|
 December 1999
Overdenking bij het einde van een millennium
Op 1 januari a.s. vangt een nieuw millennium (een periode van 1000 jaar) aan, een moment om eens
stil te staan bij ons verleden.
Zo'n 5 a 6 millennia geleden ontstonden bijna overal tegelijk onze eerste echte grote beschavingen, te weten in
Mesopotamië, langs de rivieren Eufraat en Tigris (het huidige Irak), in Egypte langs de rivier de Nijl, in India
langs de rivier de Indus en in China langs de Gele Rivier. Elk van deze gemeenschappen had zijn
eigen schrift, respectievelijk het spijkerschrift, het hierogliefenschrift, het nog steeds niet ontcijferde schrift van de oorspronkelijke
bevolking langs de Indus en het Chinese schrift. In de loop der tijd schoof de beschaving steeds
verder op naar het westen, en uiteindelijk geheel Europa omvattend. Vanuit Europa trokken in het laatste millennium ontdekkingsreizigers naar
de overige werelddelen, Amerika, Afrika en Australië.
Er is een volk dat in onze tijdrekening een wel heel bijzondere plaats inneemt, het Hebreeuwse of Joodse volk.
Zo'n 3000 jaar geleden kreeg dit volk, dat onder leiding stond van Aartsvader Abraham en dat tot dan toe in
Mesopotamië had geleefd, van God de opdracht om vanhier te vertrekken en zich te vestigen in het land Kanaan,
het Beloofde Land (Israël). Duizend jaar na het vertrek uit Mesopotamie wordt Jezus Christus geboren op aarde.
En met Hem begint onze jaartelling. Sindsdien wordt een gebeurtenis aangeduid met zoveel jaar v.(oor) Chr.(istus) (geboorte)
en zoveel jaar n.(a) Chr. (istus) (geboorte).
In de twintig eeuwen die voorbij zijn gegaan sinds Jezus in de stal van Bethlehem het levenslicht zag is ontzettend
veel gebeurd. De geschiedenisboeken staan er vol van. Rijken zijn opgekomen en weer in elkaar
gestort. Tot op de dag van vandaag moet de wereldkaart bijna elk jaar opnieuw worden herzien. De ontwikkelingen gaan steeds
sneller en ook de tijd gaat steeds sneller voorbij. Een goed voorbeeld is de wereldbevolking. Aan het begin van
onze jaartelling omvatte de wereldbevolking zo'n 250 miljoen zielen. In 1987 waren er dat 5 miljard zielen en
twaalf jaar later, in 1999, zijn er dat al 6 miljard.
Nederland telde rond 1900 iets meer dan 5 miljoen inwoners. Thans zijn er dat bijna 16 miljoen.
Waar gaan we naar toe? Wat kan onze aarde nog hebben? Wat zullen ons de komende 1000 jaar gaan
brengen? Halen wij nog wel een vierde millennium sinds Christus geboorte? Een dorp als Geulle bestaat ook reeds
meer dan 1000 jaar.
Er bestaat een akte uit het jaar 817, waarin Lodewijk de Vrome, een zoon van de vlakbij Geulle
geboren Karel de Grote, Geulle als goed wegschonk aan de Abdij van Cornelimunster in de Eifel. Zou er veel
veranderd zijn in Geulle sinds dat jaar 817? Ik denk het niet. Althans ik zou niets schokkends weten.
Stamboomonderzoek heeft uitgewezen dat voorouders van sommige Geulse families reeds rond 1600 in Geulle woonachtig zijn geweest.
De Maas heeft ooit haar bedding verlegd, waardoor zij niet langer om Uikhoven heen liep, doch precies
tussen Geulle en Uikhoven in kwam te liggen. In de vorige eeuw kreeg Geulle een treinverbinding met Maastricht en Sittard. In
de jaren twintig/dertig van deze eeuw werd hier het Julianakanaal aangelegd. Na WO II heeft Geulle
zijn uiteindelijk gezicht gekregen. In zo wat ieder huis kwam er een auto, kwam er aardgas, waterleiding
en elektriciteit, radio en tv, telefoon, een computer, internet e.d.
Anno 1999 zijn er nauwelijks nog "armen" in Geulle; de mensen worden steeds rijker; kijk
maar naar hun huizen die steeds meer waard worden.
Of de mensen anno 1999 ook tevredener en gelukkiger zijn dan voorheen moet worden betwijfeld. Hoe kun je nog iemand gelukkig
maken die alles al heeft? Na WO II is het snel bergafwaarts gegaan met de kerk en met ons geloof.
De kerken zijn anno 1999 nauwelijks nog bevolkt. Het zijn slechts enkele mensen die ervoor zorgen dat de kerken
en haar bedienaren daadwerkelijk in stand blijven. Men heeft de Kerk, men heeft God niet meer nodig.
Wij mensen kunnen het allemaal zelf alleen af. Het enige wat al die eeuwen hetzelfde is gebleven en wat wij mensen
maar niet onder de "knoet" hebben gekregen is de dood, de dood die vroeg of laat eenieder
van ons - zonder onderscheid des persoon - overvalt. Wat gaat de toekomst ons brengen?
Ik hoop van harte voor ieder van ons een goede gezondheid en geluk. En voor het overige geen oorlog en
geen andere rampen.
Laten wij allemaal uit het verleden leren wat er zo al verkeerd kan gaan in onze wereld.
S.W.
Vastelaovesvereiniging 'de Bokkerieërs'
Leef bök en geite,
Op zondag 14 november stond Geulle weer als een van de eerste dorpen in het teken van de
prinsuitroeping voor het carnavals seizoen 1999 - 2000. Nadat de Bokkerieërs eerst de mis voor de levende en
overleden leden van de vereniging hadden bijgewoond en daarna de inwijding van de nieuwe kerkmuur hadden aanschouwd,
gingen zij op pad. Samen met de jeugdcarnaval en onze zustervereniging uit Bunde trokken zij onder begeleiding van de
zaate hermenie Sjei Mèr Oet richting het Marktplein. Ook dit jaar hadden weer vele Geullenaren deze middag
gereserveerd voor de vastelaoves-vereiniging, gedurende het programma werden dit er steeds meer.
Na de openingswoorden door de opperbok was het Paul Lemmens die de nieuwe carnavalsschlager ten gehore bracht.
Later was er nog een optreden van Paul en de Kluiverkes. Samen zorgden zij voor de goede stemming op
het plein.
Daarna volgden de serieuze en pijnlijke zaken, afscheid van prins Fred en prinses Tiny. De opperbok beschreef
het hele gebeuren als een laatste hoofdstuk van een boek. Na de uitroeping in november 1998 waren
er vele leuke en gezellige hoofdstukken die leidden tot een geweldig seizoen. Helaas, aan alles komt een einde,
zo ook aan deze regeerperiode. Waardig en onder de tonen van Corry Konings (Mooi was die tijd)
werden zij van hun prinsenkleding en attributen ontdaan. Prins Fred en prinses Tiny waren weer gewoon
Fred en Tiny en werden opgenomen in de vereniging van oud prinsen die met een grote delegatie aanwezig waren.
Daarna volgde de uitroeping van de nieuwe prins en of prinses. Nieuwsgierig kwamen de toeschouwers enkele stappen naar
voren om niets te missen van dit spektakel. Net zoals de voorafgaande jaren hadden enkele leden van
de bök een programma in elkaar gezet waarbij het publiek meermaals op het verkeerde been werd gezet. Na twee
maal loos alarm kwam prins Peter 1e en prinses Marie-Jozé onder luid applaus uit een grote zuil te
voorschijn. Nadat de ketting, cape, steek en scepter door de aanwezige raadsleden waren overhandigd presenteerde het kersverse
prinsenpaar zich aan het publiek. Peter Troquet is in het dagelijks leven installatiemonteur en samen met zijn vrouw
en zoon Remco wonen zij Aan de Maas. De grote hobby van Peter is muziek. U zult hem de komende maanden
al dansend en zingend over zijn strand in Griekenland bij de diverse activiteiten van de Bokkerieërs kunnen
ontmoeten.
Op 20 november was meteen de vuurdoop. Samen met de verenigingen uit Itteren, Stein, Schimmert en Bunde was
er een groots openingsbal in zaal `t Centrum. Jammer genoeg waren er weinig Geulse bezoekers op dit feest.
De stemming zat er door het eenmansorkest van Jo Lahoye al snel in. En na het optreden van
Ziesjoem kon de avond niet meer stuk. De volgende grote activiteit van de Bokkerieërs is de bonte avond op zaterdag 22
januari. Indien u wilt deelnemen aan deze avond, dan kunt u contact opnemen met Ed Phillipens
(tel. 3648893) of Ruud Kusters (tel. 3642489). Wij zijn nog op zoek naar mensen die op deze
Geulse carnavalsavond een steentje willen bijdragen.
Gäöl, Alaaf
Geulle in vroeger tijden 17. De tijd der leenstaatjes 2.
In deze aflevering wil ik iets vertellen over de leenstaatjes in Limburg en hoe deze ontstonden. Tijdens
de invallen van de Noormannen en bij andere overvallen had de bevolking geen enkele bescherming te verwachten van de
ver weg wonende koning. Wel werd de bevolking verdedigd door hun gouwgraaf, waardoor deze aan sympathie won. Uiteindelijk
beschouwden de onderdanen dan ook hun koning niet meer als de ware vorst, maar de graaf in
wiens gebied zij woonden. Deze graven gedroegen zich ook niet meer als koninklijke ambtenaren of leenmannen, maar
als vrije en zelfstandige vorsten. Zij probeerden hun gebied door huwelijk, koop, erfenis, oorlog en
verpanding uit te breiden. Met name de hertogen van Brabant streefden hiernaar, waarover later meer. Tenslotte
benoemden de gouwgraven hun zonen tot erfgenaam en lieten dit door de koning bekrachtigen. De
koningen misten de macht om hier iets tegen te doen. Sommige gouwgraven gaven stukken land
aan hun vazallen om hen te belonen voor bewezen diensten.
Zo ontstonden in het eens zo grote Neder-Lotharingen vele onafhankelijke staatjes, ieder met hun eigen vorst.
Deze vorst kon een graaf, hertog of bisschop zijn. In onze Maasstreek kwamen zo veel
zelfstandige staatjes voor: hertogdommen, graafschappen, heerlijkheden (o.a. Geulle vanaf 1554)
en immuniteiten. Al deze staatjes kenden een eigen bestuur, rechtspraak, belastingen en legertjes. Deze versnippering
zou voortduren tot de komst van de Fransen onder Napoleon in 1795. Enkele belangrijke staatjes met grondgebied in ons huidig
Limburg waren:
- I. Gelre: Dit omvatte grote delen van Midden- en Noord-Limburg.
- II. Gulik: Met o.a. Born, Susteren, Munstergeleen en Tegelen.
- III. Valkenburg: Met o.a. Geulle (eerst alleen omgeving Valkenburg).
- IV. Daelhem: Ten zuiden van Maastricht met o.a. Mheer en Noorbeek.
- V. 's Hertogenrade: Met o.a. Kerkrade, Vaals, Gulpen en Margraten.
- VI. Limburg: Met eerst o.a. Epen, Mechelen en Wahlwiller.
Naast deze staatjes lagen er vooral in Zuid Limburg nog vele vrije rijksheerlijkheden, zoals
o.a. Geulle, Elsloo, Stein, Wittem, Gronsveld en immuniteiten zoals bijv. Meerssen.
Zij stonden onder rechtstreeks gezag van de koning of keizer. Al met al werd de geschiedenis van
onze Maasstreek erg ingewikkeld. Het zou te ver voeren om de historie van al deze staatjes te beschrijven.
Daarom beperk ik me tot een korte schets van de twee die voor Geulle van belang waren:
de heerlijkheid Valkenburg en het hertogdom Brabant. Geulle behoorde vanaf 1298 tot het land van Valkenburg.
Deze oorspronkelijke heerlijkheid kende een bewogen geschiedenis. Het stamslot (nu de ruïne) was
moeilijk in te nemen. Hierdoor konden zich de strijdlustige heren van Valkenburg lang verzetten tegen de hertogen van
Brabant.
Rond het jaar 1000 kwam de hertog van Leuven in bezit van de gouw Brabant ( dat was Brussel en
omgeving). De hertogen van Brabant streefden er naar om de handelsroute Keulen - Brugge onder
hun gezag te krijgen. Zij breidden hun grondgebied langzamerhand naar het oosten uit. Rond 1200
kregen zij recht op 's Hertogenrade, Daelhem en Maastricht. Om het leiderschap van Neder Lotharingen kwam hertog Jan
de 1e van Brabant in conflict met de bisschop van Keulen. Na de slag bij Woeringen in
de omgeving van Keulen in 1288 kreeg Jan de 1e o.a. het hertogdom Limburg in bezit.
Toen in 1378 ook nog het graafschap Valkenburg werd aangekocht kwam geheel Zuid-Limburg en dus ook Geulle in
handen van de hertogen van Brabant.
Archi(e) Varis.
Lireratuur:
1. Waar de brede stroom der Maas. (1972)
2. Uit Geul's verleden. (1926)
3. Meerssen, impressies uit het rijke verleden van een jonge gemeente. (1994)
4. Kent U Geulle? (1949)
5. Stamboom van de familie Maasssen uit Geulle met een bekopte geschiedenis van Geulle. (1975)
Jeu Kurvers gaat heen als kerkmeester St. Martinusparochie
Met onderbrekingen weliswaar, maar dat neemt niet weg dat Jeu Kurvers bij zijn afscheid als kerkmeester
op 1 december as. kan terugzien op een totaal van 20 jaren kerkmeesterschap. Twintig jaar betrokken zijn bij
en medeverantwoordelijkheid dragen voor het wel en wee van de Sint Martinus-parochie in Geulle. Zijn
markante verschijning is in die jaren onafscheidelijk verbonden met de kerk, waarvoor hij elke dag van de
week en elk uur van de dag bereid is zich in te zetten.
Vooral het verzorgen van de erediensten en de instandhouding van het kostbare monument dat de Martinuskerk is,
hebben steeds de speciale aandacht gehad van de scheidende kerkmeester.
Ook in het persoonlijke vlak is Jeu steeds dienstbaar geweest. Vooral pastoor Hartmann z.g.
deed tijdens zijn ziekte en later toen hij met emeritaat was, nooit vergeefs een beroep op hem.
Ook was Jeu vele jaren lang chauffeur van de vorige en huidige pastoor bij het rondbrengen van de ziekencommunie.
Jeu vindt dat hij gezien zijn leeftijd zijn deel meer dan voldoende gehad heeft. Verder mandaat
is kerkrechtelijk zelfs niet meer mogelijk. Hij heeft dan ook per december zijn ontslag aangevraagd bij de
bisschop. Dit is hem met dank voor inzet en toewijding eervol verleend. Het vertrek van Jeu als kerkmeester,
houdt niet in dat hij ook afscheid neemt van de andere functies die hij bekleedt. Die
houdt hij aan. Zoals het kosterschap, het fungeren als "chauffeur van de Heer" bij het rondbrengen
van de ziekencommunie, het collectant zijn en zijn lidmaatschap van de klussengroep, een groep van kerkbetrokken mannen
en een enkele vrouw, die om de zoveel weken een dinsdagochtend spenderen aan hand- en spandiensten ten behoeve
van de kerk. Binnen de kringen van het kerkbestuur wordt vrijdagmiddag 10 december afscheid genomen van Jeu, die veel
dank zal ontvangen voor de grote verdiensten die hij verworven heeft. Het is de laatste vergadering die
hij zal bijwonen. Als gast dit keer, want op die datum behoort hij al ruim een week tot de 'zwijgende
kerk. Jeu Kurvers zal worden opgevolgd door Ed Vossen van het Oostbroek. Hij is inmiddels
door de bisschop benoemd en zal weldra door deken L. Kirkels worden beëdigd.
St. Martinus-parochie Geulle ontvangt twee bisschoppen
De parochianen van de Sint Martinuskerk te Geulle mogen in vrij korte tijd twee bisschoppen verwelkomen. Dat is
allereerst de hulpbisschop van Roermond Mgr. E. de Jong. Hij zal op Kerstavond 24 december de
pontificale hoogmis celebreren. En vervolgens Mgr. J.H. Soudant, emeritus bisschop van Palembang.
Hij zal een pontificale hoogmis celebreren bij gelegenheid van de processie op zondag 2 juli 2000. Beide kerkelijke
festiviteiten staan in het teken van de millenniumviering alsmede van een herleving van het parochieleven.
Voor de dienst op Kerstavond (aanvang 19.30 uur) zullen de bisschop en zijn gevolg de
kerk binnentreden via de reeds decennia lang gesloten deur onder de uit de l4de eeuw stammende toren, daarmee
het binnentreden in de nieuwe eeuw verzinnebeeldend. De dienst zelf zal in het teken staan van het
gezin. In overleg met alle betrokkenen zal een feestelijke en bijzondere viering worden voorbereid. Deze dienst zal
de enige dienst zijn op Kerstavond in de parochie van de H. Martinus.
Processiezondag 2 juli 2000 zal op zeer bijzondere wijze worden gevierd. De pontificale hoogmis zal worden opgedragen op de
gemeentelijke kiosk die wordt opgesteld nabij de kermis op de Markt. Bij deze viering
en de daarop volgende processie zal zo veel mogelijk verenigingen om medewerking worden gevraagd. De diverse
buurtverenigingen hebben deze inmiddels toegezegd. Nadere informatie hierover volgt in de loop van de komende
maanden.
Kerstwandeltocht Oostbroek
Op 26 december organiseert buurtvereniging Oostbroek te Geulle voor de 16e maal in successie de kerstwandeltocht. Gestart
wordt vanuit zaal 't Heukske aan de Hulserstraat te Geulle. U kunt kiezen uit de afstanden 5 - 10 - 15 - 20 en 25 km.
Voor de afstanden 20 en 25 km. kunt u starten tussen 8.00 uur en 13.00 uur. Voor de overige afstanden
kunt u starten tussen 8.00 uur en 15.00 uur.
De inschrijfkosten bedragen fl. 2,00 per persoon, waarvoor u een prachtig, door
pijlen uitgezet, parcours krijgt aangeboden door Geulle en omgeving. Als herinnering ontvangt iedere deelnemer een sticker.
De I.V.V. stempel is aanwezig en de wandeltocht gaat onder alle weers-omstandigheden door. De deelnemers
kunnen genieten van de zeer mooie, landelijke en bosrijke omgeving. Wandel mee en geniet van de
natuur die Geulle en omgeving u te bieden heeft. Voor meer informatie kunt u bellen met 043 - 264 6378
Geulle 50 jaar geleden......
December 1949
- New-Looky schrijft in de Sjakel dat het niet lang meer zal duren eer de Geulse jongens in Indië weer terug zijn in Geulle. Ook schrijft hij dat het moeilijk zal zijn om zich weer aan te passen aan het gewone dagelijkse leven. Immers, na een jarenlang verblijf in de tropen beginnen we zo zachtjes aan te vermoeden dat we in Geulle bij thuiskomst veel veranderd zullen vinden. New-Looky, alias Dré van Kan, noemt dan o.a. de electrificering van het spoorwegnet, de verbetering van de wegen, aanleg sportpark en niet te vergeten de burgerlijke stand. Hij vraagt dan ook: Leert ons begrijpen want wij hebben een heel ander leven geleid, steeds met jongens onder elkaar vaak op een veraf gelegen eenzame buitenpost, ruwer geworden en uitdrukkingen gebruikt die niet al te fijn zijn.
- Sergeant Math Kösters is op 4 december terug in Geulle. Zoals gebruikelijk brachten de beide fanfares een serenade aan de prachtig versierde woning.
- De heren G. Gruyters en H. Lemmens, beiden onderwijzer aan de R.K. Lagere School "St. Jozef", worden benoemd respectievelijk te Neer (bij Roermond) en te Groot Genhout. Beide heren zullen dus eerlang Geulle gaan verlaten.
- Eugène Penders schoot op maandag 21 november een reebok van 60 kilo in de bossen rond Wittem.
- De kerk van het Rectoraat Waalze kreeg zijn eerste gebrandschilderde raam, voorstellende de H. Maagd van Altijd Durende Bijstand. Op zondag 18 december werd dit raam ingezegend.
- In het lokaal H. Vossen is een nieuwe biljartvereniging opgericht welke gedoopt is met de naam: G.P.H. (Geulse Poedel Haters). De G.P.H. komt uit in de M.O.B.B. (Meerssener Onderlinge Biljart Bond).
- De Heemkundevereniging is voor-nemens bij voldoende sneeuwval in de Moorveldsberg sledewedstrijden te organiseren. Er wordt reeds gewerkt aan een wedstrijdreglement. Nu maar hopen op veel sneeuw.
- De actie van de Heemkundevereniging om de trein weer te laten stoppen in Geulle gaat nog altijd door. De belanghebbenden, forenzen, fabrieks-arbeiders, scholieren, dienstboden, dagmeisjes, winkelpersoneel, kunnen bij de winkeliers een formulier afhalen en ingevuld bezorgen bij betreffende winkeliers. Dit kan tot 2 januari 1950.
- De raadsvergadering van 21 december had veel hamerstukken, maar ook enkele verassingen: Muytjens deed een voorstel om Gedeputeerde Staten in overweging te geven een voorstel aanhangig te maken voor een grenswijziging tussen Geulle en Ulestraten. Verschillende motieven werden aangehaald, waaruit bleek dat de inwoners van Moorveld-Ulestraten in de toekomst georiënteerd zullen zijn op Geulle. B. en W. staan niet afwijzend tegen dit voorstel waarna dat met 6-1 stemmen werd aangenomen (tegen stemde Sassen). Muytjens deed ook nog een voorstel tot het leggen van een verbod op de percelen v.d. Hof en J. Thijssen (aan de kerk) in verband met mogelijke uitbreiding ter plaatse.
Hein Peters
Kennsigeving
In de heer zijn overleden:
Op 19-11-1999, op 89-jarige leeftijd, Mia Vankan, wed. van Jozef Steyns
Op 1-12-1999, op 78-jarige leeftijd, Maria Hubertina van Kan, e/v Pie Janssen, Andreas Sauerlaan;
Op 2-12-1999, op 61-jarige leeftijd, Leon Stassen, e/v Ans Jennekens, van de Heirweg
Politevaria
In verband met vakantie van Brig. Giesen is er deze maand geen politievaria.
Redactie
Einde Bouw en Houtbond FNV, afd. Geulle
De Bouw- en Houtbond FNV, afdeling Geulle heeft vrijdagavond 26 november op waardige wijze afscheid genomen van haar
72-jarige zelfstandigheid. Met een goed bezochte feestavond in "Het Wapen van Geulle"
heette de voorzitter alle leden en hun partners welkom. En in het bijzonder de beide Pastoors,
namelijk A. Kusters en G. Dohmen, de jubilarissen, een delegatie van de Heemkundevereniging Gäöl, onder leiding van voorzitter
Hein Peters en tot slot onze districtsbestuurder Henrie Okkersen. Daaraan toevoegend memoreerde de voorzitter dat "de
eerste feestavond in 1927 werd bijgewoond door de toenmalige geestelijke adviseur, en nu bij dit
afscheid kunnen wij ons verheugen twee geestelijke Heren in ons midden te hebben". Uitbaatster Mevr.
Sjan Vossen-Raeven werd als eerste toegesproken en bedankt, daar zij al 25 jaren haar locatie gratis
voor ons ter beschikking had gesteld. Zij werd vereerd met een bloemenhulde, terwijl haar verder een gedenktegel werd
aangeboden, voorstellende het kasteel van Geulle, uitgereikt aan alle leden ter gelegenheid van het 70-jarige
jubileum.
Hierna volgde de huldiging van de 25 jarige jubilarissen, te weten Dhr. Guus Lahaye en Dhr. Gerrit
Ramakers en hun partners, door Dhr. Okkersen. Hij dankte beiden voor hun trouw lidmaatschap, in
goede tijden, maar ook in minder goede perioden.
Hun werd een zilveren speld opgestoken, en de dames ontvingen een verzilverd lepelsetje. De heer Lambert Fredrix
reikte hierna namens onze afdeling aan de dames een bloemruiker aan, en de heer Hub Sassen
overhandigde de heren een fles gerstennat. De derde jubilaris Dhr. B. Bruls was deze avond
verhinderd.
Hierna volgde de overdracht van ons vaandel aan de bestuurders van de Heemkunde-vereniging Gäöl. Dit vaandel was in
1949 door onze toenmalige leden bijeen "gezeumerd", door iedere week jaren lang 5 centen af
te staan voor de aanschaf. De Eerwaarde Zusters "onder de Bogen" in Maastricht hadden er een
waar kunststuk van gemaakt. Het opschrift luidt "Rooms Katholieke Bouwvakarbeiders Bond St. Jozef Geulle".
Daarbij afbeeldend de Heilige St. Jozef, het gemeentewapen van Geulle, de Sterre der Zee en
een bloem, verzinne-beeldend de bloei van de vakorganisatie. Voorzitter Hein Peters van de Heemkunde-vereniging was bijzonder
vereerd met dit cultureel erfgoed en dankte op zijn beurt en verzekerde ons dat deze 'vaan' een
goede plek zal innemen in hun home "de Gruffeldwois". Hierna werd de heer Lambèrt Fredrix gefêteerd door onze afdeling
voor zijn 25-jarig jubileum als secretaris-penningmeester, daarbij toevoegend plaatselijk vertegenwoordiger van het sociaal fonds
bouwnijverheid en vraagbaak van klachtenwerk. Lambèrt werd een porseleinen tafelschaal met handgeschilderd motief en
een begeleidend schrijven aangeboden. De tekst luidden als volgt: "Waarde vriend Lambèrt Fredrix, langs
deze weg wil het bestuur en de leden van de Bouw- en Houtbond FNV afd Geulle, u dank zeggen voor 25 jaren bestuurlijk
vakbondswerk, welk u met bezieling en goede kennis van zaken heeft vervuld. Uw huis was altijd een
open huis voor ieder die aanklopte. Wij zijn u daarom dan ook zeer erkentelijk. Wij wensen u
en de uwen al het goede toe voor de toekomst. En wensen u van harte proficiat.". Zijn vrouw Lenie werd
ook in deze huldiging betrokken; haar werd een kleurrijke bos bloemen aangeboden. In zijn dankwoord memoreerde de
jubilaris dat hij al dit werk niet had kunnen volbrengen, als hij niet zo een goed meewerkend
thuisfront zou hebben gehad. Hierna nam de heer Okkersen het woord en dankte Lambèrt in naam van
de bond voor de jarenlange goede samenwerking en zeker voor de vriendschap. Tot slot werd Lambèrt een armbandhorloge
aangeboden. De bestuurder Hub Sassen en voorzitter Frans Webers werden in deze hulde betrokken, zij ontvingen
ieder een pennenset. Daarna was er tijd voor het glas te heffen, en werd een petit-diner aangeboden.
Dit alles in een feestelijk en reuze gezellig gezelschap. En met gepaste trots mogen wij stellen "Eind goed, al
goed".
Frans Webers
Uit het leven van Justus Out, Priester Lazarist (vervolg van Sjakel, november 1999)
Nadat ik hem verteld had hoeveel kilo ik bij elkaar gesprokkeld had, heb ik hem gevraagd of ik hiermee
door kon gaan. Met grote ogen keek hij mij aan en vroeg toen, is dit dan nog niet genoeg? Ik zei:
"Dit is maar voor een paar weken". Hoofdschuddend zei de overste: "Ga maar door wat we teveel hebben
dat bewaren wij wel tot een volgend jaar". Die goeie man had geen enkel idee wat die jongens aan eten nodig hadden.
En zo ging ik weer de boer op. Ik ging iedere dag op pad, het graan werd los opgeslagen op de zolder
van de kapel. Bij de boeren kreeg ik meestal ook wat te eten. Eens kwam ik op een wat slordige boerderij,
de kippen liepen door de kamer. De boerin vroeg of ik rijstepap wilde, ik antwoordde: "Graag mevrouw". Tegen
haar zoon riep ze: "Kees schep de pater eens op", waarop uit de keuken werd geroepen: "Moeder, er heeft een
kip in de pap gescheten". Moeder ging kijken, schepte de stront eruit en ik kreeg mijn portie en at het op.
Of ik dat lekker heb gevonden weet ik niet meer . En zo ben ik boer gebleven tot aan het einde van de
oorlog.
De bevrijdingsdagen.
Vanwege de spoorwegstaking kwamen de studenten niet terug van verlof geen enkele. Op een morgen begin September
1944 stond het park vol met Duitse tanks, ook in de lanen om het park. Het waren allemaal jonge soldaten van de
Todeskopfdivision . Dat zag je aan de doodskop die op hun uniform was aangebracht, we liepen er langs maar contact
hadden wij er niet mee. Toch had iemand van ons opgevangen dat ze moesten oprukken naar Antwerpen. De dag erna
zijn ze vertrokken over de grens, maar helaas hun tocht mislukte. Dat kwamen wij te weten via broeder Victor die
zat n.l. in de kelders van het voorhuis waar ook een bevelvoerend officier zijn kwartier had. Die broeder Victor deed
net of hij van dat Duits niets verstond, maar zo af en toe kwam hij naar het hoofdgebouw om te vertellen wat hij
had gehoord en zo kregen wij te horen dat de Duitsers niet konden doorbreken. Die jonge jongens hebben daar ontzettend
hard gevochten. Op het slagveld zagen we later meer kapotte geallieerde tanks liggen dan kapotte Duitse tanks. Deze tankslag
vond plaats rechts van de weg Wuustwezel- Antwerpen. Toen dit allemaal voorbij was werd het opeens heel
erg rustig, Ons gebied werd een soort niemandsland. We hebben toen als ik mij goed herinner ongeveer een week in de
kelders doorgebracht, wat weer tot gevolg had dat er bijna geen eten meer was. Onze overste wist dat er bij een
bakker in Zundert brood voor ons klaarstond.
De overste vroeg wie er mee wilde om het op te halen. Adrie Vermeulen en ik zouden samen met de overste naar Zundert
gaan om die klus te klaren. Het was in de namiddag we waren ongeveer ter hoogte van de moestuin toen vielen
rondom ons een salvo granaten. We lieten ons alle drie op de grond vallen toen het weer stil was zei de
overste: "Als jullie bang zijn, ga dan maar terug". Ik was zo bang als een wezel, ik durfde dat hele stuk ook niet terug
te lopen, daarom ben ik maar meegegaan. Echter Adrie Vermeulen keerde terug. Op weg naar Zundert hebben we nergens
soldaten gezien. Daar aangekomen stond een grote mand met broden op ons te wachten. Het was zoveel dat het bijna
niet door ons te sjouwen was. Gelukkig vond ik een fiets zonder banden en zonder zadel. We hebben de mand op
de bagagedrager gezet en zijn weer op weg gegaan. Een hield het stuur, de ander de mand in evenwicht.
Wordt vervolgd
Geullenaar van de eeuw ??
Helaas ontvingen wij op onze oproep om kandidaten aan te dragen voor de "verkiezing"van een Geullenaar of de
Geulse van de eeuw slechts een paar reacties, voor een deel ook nog van bestuursleden van de
heemkundevereniging afkomstig. In vergadering bijeen is het bestuur tot de conclusie gekomen dat op deze manier geen
representatieve keuze gemaakt zou kunnen worden. De verkiezing is daarmee helaas afgeblazen. Wat doen we
dan wel ? Allereerst zullen we in de volgende Sjakels toch nog even terugkomen op de voorgestelde kandidaten en vooral
ook op de motivering die door de indieners aangedragen is, omdat dat toch weer een stukje heemkunde is, dat het
verdient om vastgelegd te worden voor het nageslacht. Daarnaast zal tijdens de jaarvergadering van de heemkundevereniging
de uitgeloofde prijs verloot worden onder de inzenders. Het spreekt vanzelf dat de bestuursleden niet aan die verloting
deelnemen. U hoort nog van ons.
Lou van Kan
Ich gaon ins mèt den haan kalle .....
Es het jaor bienao um is en de aovende lank zin, geit me vanzelf ins naodènke euver öt aafgeloupe jaor.
Watter allemaol gebäörd is, gooi dinger en minder gooi dinger. Van alles geit tich dan door de
kop en este öt neet mjië wèts, dan vraogste öt eemes, dae öt waal nog allemaol good wèt.
Meh noe is het jaor neet èlein bienao um, mèh ouch de twintigste iëw. Volgend jaor begint zelles ö nuu mielenniejum.
öt eind daovan zal neemes van òs nog mètmaake. Dao zalle veer dan ouch mèr neet wiejer euver praote. Ich kal
leever euver vreuger. Mèh ômdat ich mich nog jônk veul, gaon ich ins met eine hjiël auwe Gäölenaer praote.
Jaomer, dat Sjef van Willemke neet mjeh is, dae wis väöl en dae vergaot niks. Mèh wae dan? Jao, ich
weit öt: den haan op ten taore, dae sting dao al wie dees iëw begòsj. Ich zèt mich de patsj op,
zèt miene kraag rechop en staek e stumpke potlwoid in mien tesj.
Wie ich door öt getske van Norbaer kaom, zoag ich den auwe taore en baovenop den taore sting den haan.
Hae keek nao Aelse, mèh wie ich korter bie kaom, driëjde hae zich ö bitsje. Hae hauw mich zeeker hwiërre aankômme.
Ich zaot sjus te prakkezeere, wie ich öt gesprek zouw beginne. Wie begins te mèt eine auwe Gäölenaer ? Meistal
euver öt waer. Dat waor ein idee. Want önne taorenhaan wèt alles euver öt waer. Dae haet dao baove van
alles mètgemaak: störrem en raenge, hagel en snië. Daoveur vroog ich mèr gauw: Zègk ins, wie is het
wäër vendaag? De haan driëjde zich nog ö bitsje en zag: Good, mèh de luu douge neet. Ich sjrôk en dach: "Zouw
hae mich bedoele ?"
Ich waor e bitsje verpôpzak. Ich wollèm sjus get vraoge, mèh doe zagger: Ich bèn blie dat ich hie op mie sjwoin
plekske staon. Van hie oet kèn ich haos euver öt gans dörrep kieke. Neet elein euver öt kèrkplein, mèt
dae sjwoine leinjebaum, mèh ouch euver het kestjiël, de Gäölstraot, öt Brook tot in Brommele. En ouch euver
ot Verkesbrook, öt Wesbrook en Hölse. En ich höb gezeen, wie mèt Allerheilige de bosjrand van kleur verangerde. öt
leek waal ön sjilderie van Van Gogh mèt al die prachtige herfskleure: rwoid, broen en gael, mèt hie
en dao nog e bitsje greun detösje. Ich höb daagelank mien ouge oetgekeeke, want öt waor önne sjwoine naozomer, dae dit jaor
ech lang doerde. Esset sjwoin waer is, kèn ich tot wiet in Belsj kieke, tot euver de Bessemer hei en de
steiberrèg van Eijsde en Waterschei. Djuu, wat is tat sjwoin.
En es de zon sjient, zeen ich ouch de gouwe haan op ten taore van Uukefe. Jaomer dat ich mèt dae neet ins
kèn kalle, want tae wèt ouch nog, dat de Maas vreuger aan den angere kant van Uukefe leep en dat ze zelf
vlak bie de Gäöl gezaete haet, wie de Gäöl nog door de Klein Maas en de Auw Maas leep. Jao,
dao is väöl verangerd. Vreuger keeke de boereluu altied nao mich, es ze get van öt waer wolle weite.
Noe zeen ze mich nog neet mië sjtaon. Noe kieke ze nao den teevee of loestere ze nao öt waerberich van
de El-ein. Wat weite die sjnotsnaase noe ech van öt wäër hie in Gäöl?
Aan zien taal mèrkde ich dat den haan ouch auwd begôsj te waere en auw luu knootere gaer. Vreuger woar alles baeter.
En esof hae öt van mie gezich gelaeze hauw, ginger wier.
"Jao, vreuger waor alles baeter. Dao is väöl verangerd mèh neet baeter gewoore. Sôndes zaog ich van alle kante de
luu nao de kèrrek kômme, auw luu en jông luu, mèt sjwoin gewiksde sjoon en met sôndese kleier aan. Mèh noe
zuuste nog mer ö paar gries köp, die maake dat ze gauw binne zin. Vreuger kôsj ich eedere Maaslenger en alle
kènger, die nao de sjwoil ginge. Mèh die goo auw sjwoil is neet mjië en ouch de bewaarsjwoil van zuster Annemie
is verdwene, sjus wie öt klwuösterke van de zusters. Eeder waek kaome lang rieje kènger nao de kèrrek um te beechte.
Dan waore ze stil, mèh es het aafgeloupe waor, dan waore ze blie, dat ze de vanaaf waore.
In de Vaste waor steendes en friedes lof en dan woor veur öt gemeintehoes gevoetbald dat de klumpkes door de loch vlooge.
Dan vergaote ze öt lof, tot de keplaon ze kaom haole, of Norbaer, de köster. Dae moosj ouch
altied de klokke loewe, mèh die klokke waore zwar. Hae vông öt fein, es tie kènger häöm kaome helpe aan
het zeil te trèkke. En de jonges vonge dat ouch fein, zeker esse de touwe get hwoig vaspakde. Dan ginge ze mèt de loch in!"
Ich vroog den haan of er waal ins bang gewaes waor ....... öt bleef effe stil en doe zagger:
"Jowaal, wie den iëste oorlog oetbraok en ich de Dikke Bertha ins bie Luuk hwjuörde dondere. Ich dach:
es tie Pruusje mèh neet hie kômme ! Gelökkig, ze kaome neet. Waal in nögentiënviërtig. Wie den tiënde
mei de brök de loch inging, dach ich dat ich van me stekske veel. Dat waor mich önne slaag ! En
um ön oer of èllef zaog ich de erm Hollese seldaote, met de errèm in de loch loestere nao öt gebrul van de
Pruusje. Dat waor errèg. Die erm jônges mooste mèt nao Duitsjland ......".
De haan zweeg weer. En doe dagger aan de pruusje, die öt koper van de klokke nwuöddig hauwe um dao anger
luu mèt kepot te sjeete. "Gelökkig sting ich hwoig genog, angers hauwe ze mich ouch nog mèt gepak. En es ich
doe snachs euver Gäöl haer keek, zaog ich niks: öt gans dörp waor duuster en de straotlampe waore oet.
Elein es ter snachs leechballe in de loch hinge van de vleegmesjiene zaog ich öt dörrep weer ligke en heel
ich mien hart vas. Dan kosj ich snachs gein oug toedoon van het gerônk hwoig in de loch .....".
öt bleef weer effe stil. "Höb geer ouch leuke dinger mètgemaak? ", vroog ich. "Och, jowaal. Wie de börgemeister
Van Aefferden ingehaold woor en wie hae zie gouwe fjiës vierde. Of wie de fanfaar op konkoer den iëste
pries haolde , wie veer bevried woore en ö stel jônges de vlag op de kèrrek oetsjtaoke en neet wiste dat de
Pruusje nog in öt Gäölderveld zaote. En ich höb hiël get jông broedspaare zeelsgelökkig de kèrrek zin verlaote. En de
kermisse veur öt gemeintehoes, wat waore de Gäölenaere dan blie en gelökkig. Ich höb ouch hiël get
persesses gezin mèt hermenie en fanfaar, mèt bruudsjes en väöl jông en auw luu.
En ich vong öt geweldig es de Lange Jan van Maasse mèt önne lange stek de kamers ein veur ein aafsjoot. Dat
waore mich sjäöt, wie van de Dikke Bertha......". Den auwe haan begosj aardig op zönne praotstool te kômme.
Hae vroog mich of ich waal ins gehwuörd hauw van öt hwoig water van zèsentwintig. "Jông, dat
waor mich önne nuujaor. Doe klatsde öt water taenge de ongerkant van den taore. öt water sting tot
aan de kemunebank, neet te geluive. En ich dach mèt angs aan de errèm luu aan de Maas, die doe
nog in sjeif auw huuskes woonde. En al de keu en verke in de stel. Zowwe die neet allemaol verzoepe ? En wie kôste
die verzörrèg waere, es alle gelaegter onger water stônge ? Zouwe de Maaslengers es het water gezak waor neet massaal
weg trèkke en de Maas vervlooke ? Mer niks hwuör: ze sjrôbde de modder öt hoes oet en ze bleve wone.
En wie het veurjaor kaom bleujde de fruitbuim op de gemeinde wie nwoits van te veure. De Maas haw veur hun ön
extra laog modder achtergelaote. Ze wiste dat de Maas sôms raar kuure hauw. En de volgende zomer kôste
ze weer te voot door het water nao Uukefe. En in de krisisjaore ginge ze allemaol de Maas euver om goojekoupe margrien en
kilokes sôkker te haole, um lekker vlaaje te bakke.
En noe ich aan de krisisjaore dènk, zeen ich noch de errèm werkelooze, die in lang rieje op het gemeintehoes moosjte
kômme stempele of stiekem nao pestwoir Vônke ginge veur get brwoid of get vleisj. Doe waor de echte ermoot
in het dörrèp. Wie e paar jaor geleeje de Maas oetkaom waor dat önne ramp. Want perketvloore, ieskaste, deepvreezers,
wesjmesjienes moosjte het doe ontgelde. Want in zeventig jaor waor öt laeve aan de Maas ouch neet blieve stilstaon.
Ouch de luu zin in Gäöl verangerd. Woi zouwe ze noe nog de rwoizekrans baeje en wae geit nog gereigeld sôndes nao de kèrrek?
Ich zeen de luu van öt dörrèp zelle. Jao, es ze in de kis ligke zeen ich ze aankômme en zeen ich ze begraave
waere op de nuuje kèrkèf langs de baek. Vreuger zatte ze houte kruuzer op e graaf, noe zin het monumènte
mèt väöl bloome met Allerheilige. De res van öt jaor ligke ze verlaote. De luu höbbe geine tied mië veur önne
Vaderôns. In autoos sjeeze ze langs de Kèrrek. Nao den taore hoove ze neet te kieke, want dao zit gein grwoite klok op, woi op ze
kènne zeen, wie laat öt is. En nao mich kieke ze hiëllemaol neet mië. Ich staon väöl te hwoig en den auwe taore kènt
blieve nao baove wieze, woi zwoiväöl Gäölenaere noe nao ônger zitte te kieke, nao hun kènger en kleinkènger, woiveur
de auw luu zwoi hel gewèrk höbbe. En de Gäölenaere mooste vreuger hel wèrreke ....... ".
öt bleef effe stil. Ich zaog de vaere van ziene start blinke in de zon, die ondeugend tösje ei paar wolke nao ônger
keeke. "Ich höb väöl gezeen en ich kèn väöl vertèlle euver den tied, dat eederei in Gäöl nog Gäöls kalde. Doe zaogste
euveral de luu op de velder aan öt werrèk. Want öt meiste werk moosj mèt te hand gebäöre. Noe zuuste affentoe waal ins ei
paar oor önne traktèr euver öt land kroepe en kènne de jông luu zich neet mië veurstèlle, dat de krwoite met önne bessemsteel
geplant woore. En dat in eeder kuulke veer zäödsjes gelag woore. Es ze goot oetkaome, dan mooste
der weer drie mèt te hand of mèt ö sjöffelke oetgetrokke waere. Eeder kaoreveld waor ö klei paredies in de zomer.
Langs de kant sting de kemille mèt witte bleumkes en het ganse kaore sting vol kollebloome en kaorebloome. Het waor
sjus of dao altied fjiës waor en öt veld ein reuzevlag oetgestaoke haw. Aerappele woore mèt te sjöp
geplant en mèt de hak gehwuög. Allewiel deit dat ö mesjien in ö paar oor, mèh doe
doorde dat waeke.
Ouch öt onkroed woor neet gespöt, mer woor mèt te hak umgehowwe of mèt te hand oetgetrokke. En es öt
ougstied waor, zaogste euveral de mansluu mèt de zich zich in zweit wèrreke. De vrowluu, mèt önne
dook um de kop, bônge de gerve mèt önne struöje band bie ei en zatte ze dan mèt ö stök of tiën in
eine houp täënge einaan. Later kaome ougskarre alles weer weghaole. Wat neet in de sjuur kosj, woor op
öt veld in ön grwoite miet opgeslaage. De jông luu kènne die miete èlein van ö prèntsje of van ön sjilderie.
En sweinters woor maondelank gedaes. öt geklöppel kosj ich tot hie hwuörre. En in de hers kaom alles tegeliek:
de groment moosj binne, öt fruit geplök, de reube geziëd en öt verke geslach. Ich hwuörde de auw luu dèk zègke:
"In de herfs moote de auw wiever nog hel renne ". Jao, öt waor eine hiël angere tied. Mèh dao weite de jông luu,
die in eine luije stool met chips nao den televisie ligke te kieke niks vaan. En die höbbe auch geinen tied um
ins mèt önne auwe minsj te kalle. Die höbbe het öt väöl te drök: ze moote nao öt tennisse, öt voetballe, öt
hokkieje, ze moote sjogge tot ze zweite en höbbe nog neet ten tied um eemes gooien daag te zègke. Ze gaon op vekanse
nao Spanje en Afrika en weite neet , wie sjwoin os eige Gäöl is mèt zien bösj en berrèg, mèt zien Maas,
woi den taorehaan van Uukefe zich kènt speegele ! "
"Geer höb geliek", zag ich, "mèh noe moot ich gaon. Dalik bèn ich alles vergaete wat geer mich vertèld höb. Ich zal
alles opsjrieve en es de luu de Sjakel kriege, kènne ze öt allemaol laeze en euver alles ins naodènke en mesjiens
ins mèt de jông luu dao-euver praote. Of zowwe ze dao ouch geine tied mië veur höbbe?". "Ich haop van
waal!", zag ten haan.
Mar/B
|
 |
|