een groot feest gehad en ze heb flink gedronken en gegeten en dat hebben ze ook nodig omdat ze het hogerop zoeken, want die zijn in een ander klas ingedeeld, meer naar Zitterd en die kanten op en nou is de Noonk eens echt benieuwd offent de jongens nu wel eens kampioen worden, want dat is ze al een tijdje niet meer gelukt, maar ze hebben een goeie hoop, zeggen ze en misschien gaat het ze wel wie die van op de berg, die opperhoofd van de strijdkrachten wordt en dat ze nou maar komen, die wat ons wat willen doen, dan kunnen ze der een flinke gereten krijgen.
En het wordt alweer herres, en de hegge worden overal geknip en de neut zijn ook rijp en de aarrapele worden al ingehaald en als het wat metzit kunnen we straks ook weer wat van Geul zien, want de mais is nou ook al weer lekker bruin aan het worden en de klapsperen en de appelen vallen al van de boom, sjus op Willemke van Stöbbes bei ons neven op zijn Knuts, zodat hij een uts trop heeft, en dat het wat kouder wordt is wel goed, zegt de Noonk, dan zie je tenminste niet zoveel keels meer met driekwartse broeken. Hij moest ter vroeger wel mee lopen en hij had niks te willen, dat legden hem de vader en de mooder wel uit, zegt de Noonk, maar toen hadden ten minste nog hoozen voor dronder, en daar zaten dan wel eens looker in, maar nu kijk je tegen van die blote poten aan en dat is ook niet altijd even mooi, zegt hij, sjus wie bij de vrouwlui, want daar zijn ters bij, die krijgen hun broeken niet hoog genoeg opgetrokken over de buik heen en de Noonk is wel oud zegt hij, maar dat wil nog niet zeggen dat hij niet graag een vrouwluusbuik ziet, maar dan moet het wel een mooie zijn, zegt hij en niet ene waarvan hem de velkes voor de ogen slaan. Nou, ik ga me de pungel voor morgen maar eens pakken dus, adië, met de groete van Pieke Junior uit de Piemelenhoek.



Geullenaar hoogste baas bij de landmacht

Op 30 augustus jl. werd Geullenaar Marcel Urlings, zoon van oud-hoofd van de St.Joseph-school Math Urlings en de thans in Elsloo wonende Bertha Lemmens, door minister Korthals van defensie benoemd tot opperbevelhebber van de Nederlandse Landstrijdkrachten, een functie die half april vacant was geworden door het (vanwege Srbrenica) gedwongen vertrek van Luitenant-Generaal Van Baal.
Marcel werd daarmee de hoogste baas bij de landmacht in Nederland. Ik zeg niets te veel als ik zeg: een prestatie van jewelste en een gelukwens meer dan waard.
Naar aanleiding van zijn benoeming tot Opperbevelhebber wijdde NRC Handelsblad in zijn editie van 2 september 2002 bijna een
hele pagina aan onze Geullenaar en plaatste daarbij een prachtige foto van Marcel Urlings, gemaakt door de eveneens uit Limburg afkomstige fotograaf Freddy Rikken.
Deze foto is met toestemming van de fotograaf hieronder afgedrukt.

Marcel L.M. Urlings werd geboren op 4 juli 1950 als vijfde kind in een gezin van zeven kinderen.
Na zijn middelbare school ging Marcel naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Na afloop van zijn studie aldaar werd hij in 1973 geplaatst bij het Elfde Geniebataljon in Wezep. Van 1977 tot 1979 werkte hij bij de Sectie Planning van het Opleidingscentrum van de Genie in Vught.
Benoemd tot kapitein werd hij in 1979 plaatsvervangend commandant van de twaalfde pantsergeniecompagnie in Nunspeet.
Vanaf 1982 studeerde Marcel aan de Hogere Krijgsschool en volgde hier cursussen stafdienst en hogere militaire vorming. Van 1984 tot 1988 werkte hij als majoor op de Directie Personeel op het Departement, eerst als Plv. Hoofd Sectie Algemeen Beleid en vervolgens als Hoofd Sectie Planning. Als luitenant-kolonel werkte Marcel van 1988 tot 1990 bij de Afdeling Planning van de Staf van de Landmacht. In 1990 werd hij Commandant van het Elfde Geniebattaljon in Wezep.
In het voorjaar van het jaar 1991 nam hij deel aan de Operatie "Provide Comfort" in Noord-Irak. Hier leidde hij een genie-battaljon en was hij verantwoordelijk voor humanitaire hulp aan Koerdische vluchtelingen.
Als kolonel werd hij in april 1992 benoemd tot Chef van het Kabinet van de Chef Defensiestaf. Van juni 1994 tot medio 1995 studeerde Marcel aan het "US Army War College" in Carlisle, PA. Als Brigade-Generaal werkte hij van 17 juli 1995 tot 5 april 1998 bij "ACOS Policy and Business Management" op de Directie Materieel van het Ministerie van Defensie.
Op 24 april 1998 werd Marcel als Generaal-Majoor aangesteld als Plv. Bevelhebber van de Landmacht. Op 22 maart 2000 werd hij als Luitenant-Generaal benoemd tot Commandant van het Eerste Duits-Nederlandse Legercorps gevestigd in het Duitse Munster. Als (voorlopig ?) hoogtepunt in zijn carrière werd Marcel Urlings op 30 augustus 2002 benoemd tot Opperbevelhebber van de Nederlandse Landmacht. Luitenant-Generaal Marcel Urlings is getrouwd en vader van twee zonen en een dochter.

Ons heemkundelid Lei Sassen uit Venlo, zelf oud-militair, heeft uitstekende contacten met Marcel Urlings en was door deze laatste zelfs uitgenodigd op zijn afscheid als Commandant van het Eerste Duits-Nederlandse Legercorps in Munster op 4 juli 2002.

S.W.



Bokkerieërsblood

De vakantie is weer voorbij en ons ‘Bokkerieërsblood’ begint weer sneller te stromen. De dieselmotor van carnavals-vereniging “de Bokkerieërs” is gestart en zal over enige tijd weer op volle kracht draaien.

Noteer daarom alvast de volgende datums in de agenda:
28 september: Goud van Oud 2002, 21.00 uur in de Kollekamp te Geulle.
14 - 26 oktober: Verkesloterij (verkoop loten huis aan huis).
17 november: Prinsoetroeping, 14.31 uur op de Markt te Geulle.
18 november: Start voorverkoop voor de ‘Bonte Avond 2003’. Kaarten verkrijgbaar bij Friture `t Trefpunt.
8 december: Start kerstbomenverkoop op de parkeerplaats bij de Boswachter.
18 januari: Bonte avond in Cultureel centrum Harmoniezaal.
19 januari: Seniorenmiddag 55+ in Cultureel centrum Harmoniezaal.


Ontvangen

Van de heer J. Maassen ontving de Heemkunde-vereniging de laatste wielnaaf die door wielenmaker Sjang Sassen (1867 – 1931) werd gemaakt. Onze oprechte dank hiervoor!


Geulsche Boys 80 jaar

In het weekend van 16, 17 en 18 augustus heeft het feest ter gelegenheid van het 80-jarig jubileum van voetbalvereniging Geulsche Boys plaats gevonden.

Op vrijdag begon het feest met een kienavond en een kwajongconcours. Op beide locaties was de spanning te snijden. Het voornamelijk vrouwelijke publiek bij het kienen was reeds vroeg in de zaal aanwezig om de juiste kaart en zitplaats te kunnen bemachtigen.
Op zaterdagmorgen startte onder een strak blauwe hemel de sportdag voor de jeugd. Ondanks de hitte waren er bijna 100 sportertjes aanwezig. Het jeugdbestuur, aangevuld met veel vrijwilligers, had kosten noch moeite gespaard om er een gezellige dag van te maken. Rond 14.30 uur was het tijd voor het parakakken. Drie parachutisten sprongen volgens voorzitter Henk Mullers vanaf 10.000 voet (van wie deze voeten waren was onduidelijk) richting de Geulse voetbalvelden. Met hun sprong bepaalden zij de trekking van de loterij. 1e prijs lotnummer 3165, 2e prijs lotnummer 2944 en de derde prijs viel op lotnummer 2294.
Op zaterdagavond was het zowel bij `t Heukske als bij Effe Plenke gezellig druk. De All Sounds verzorgden een prima stukje dansmuziek terwijl op de andere locatie drie deejays de grootste moeite deden om de pas gemetselde muren omver te blazen. De zondag moest het spektakelstuk worden van het weekeinde. Om 8.00 uur waren de eersten aanwezig om de Essendijk om te toveren in een groot terras. Om 12.00 uur was er de huldiging van de jubilarissen. Frans Oligaarts, Pie Roumans, Sjef Simonis, Servaas Swelsen, Loe van de Ven, Luuk Bours, Roy Spauwen, Frank Vranken en Huub Muitjens werden voor hun inzet en jarenlange trouw aan de vereniging door de voorzitter, Geulse raadsleden en afgevaardigden van de K.N.V.B. in de bloemetjes gezet. Daarna begon de Gäölse Dörrepsbrunch pas echt. De Burchwache kapel bracht de stemming waar menig feestvierder op zat te wachten.

De voetbalvereniging mag terug kijken op een mooi jubileumfeest en dankt iedereen die hieraan heeft meegewerkt. Verder dankt het alle sponsors, kopers en verkopers van loten, vrijwilligers en tot slot alle mensen die het feest bezocht hebben. Na het feest ontving het bestuur een anonieme brief naar aanleiding van de foto die eerder in de Sjakel afgedrukt stond. De tekst was als volgt:

Wie kent ze nog?
Op de foto in de Schakel van juli stond `t kampioenselftal uit 1933 en niet uit 1936 zoals bij de foto vermeld. Dit elftal werd kampioen in de derde klasse R.K.L.V.B. Het zijn maar zes spelers van het eerste elftal aangevuld met spelers van het tweede elftal en twee jeugdspelers. De vier andere eerste elftalspelers staan in burger op de foto. Twee eerste elftal spelers ontbreken, de anderen in burgerkleding zijn de voorzitter en de bestuursleden. De meeste mensen hiervan zijn dood. Wie kan de namen van de op de foto staande spelers noemen?
Mochten lezers de namen van de spelers op de foto herkennen, dan kunnen zij dit doorgeven aan de redactie van dit blad.
Degene die de meeste personen op de foto goed herkent, maakt kans op een ‘Groeten uit Geulle’-T-shirt.


 
Copyright © 1999-2016. 'Groeten uit Geulle' is een uitgave van de Heemkundevereniging Gäöl.