|
Pieke oet de Piemelenhoek

Brieve van Pieke Jr. - Januari 2004
Hallo mensen van Geul,
hier ben ik weer met een briefje uit de mooiste hoek van Limburg, zoals de
Noonk dat altijd zegt, maar hij heeft zich al een paar weken flink lopen oprijten.
Eerst drover dat hij nergens meer mag roken als hij de opperhoofden
van het land mag geloven en nou gaat hij zekers niet naar het bejaardenhuis,
zegt hij, want daar mag je schijns ook niet meer binnen roken en hij gaat toch
zeker niet wie een armen hals buiten staan roken, zegt hij, dan krijg je een
trek op het kleinvlees en ook nog een stijve nek of een longverzakking en hij
is pas een paar weken strontsverkoud geweest, zegt hij, ze kunnen hem wat,
die van de regelneven in Den Haag en nou moeten Harie en Merie ocherm nog langer
wachten voordat hij de poort achter zich toetrekt en zij het rijk voor zich
hier
in de kraam alleen hebben en misschien moeten ze wel wachten, totdat hem de
laatste pijp is uitgegaan, maar ja dan kun je ook niet zekers devan zijn dat
je nog wat
krijgt, zegt Harie, want dat heb je wel gezien onder in Geul erregens, maar
daar weet ik niet het fijne van, alleen dat ters van Kerkes en Dekens iets
te mee
te maken hadden, maar de Noonk zegt, dat die geld genoeg hebben of in ieder
geval gehad, en zeker die van Meersse met hun gebazel, daar hoeven die paar
geleutige
kloten van hem niet ook nog bij en Harie en Merie, zegt hij, hoeven zich daar
dus gaaruits geen zorg over te maken, hij kijkt wel uit wie bij hem op het
geleeg komt, zegt hij en wie hem niet bevalt, die vliegt eraf wie een krauw,
die een
schup dronger krijgt.
En nou vraagt de Noonk zich af, als iemand nou een stumpke
van een sigaret op de grond gooit en het zou toevallig heel, héél
toevallig zo zijn, dat ter een van de pleisie dat ziet, dan moet hij vijftig
neuro’s betalen, zegt hij en hoe zit dat dan als hij zijn sigarestoemel
toevallig, héél toevallig eens laat vallen, moet hij dan nog
meer betalen soms, want zij sigaren zijn een stuk dikker als de zelfgedraaide
toebak
van Harie, maar zegt hij, als je ziet wieveel auto’s der verkeerd geparkeerd
staan of wie een gek door de straat scheuren en hoeveel hondekeutele op de
stop liggen, en het liefst ook nog sjus tussen de muur en de straatlamp,
en die worden
dan niet opgeruimd, nou, dan zal het wel meevallen, zegt hij en anders pakt
hij zich wel een asbak met voor onderweg, dat komt ook goed uit als hij weer
erregens
buite moet gaan staan zwame en dat was misschiens nog get voor die met die
honden, allemaal een mobiele strontbak.
En de Noonk was ook heel giftig derover, dat
die wat zich hier in het zuiden dé pers noemen proberen mee te profiteren
van zijn succes, overal waar de lui de Sjakel lezen, want in de Maaspos hadden
ze het over een Noonk Sjef en in de gezet van Mestreech over een Noonk Dinges,
maar die kunnen nog niet eens bij hem in de scheem staan, zegt hij en als
die daarmet doorgaan, dan gaat hij weleens met die naar de bank, zegt hij
en hij
denkt zeker nog wat de van te kunnen opstrijken, maar met de rente van allewijl
stop je ook geen looker in de hoozen, als je tenminste nog erregens een bank
kunt vinden.
Die gezette van allewijl, zegt de Noonk, zijn alleen nog maar goed om dermee
te doen, wat hij voor den oorlog al dermee op het huuske deed, want de
helft van wat ze schrijven is gelogen en de ander rest is ook nog overgepakt
van
goei gezette. Maar de börger van Meersse, die gaat zich dertegenaan moeien en
dan wordt het wel beter, zeker, maar dat stond wel in de gezet en of we dat nou
moeten geloven, maar de börger had het wel zellevers geschreven, stond dronger,
dus dan zal het wel kloppen. Nee, dan de Sjakel, die wordt door iedereen goed
gelezen en ook nog bewaard, want de Noonk heeft met een van de Herremenie gepraat
en die heeft hem gezegd, dat ze nooit een Sjakel bij het oud papier zien, maar
op den Essendijk lezen ze hem weer schijns niet, want die vrachtwagel staat deks
nog ummer daar en nou hadde-ters een paar aan het buffet de Noonk aangesproken
deover, dat hij altijd van die rare dingen zegt over die van ons wat inde raad
zitten, maar dat valt nog wel mee, met die, zegt hij, want ze zijn altijd nog
beter dan die vethouder in Amsterdam, die cokes en antraciet snoefde en naar
de meisjes ging en een kepot achterlicht op zijn fiets had en zich dan ook nog
get van zijn Sjeng maakde.
Nee, dan die van ons, Charlie hoeft helemaal niet
naar de meisjes te gaan, want die heeft ter genoeg thuis en Eddie die
snuift alleen frisse lucht, behalve als Peter van Casper eens wat veel in zijn
ton gedaan
heeft en Neske, och Neske, die heeft hij nog niet deks op de fiets gezien
en zeker niet met een kepot achterlicht, zegt hij en die maakt zich dan ook
nog
eens niks van haren Sjeng ook niet. En wat vonden jullie van die van
Eelse, die zich bij ons wat haamscheut kwamen lenen, ja daar was toevallig,
héél
toevallig wel iemand die ze een perses gemaakt heeft. Sjus goed, zegt de Noonk,
want wij gaan ons toch zeker ook niet in Eelse den dikke steen van die klauwen,
wij van Geul, wij kijken wel uit.
En der is nog veel meer los in Geul, want op
het Broek is een beestenboel en een verrekesstal opgeruimd, waar illegaal
verrekes zonder oorbellen in zaten en in Hulsen willen ze gaan bouwen, maar
de Noonk moet
zich daarover eerst laten informeren, zegt hij, maar hij weet wel al
dat die van de Bokkeriërs en de Herremenie en het Oranjecomité en nog meer
die daar wel eens een tent opzette en die wat daar in buurt wonen zijn alvas
niet erg blij demet zijn, heeft hij gehoord en misschiens dat ik daar de volgende
keer wat over schrijf, als ze tenminste plaats hebben in de Sjakel en nou schei
ik dermee uit, want ik moet al gaan knuddele omdat mijn blaadje vol is en jullie
krijgen de groeten hebben van jullie Pieke Junior en de Noonk uit de Piemelenhoek.
|
 |