Pieke oet de Piemelenhoek

Brieve van Pieke Jr. - April 2004
Dag mensen van Geul,
hier ben ik weer en het is mij get, halen ze je alle beesten
van het geleeg af, krijg je toch de zak van Ferdinand Forel of was het nou
Macheel de Mekreel of Peep de Geep, kun je het je voorstellen en dat komt ook
nog op de televies. Hoe krijgen ze het veerdig, niet? Nee, dan Marlies van
de Kurver en Gertje van de Burger, die hebben van de Maaspost een toert gekregen
omtat ze altijd als ze gaan wandelen een zak bij zich hebben waar ze loslopende
blikjes indoen en die rapen ze dan op en ze zorgen dan dat ze daar komen waar
ze horen. Kijk, daar kun je nog eens mee aankomen ergens, maar niet met die
wat zijn hond ummer bij ons voor de deur laat bouten, de keutele worden verdikke
alsmaar dikker en vorige week was het nog week ook nog en de Noonk gaat bijna
devan over zijne nek en die jongens wat het gras af moeten doen van de gemeente
dan, die hadden de flatsen tot onder hun erm zitten. Fris hoor. Maar de Noonk
gaat eens een paar avonden achter de gerdijnen zitten en dan smeert hij die
hondebaas dat wel eens achter zijn oren, zegt hij.
En die van Geul hebben die
van Valkenberreg geslach en ze met elf tegen nul om de oren geloks en dat
zijn nog eens sleeg en het weer wordt gelukkig ook weer wat beter en de Noonk
hoopt dat het niet zo gek wordt wie vorig jaar, want toen was het zo warm en
droog dat de bomen de honden bijkans achterna liepen, zijn die beesten toch
nog ergens goed voor, zeker.
Bij de gemeente hadden ze ook feest en ze hebben
de sakkertaris burger gemaakt, ereburger nog wel en gelukkig niet burgemeester,
snappen jullie. En dat ze daar nou een feest voor geven, want die stond daar
in de gezet van Mestreech te roepen dat hij vijftig uur in de week werk en
op de kuil hadden ze dan vroeger gezegd, zegt de Noonk, dat hij zeker niet
goed genoeg voor zijn werk was als hij het in veertig niet af krijgt en dan
moet hij ook nog een heleboel mee naar huis nemen om te lezen, voor zijn
plezier zegt hij. Ja, zo ene zul je maar aan de brak krijgen, gezellig. En
de sakkertaris vraagt zich schijns ook nog af wie in den hemel zijne naam de
achturige werkdag heeft uit gevonden en de Noonk denkt dat dat ter geweest
zijn die wat zeker wijer gekomen zijn wie sakkertaris van zo een look wie Meersse
en hij wil ook nog doorwerken als hij van Drees kan trekken, de sakkertaris.
Nou, dankje de koekoek, zegt de Noonk, erg hel zal hij wel nooit gewerkt hebben
en als het zo wijer gaat ligt Drees een dezer daag op het kerkhof en als ze
niet oppassen komt het nog zo wijt dat de Noonk ook weer moet gaan werken.
Hem niet gezien zegt, hij heeft vroeger genoeg gewerkt en geschoft en als
hij thuis kwam was hij al moe genoeg en dan moest de moestem en de hinne en
het verreke nog en dan was hij nog blij dat hij niet getrouwd was, zegt hij.
Ja het zijn slechte tijden, zegt de Noonk, dat zie je wel draan, één
feest bij de gemeente en ze zeggen meteen het abbellement op de Sjakel op,
te duur zeker en als ze nou een miljoen jaar de Sjakel niet lezen hebben
ze het misschiens deruit, maar eens wat aan de weeg doen, hier in Geul, dat
de gut niet altijd harstikke vol met drek en rotzooi ligt, ho maar. Hier helpt
maar een ding, zegt de Noonk, hel bidden: “Heiligen Antonius,
beste vrind, zorg dat de gemeente de weg weer vindt !”
Nou, met de groeten
van mij, Pieke uit de Piemelenhoek, junior, natuurlijk.
|